http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

Iedereen opvoeder

Opvoeding kunnen we niet los zien van de ecologische ramp die zich voor onze ogen aan het voltrekken is. Al duizenden jaren lang is de mens blind geweest voor feiten die hij niet onder ogen wilde zien en daar wil ik niet aan meedoen. Ik twijfel daarom geen enkel ogenblik over de catastrofe die elke dag kan uitbreken nu het ecologisch evenwicht grondig verstoord raakt. Dat betekent niet dat ik een doemdenker ben, omdat ik blijf zoeken naar oplossingen.

Die oplossing ligt grotendeels in de opvoeding. Opvoeding voltrekt zich in de relatie tussen volwassenen en kinderen. Het gedrag van de volwassenen is even belangrijk als het gedrag van kinderen dat we willen beïnvloeden. Beïnvloeden is hier niet een kwestie van manipuleren, maar van inspireren. Elke volwassene straalt als opvoeder een zeker charisma uit. Het kind wordt geïnspireerd door het gedrag en de houding van de volwassene. Het gaat om een relatie van individu tot individu in de gewone dagelijkse omgang. Willen we ons weerbaar opstellen tegenover de ecologische ramp die zich aan het voltrekken is (ik denk niet dat deze ramp nog te voorkomen is), dan moeten we als individuen neen zeggen tegen alles wat ons leefmilieu aantast. Dit betekent noch min, noch meer dat we ons gedrag drastisch moeten veranderen.

Een paar voorbeelden: vlees eten moet echt uit den boze zijn (de dieren die we nu consumeren leven in de meest miserabele omstandigheden; dat is gewoon een misdaad en het is onzinnig om dit te willen ontkennen). Consumptie moet beperkt worden tot het echt noodzakelijke. Dit geldt ook voor reizen. Het volgende beeld kan dit misschien het best verduidelijken: in de Middeleeuwen waren abdijen gemeenschappen waar de mensen in solidariteit en soberheid leefden. De abdijen waren zelfvoorzienend, met een eigen moestuin, veestapel en ambachten. De omgeving werd ontgonnen op een verantwoorde wijze. Ik zou me kunnen voorstellen dat rondom onze steden en dorpen er gelijkaardige gemeenschappen ontstaan waar de nadruk ligt op biologische landbouw, op een veeteelt waar de dieren een goed leven hebben en waar de mensen zich in de mate van het mogelijke beperken tot regionale producten en tot ambachtelijk werk.

Dit voorbeeld kan verder uitgewerkt worden. Het principe is dat dergelijke experimenten (lokale productie, ecologisch verantwoorde landbouw, ambachtelijk werk), die overal ter wereld al aanwezig zijn, zich op fenomenale wijze uitbreiden zodat de meerderheid van de mensen er solidair aan meewerkt.

Wat betekent dit voor de opvoeding? De volwassenen die enthousiast en met volle energie aan deze ’abdijen’ meewerken, zullen de kinderen inspireren voor het goede leven waarin solidariteit en verantwoordelijk gedrag de toon aangeven. 

=============================================

Iedereen is opvoeder omdat elke mens verantwoordelijk is voor alle Anderen.

Uitgangspunten voor een wereld- en mensbeschouwing

  1. Wat de mens tot mens maakt, wat de mens menselijk maakt, is de verantwoordelijkheid waarvoor hij zich gesteld weet.
  2. Intelligentie en talenten zijn gelijkelijk verdeeld over alle rassen of etnische groepen. Als er verschillen zijn in prestaties of verantwoordelijk gedrag, dan is dit een gevolg van de geschiedenis, de cultuur, de religie of de ideologie, de morele kwaliteit van hun regeringsleiders en van andere sociale en economische omstandigheden.
  3. Als de landen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten dezelfde welvaart en voorzieningen zouden hebben als wij in Europa, dus ook goed onderwijs voor alle kinderen, voor iedereen toegankelijke kwalitatieve ziekenzorg, voldoende werkgelegenheid, pensioenen, uitkeringen en dergelijke, dan zou massa-immigratie niet meer nodig zijn, zouden etnische spanningen verminderen en zouden we kunnen samenwerken om onze verantwoordelijkheid op te nemen voor Afrika en de rest van de wereld.

 

Het zelfvertrouwen als motor van de ontwikkeling en psychische gezondheid

[Deze tekst zal de komende tijd voortdurend worden herwerkt en aangevuld. Eerste versie 7 november 2014; laatste update:18 november]

Volwassenen zijn persoonlijk verantwoordelijk voor de opvoeding van kinderen. Dit geldt in de eerste plaats voor beide ouders, maar geen enkele andere volwassene in de omgeving waar die kinderen opgroeien ontsnapt aan die verantwoordelijkheid. Leerkrachten, familieleden, buren, werkgevers, autoriteiten of politici bepalen mee hoe de kinderen zich ontwikkelen.

Die ontwikkeling van de kinderen en de opgroeiende jeugd is het meest gebaat met vertrouwen en een positieve instelling van de volwassenen. Elk kind heeft eigen talenten en mogelijkheden die een kans moeten krijgen. Niets dat de ontwikkeling van een kind meer belemmert dan een negatieve etikettering en de daaraan verbonden negatieve verwachtingen.

De ware opvoeder is iemand die nooit de moed opgeeft, die altijd blijft hopen, die bereid is elke dag met een nieuwe lei te herbeginnen en die het kind altijd met veel warmte en liefde zal opvangen, wat er ook is gebeurd. Vergeven en vergeten is de leidraad voor een goed opvoeder.

Deze basishouding van de opvoeder geldt in het bijzonder ook voor kinderen die zich problematisch gedragen, zoals kinderen die andere kinderen slaan of pesten, kinderen die liegen of stelen. Het geldt ook voor jonge gewelddadige criminelen. Dit betekent niet dat we dat gedrag zomaar moeten aanvaarden. Overtredingen van regels of van de wet moeten worden bestraft, maar straf moet altijd worden gecombineerd met het bieden van nieuwe kansen. Dit laatste is trouwens de beste preventie tegen herhaling.

Op deze manier opvoeden is een enorme opgave die heel veel energie vereist. Dit lukt alleen als opvoeding gezien wordt als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle volwassenen in de samenleving waar het kind opgroeit. Dat noemen we een netwerk van solidariteit rondom het kind en zijn opvoeders. Zowel het kind als de ouders en leerkrachten ervaren dat andere mensen om hen geven, hen ondersteunen en alles doen wat mogelijk is om elk kind de beste kansen te geven.

Elk kind heeft een enorm potentieel. Elk kind moet de eigen talenten optimaal kunnen ontplooien. Dit geldt ook voor minder intelligente kinderen en zelfs voor zwakzinnigen. Het gaat erom te zoeken naar wat een kind wel goed kan en een mentaal gehandicapt kind ontroert ons met zijn glimlach.

Vooral het onderwijs moet inspelen op de mogelijkheden van alle kinderen door diversiteit van het curriculum, zodat elk kind kan groeien en opbloeien. Als alle volwassenen in de eerste plaats nadenken over hoe ze het zelfvertrouwen van het kind kunnen stimuleren, zal het kind als het ware vanzelf zich in positieve zin verder ontwikkelen. Een kind dat in zichzelf gelooft, kan heel veel uitdagingen aan. Het zelfvertrouwen is de motor van de ontwikkeling en van psychische gezondheid, zowel bij kinderen als bij volwassenen.

Opvoeden definiëren we hier als het creëren van een omgeving waar het kind de eigen talenten en mogelijkheden zo goed mogelijk kan ontplooien. Waarom zouden we dit principe niet kunnen toepassen op de samenleving als geheel? Geldt ook niet voor volwassenen dat ieder van hen zijn talenten en mogelijkheden maximaal moet kunnen ontplooien? Dit betekent dat de ware politiek en een verantwoordelijke economie mensen stimuleren en kansen bieden. Het is vooral in deze eenentwintigste eeuw onacceptabel dat er landen zijn waar niet alle kinderen kwalitatief goed onderwijs kunnen volgen en dat er zieken zijn die erg veel lijden en niet geholpen worden. De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter, wat een schande is. Ethisch gezien moet de overvloed beter verdeeld worden op globale schaal. 

Politiek zien we niet als een strijd tussen tegenstanders, maar als een gezamenlijk project om vrede en welzijn te brengen. Economie is dan geen competitieslag tussen concurrenten, maar een project om armoede en miserie uit de wereld te helpen.

Kortom: opvoeding, politiek en economie hebben een ethische grondslag of zouden een ethische grondslag moeten hebben om waarachtig te zijn. Met waarachtig bedoelen we dat zin wordt gegeven aan ons bestaan. De ethiek komt er op neer dat het de roeping is van de mens om te leven in dienst van de Ander. Onze vrijheid is een bekleedde vrijheid: we zijn vrij om ons verantwoordelijk te gedragen tegenover de kinderen, tegenover de mensen in onze omgeving, de mensen ver weg en de toekomstige generaties die zullen moeten leven op de planeet die we voor hen achterlaten.  Aan ieder van ons om die ethische verantwoordelijkheid concreet in te vullen. 


Welke normen en waarden moeten we overdragen in de opvoeding?

De wetenschap kan in elk geval geen antwoord geven op de vraag welke normen en waarden gelden. Wetenschap gaat over ’wat is’ en niet over ’wat moet’.

Wie beweert dat de mens zelf kan bepalen wat hoort, zegt in feite dat alle normen en waarden relatief zijn. Niets is absoluut. Wat in het verleden heeft gegolden of wat geldt in een andere cultuur, kan radicaal verschillen van wat nu geldt en wat geldt in onze cultuur. Beschouwen we de wereld of de mensheid als een eenheid, dan is er behoefte aan overeenstemming in waarden en normen, anders blijft het een oorlog van allen tegen allen.

Een andere mogelijkheid is een hogere macht, een macht die de mensen transcendeert en die openbaart welke normen en waarden gelden. Die gelden dan voor alle mensen en zijn absoluut. Meerdere religies claimen de waarheid over die geopenbaarde waarden en normen te bezitten en verwijzen naar hun heilige Schriften die door God zouden zijn geïnspireerd. Doordat de mens niet kan onderscheiden wat mensen zelf hebben verzonnen en wat rechtstreeks van God komt, zijn er verschillende religies die op hun beurt een oorlog van allen tegen allen voeren. De Rechten van de mens zijn ook een vorm van religie, maar dan een zonder een God die die rechten zou geopenbaard hebben. Die rechten zijn dus het werk van de mens zelf… Welke mens heeft de pretentie die rechten zomaar te mogen afkondigen? Of is het een kwestie van stemming waarin de meerderheid beslist welke rechten gelden? Het is ook vreemd dat we het alleen over rechten hebben en niet over de Plichten van de mens.

Er is nog een mogelijkheid, namelijk de duizendjarige wijsheid waar de filosofie  uit put. Voor de westerse wereld is dit de wijsheid van het judaïsme en het christendom. Dit resumeert zich in de tien geboden die als absoluut gelden. Hier hebben we een verhaal dat mensen kan verenigen. Een verhaal waarin de normen en waarden worden uitgelegd. Een verhaal waardoor de mensen worden geïnspireerd  om die waarden en normen te respecteren.

Als we hechten aan de bijbelse wijsheid, dan hoeft dit niet te betekenen dat we onze vrijheid van denken moeten verloochenen. Integendeel, hoe kritischer we er tegenover staan, hoe dieper we tot de kern van de waarheid kunnen doordringen. Het gaat om de dialoog en om het engagement om die waarden en normen in onze dagelijkse relaties toe te passen. 

Belangrijk is de vraag naar onze identiteit. Er zijn beschavingen die de waarden en normen van het judaïsme en het christendom niet delen. Dat vereist dat we elkaars visie respecteren en dat we vermijden ons te vermengen. Elke beschaving moet tot bloei kunnen komen en de ene beschaving kan solidair zijn met de ander om dit mogelijk te maken. Concreet: emigratie naar een andere beschaving moet worden vermeden en Europa zou samen met de teruggekeerde immigranten solidair kunnen meehelpen aan de opbouw van het Midden-Oosten en Afrika, zonder de eigen waarden en normen te willen opdringen. Dit beleid zou een einde kunnen maken aan de uitzichtloze strijd die het Westen met de islam voert. De islam is een religie die het alleenrecht opeist, intolerant is en geen discussie of kritiek toelaat. Mensen die daarvoor kiezen, kunnen het best in hun eigen beschaving blijven en hun verantwoordelijkheid opnemen voor hun eigen geloofsgenoten.

Een meer fundamentele vraag betreft de waarden en normen die in de tien geboden zijn vastgelegd en die het fundament vormen van onze joods-christelijke beschaving. Zijn we nog geneigd die geboden serieus te nemen, zoals ’Gij zult niet echtscheiden’ of ’Gij zult niet begeren wat van uw naaste is’? 

’Gij zult niet echtscheiden’: dit kan gezien worden als een oproep om te zorgen voor een stabiel, veilig en warm gezinsleven. Tegen het consumentisme, het individualisme en het hedonisme van onze tijd in, moeten de ouders bereid zijn zich op te offeren voor het belang van de partner en van de kinderen.

’Gij zult niet begeren wat van uw naaste is’: wordt de werknemer betaalt volgens zijn bijdrage aan het productieproces? Gaan we zodanig met de natuur om dat de toekomstige generaties er ook van kunnen genieten? Worden de grondstoffen die uit de Derde Wereld worden geïmporteerd op een rechtvaardige wijze vergoed? Leven we in onze samenleving als burgers die solidair zijn met anderen, tegen polarisering en radicalisering in?

De joods-christelijke ethiek die onze westerse beschaving al tweeduizend jaar inspireert kan in één zin worden samengevat: ’Voor de Ander, ondanks mijzelf en vanuit mijzelf’ (naar Levinas). Dit wil zeggen dat de Ander het centrum wordt van mijn bestaan. De zin van mijn bestaan is het dragen van verantwoordelijkheid voor de Ander. De Ander dat is de naaste dichtbij, de mensen ver weg en de toekomstige generaties die zullen moeten leven op de planeet die we voor hen achterlaten. Als we in de opvoeding dit verantwoordelijkheidsbesef kunnen overdragen, dan zullen onze kinderen een door de mens gecreëerde Apocalyps kunnen vermijden en de wereld wat dichterbij het Aards Paradijs brengen.




© Juliaan Van Acker 2017