http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

Consideraties bij Levinas 2019-...

(laatste update 22 augustus 2019, punt 15)

Hieronder volgen mijn consideraties bij de studie van de werken van Emmanuel Levinas. Dit is gestart op vrijdag 2 augustus 2019. Dit zijn mijn persoonlijke aantekeningen en mijn persoonlijke interpretaties (voor wat ze waard zijn).

1. Dank zij de scheiding van Kerk en Staat kunnen de politici hun gang gaan, zonder de dupe te zijn van de moraal.

2. De vicieuze cirkel van de wapenwedloop bewijst dat de mens geen afstand kan nemen van de krachten die hem door de objectieve wereld worden opgelegd. Alleen een messiaanse vrede kan de mens redden en bevrijden uit de ontologische krachten. Levinas: „De oorlig stelt een orde in, waarvan niemand afstand kan nemen”.

3. In zoverre we ons laten meeslepen door krachten binnen de wereld, leven we in een totalitaire staat. We zijn dan namelijk geen unieke personen meer.

4. In de totalitaire staat wordt het heden opgeofferd aan een toekomstig heil.

5. Vrede die door de rede wordt bereikt, berust op oorlog (wederzijdse afschrikking) en is daarom altijd van tijdelijke aard. Messiaanse vrede vloeit voort uit de moraal, die onvoorwaardelijk en universeel is. Die moraal kan door de rede niet worden gevat. Zij gaat de rede te boven. De moraal behoort tot het terrein van het geloof, dit wil zeggen dat het verder reikt dan de totaliteit van het zijn. De moraal biedt een opening naar het ’aan gene zijde van de werkelijkheid’. 

6. We verliezen onze identiteit in de objectieve wereld. Met de rede heroveren we onze identiteit niet. Dit houdt ook een les in voor de psychologie: een studie van de empirische werkelijkheid van de mens levert geen inzicht in het ware mens-zijn, dit is de mens die vrij is, dus persoonlijk.

7. Waar ligt ons heil: in de relatie met wat buiten de totaliteit ligt, dit is met het Oneindige, een transcendentie. Dit heil ontrukt ons aan het gedetermineerd zijn door de geschiedenis of door een toekomstig heil. Dit heil maakt ons verantwoordelijk in het hier en nu. Vanuit dit heil kunnen we de geschiedenis beoordelen. Met andere woorden: in onze relatie met God maken we ons vrij van elke determinatie en worden we geappelleerd ons verantwoordelijk te gedragen. Die relatie met het transcendentie, met wat buiten de objectieve wereld ligt, maakt ons echt vrij. Levinas: „Niet het laatste oordeel telt, maar het oordeel over alle momenten in de tijd waarin men de levenden oordeelt”.

8. Die relatie tot God is een relatie vanuit mijzelf (dus persoonlijk). Hierin vind ik mijn identiteit vóór de eeuwigheid. Die identiteit is een geroepen zijn („ik en niemand anders”) om antwoord te geven; dit is echt volwassen zijn. Dit is „spreken in plaats van zijn lippen te lenen aan een anoniem spreken van de geschiedenis”.  Hier komt een relatie tot stand met het Oneindige, dat de totaliteit overschrijdt. Kortom, als ik mij verhoud tot God, als ik gehoor geef aan het appel (van God) dat via de naaste en al het Andere (het Andere is wat buiten mij ligt, dus ook de natuur met haar fauna en flora) tot mij komt, dan ontruk ik mij aan de slavernij van de politiek, van de geschiedenis, van een opgelegd geloof en van een ideologie. Dit maakt het verschil uit tussen persoonlijke mensen, die per definitie van goede wil zijn want ze geven gehoor aan het appel tot verantwoordelijkheid, en mensen die als kuddedieren meelopen met de rest.

9. Een atheïst leeft in een leegte en dat geldt ook voor een gelovige die gelooft om conform te zijn aan anderen. Het ware geloof is niet het geloof in een Heilig Boek of in een onzichtbare God, maar is op persoonlijke wijze zijn verantwoordelijkheid opnemen. Hij neemt zijn verantwoordelijkheid op omdat dit van hem wordt gevraagd (door de niet te kennen God). Deze ware gelovige is pas echt vrij, want hij laat zich niet determineren door de geschiedenis, door de cultuur waarin hij leeft of door een toekomstig heil dat hem wordt voorgespiegeld. De ware vrije mens leeft en handelt in het hier en nu.

10. „Is het waarnemen van een object het enige stramien waarop de banden met de waarheid worden gegeven?”. Levinas geeft hierop een negatief antwoord. Met andere woorden: de objectieve waarheid is niet de enige waarheid. Dat hebben de hedendaagse psychologen nog steeds niet begrepen (in tegenstelling tot hun voorgangers).

11. De vrede is niet zomaar het einde van de oorlog of het einde van de geschiedenis. De vrede zien als het einde van de oorlog is hypocriet, want dan kunnen we spreken van een gerechtvaardigde oorlog.

12. We zijn niet autonoom: daar is altijd de Ander die een appel op ons doet. De Ander doorbreekt het gevangen zitten binnen de objectieve wereld. Door gehoor te geven aan het appel van de Ander, treed ik in relatie tot  het Oneindige. Levinas: „De relatie met het oneindige zal in andere termen uitgedrukt moeten worden dan in termen van objectieve ervaring”.

13. „Sterven voor het onzichtbare: dat is metafysica”. Het is alleen de mens die het verlangen kan hebben te sterven voor het onzichtbare. Dit wil zeggen dat hij over zijn behoeften heen, verlangt naar het Absolute. Het absolute is de onbaatzuchtigheid van de goedheid. In deze tijd echter worden de mensen bijna uitsluitend geleid door hun behoeften. De oplossing van de hedendaagse problemen ligt daarom in het gericht zijn naar het Onzichtbare, dat is het absoluut Andere. We zijn goed tegenover de Ander omdat de absoluut Andere het aan ons (mij persoonlijk en niemand anders; ik kan het niet doorgeven aan iemand anders) vraagt.

14. De psychologie is de wetenschap van de psyche, dit is van wat buiten de empirische werkelijkheid ligt.

15. Kennen = begrijpen, dit is greep krijgen op. Via mijn kennis reduceer ik alles tot mij. De objecten worden onderworpen aan mij, door mijn kennis. Maar kunnen we een ander mens ook op deze wijze ’kennen’? Het gaat hier om een radicaal andere wijze van kennen. Het gaat om een relatie, een verlangen, waarbij de Ander niet door mij wordt opgeslorpt (in mijn kennis over hem), maar radicaal van mij gescheiden blijft. We denken niet over een Ander op dezelfde manier als we denken over een object. Die manier van respecteren van de andersheid van de Ander, is goedheid. De Ander is altijd meer dan wat ik over hem denk.


overzicht teksten:


   © Juliaan Van Acker 2019