http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

Albertine

(verslag opgemaakt in 1949; Albertine was toen 16 jaar)

Albertine is geboren te Zonhoven op 22 juli 1933. Door beslissing van de kinderrechter van Tongeren is ze wegens wangedrag en onbuigzaamheid geplaatst in het Centraal Observatiegesticht te St.-Servais. De bestuurster, mevr. V., doctor in de pedagogische wetenschappen, maakt over Albertine het hiernavolgende verslag op datum van 5 april 1949. Albertine is dan 16 jaar.

Samenvatting en voorstel

Albertine heeft een ongeschaafde natuur, omtrent normaal begaafd, is oprecht van aard. Ze draagt echter de gevolgen van de lichamelijke en zedelijke ontberingen die ze tijdens haar kinder- en eerste jeugdjaren te lijden had. Zij wordt voorgesteld tot opname in het Rijksopvoedingsgesticht te St.-Servais.

Antecedenten

De familie W. betrekt een krotwoning te Asch. Vader, voddenkoopman, stond tot zijn 21 jaar onder toezicht van de kinderrechter. Later liep hij veelvuldige veroordelingen op (24 tot 1941). Hij is invalide van de mijn en gaat gebrekkig. Hij ligt veel te bed. De kinderen laat hij aan hun lot over.

Moeder ging tot eind 1947 dagelijks naar de munitiefabriek te Herstal werken. Nadien moest ze geopereerd worden en bleef ze thuis. Zij ook werd tweemaal veroordeeld. Ze oefent een weinig goede invloed uit op haar vijf kinderen.

Dit gezin leidt een ellendig leven. De ouders hebben dikwijls ruzie. De man slaat zijn vrouw en laat de kinderen bedelen. Vaak moeten moeder en kinderen de nacht buiten doorbrengen.

De minderjarige heeft weinig school gevolgd. Ze moest steeds gaan bedelen. Op deze tochten leerde ze dan ook menig slechte gewoonte. Zo staat ze bekend voor haar slecht gedrag: stelen, liegen, ruzie maken.

In 1946 diende vader een klacht in wegens onbuigzaamheid van zijn dochter. Terzelfder tijd werd deze, samen met haar broer, beschuldigd van aardappeldiefstal. In 1947 stal ze 500 frank bij personen die haar onderdak verleenden. 

In de periode dat moeder in het ziekenhuis verbleef, zou Albertine door haar vader verkracht zijn geweest. Toen moeder terug thuis kwam, plaatste zij haar dochter bij de Zusters der Voorzienigheid te Diest. Albertine keerde na amper zeven maanden terug naar huis. Nu ging ze veel met moeder uit. Ze zou met toestemming van de ouders geslachtsgemeenschap gehad hebben met een Italiaan, doch het kind ontkent dit ten stelligste. 

Albertine verbeterde niet, Ze werd hoe langer hoe lastiger. Ze had opeenvolgende buien van toorn en vernielde aanhoudend de huisraad. Haar plaatsing werd hoogdringend.


De kennis

Tijdens de testafname stelde de minderjarige zich tamelijk kinderachtig aan. Het minste diende haar tot afleiding.Voortdurend moest men haar aandacht opwekken en haar tot werken aanzetten.

Had dit kind regelmatig school gevolgd en een normale opleiding genoten, dan zou men bij de resultaten van de tests tot verstandelijk onvermogen kunnen besluiten. Maar de minderjarige werd echter opgevoed in bijzonder slechte omstandigheden. Deze ongunstige invloeden waren zeer nadelig voor haar verstandsontwikkeling. We denken dus hier wel eerder met een pedagogisch achterlijke te doen te hebben.

Haar woordenschat is buitengewoon arm. Beschaafd Nederlands spreekt ze zeer moeilijk. Dit is ongetwijfeld een niet te ontkennen hindernis bij het uitdrukken van haar gedachten.

Waar een beroep gedaan wordt op haar oordeel betreffende concrete gegevens, lukt het onmiddellijk. Volgens de Terman-test heeft ze het oordeel van een 13-jarige. Met de Picture Completion-test bereikt ze 12 jaar. Het geheugen is weinig ontwikkeld. De Terman geeft hier een resultaat van 9 jaar. Met de Pinter-test bekomt men slechts 6 jaar.

Het verstand van de minderjarige is hoofdzakelijk op het concrete gericht en steunt op het bevattelijke-tastbare. Uit de beschrijving van platen in de Binet-test, welke minderjarige met feiten uit het dagelijkse leven verklaart, kunnen we een verbeelding met subjectieve strekkingen afleiden.

De leerlinge heeft een ongevormd begripsvermogen. Haar aandacht zou meer moeten gevestigd zijn. Jammer dat ze meer tot spel geneigd is, dan wel tot verstandelijk werk of handenarbeid. De praktische intelligentie volgens de Pinter-test geeft een pover resultaat: 9 jaar en 6 maanden.

Hoewel ze kinderachtig doet en zich speelziek toont, hecht ze toch belang aan de bekomen resultaten, dit uit eigenliefde.

Daar de minderjarige geen regelmatig onderwijs gevolgd heeft, is er van schoolkennis geen sprake, Ze kan schrijven. Vlot lezen gaat echter niet. Ze vertoont weinig ijver in de klas.

Albertine is vooral achterlijk op pedagogisch gebied. Gezien haar verstandelijke leeftijd is ze bekwaam materieel werk degelijk en met oordeel uit te voeren. Een aangepast onderwijs zou, wanneer Albertine van goede wil is, haar toelaten haar verstandelijke vermogens te ontwikkelen. Er zou vooral zorg besteed moeten worden aan het zoeken van  sterke concrete belangstellingspunten die de aandacht van de minderjarige kunnen gaande houden. Ze dient echter in de lagere graad gereclasseerd te worden.


Het zedelijk karakter

Albertine is een adolescente die nog tot geen evenwicht gekomen is. De eerste tijd van haar observatie waren de gebeurtenissen die zij juist voor haar opsluiting meemaakte, haar een voortdurende obsessie. Ook was ze nog onder invloed van haar verderfelijk familie-milieu, waar ze door haar vader werd geslagen, waar ze tot stelen en landloperij werd aangezet en waar de moeder de slechte neigingen van de kinderen in de hand werkte. Nu schijnt ze zich stilaan van deze herinneringen los te maken en wordt ze, onder invloed van haar nieuwe omgeving, meer open en meer met de wellevendheid vertrouwd.

Deze minderjarige is een kind dat veel ontberingen leed, niet de minste opvoeding genoot en nooit geleerd heeft zich te bedwingen. Haar gebreken hebben zich ongeordend ontwikkeld. Niemand heeft er zich ooit om bekommerd haar mogelijkheden tot het goede uit te baten. In het begin hield het meisje wel eens slechte gesprekken. Haar taal en manieren waren zeer gemeen. Ze heeft op dit gebied reeds veel vooruitgang gemaakt.

Albertine is zeer impulsief. Haar emoties zijn sterk, doch van korten duur. Ze heeft vaak aanvallen van gramschap, maar vergeet gauw waarom en kopt niet. Het ontbreekt haar aan uithoudingsvermogen. Tegenwoordig richt heel haar bedrijvigheid zich tot spel en grof werk. Dit laatste heeft haar voorkeur. Ze doet iets omdat ze er voor het ogenblik plezier in heeft of omdat men het haar oplegt. Alleen het onmiddellijke voordeel is van tel bij haar.

Zeer veranderlijk gaat ze gedurig van het ene werk naar het ander over, van het ene voordeel naar het andere. Ze durft iets aan te pakken en handelt rap zonder nadenken over verdere gevolgen. Ze babbelt veel, is onbedachtzaam en geweldig en waant zich makkelijk slachtoffer van onrechtvaardigheid. Ze denkt steeds dat ze zonder reden gestraft wordt. Alleen vrees doet haar gehoorzamen. Ze is nog een echt kind, dat graag grappen uithaalt en zich luidruchtig toont, maar natuurlijk-oprecht blijft. Ze geeft blijk van goede wil.

Albertine, van onbeschaafde natuur, maar van goede wil, zal met veel geduld en strenge goedheid moeten geleid worden.

Haar oprechtheid is een voordelige factor voor haar heropvoeding en hierin moet ze dan ook aangemoedigd worden. Het verlangen om een goed meisje te worden, dat nu bij haar schijnt te ontluiken, moet worden uitgebaat. Stilaan moet ze de vreugde van het zich bedwingen leren kennen.

Haar affectiviteit moet breder ontwikkeld worden en men moet haar helpen minder wantrouwig tegenover haar omgeving te staan.


Beroepsoriëntering 

De feitelijke huishoudelijke opleiding van de minderjarige is pas begonnen. Ze heeft nochtans voor dit soort werk voorname geschiktheden.

Voor naaldwerk is ze weinig begaafd. Ze kent het elementairste, maar naait zonder ijver of zorg. Fijn werk gaat haar absoluut niet. Ze kan wel behoorlijk kousen stoppen.

Men moet vooral haar huishoudelijke vorming verzorgen.


Algemene opvoedingsvatbaarheid

Gezien Albertine nog betrekkelijk jong is, kan ze, wanneer ze lang genoeg onder toewijdingsvolle leiding geplaatst wordt, interessante vorderingen maken. Wanneer ze oprecht blijft en van goede wil, kan ze zelf een ruim aandeel hebben in haar heropvoeding.


Medisch verslag

Erfelijke voorgaanden: vader is 52 jaar oud en invalide van de mijn. Moeder is 39 jaar en werd geopereerd aan appendicitis. Kinderen: twee zussen, twee broers en één jongen die overleden is bij de geboorte.

Persoonlijke antecedenten: puberteit op 15 jaar.

Huidige gezondheidstoestand: gestalte 1,56 m., gewicht 48 kg bij opname; 51 kg drie maanden later. Impetigo(*) op de armen, benen en voeten. Dit is reeds verbeterd.

Algemene voeding: onvoldoende. Gebit in goede staat.

Ademhaling: ruw aan de rechter boventop.

Zintuigen: normaal

Huidreflexen: hevig. Slijmvliesreflexen: bestaan. Persreflexen: hevig.

Diagnostiek en praktische pronostiek: fysieke toestand merkelijk verbeterd sedert verblijf in de inrichting, Voor overvloedige Leukorroe(*) dagelijkse spoelingen.

Is getekend door:

de meesteres, de bestuurster (dr. in de pedagogische wetenschappen) en de doctores.


(*) impetigo: bacteriële huidinfectie

(**) leukorroe: witverlies uit de vagina


Opmerkingen

Ook in deze tijd (2016) zijn er kinderen die nauwelijks opgevoed worden. Zij groeien als het ware ’in het wild’ op. Soms hebben ze, net als Albertine, goede mogelijkheden. De hulpverlening komt meestal te laat om die talenten goed te ontwikkelen. 

Deze adolescenten stellen grote problemen voor de hulpverleners. Zij staan voor een dilemma: enerzijds is er vaak een goede emotionele band met een of met beide ouders, anderzijds stimuleert hun milieu hen onvoldoende en is in feite sprake van ernstige pedagogische verwaarlozing.

De school speelt hier een belangrijke rol: de school kan ervoor zorgen dat deze kinderen regelmatig naar school gaan. Dan kunnen de talenten van deze kinderen alsnog tot ontwikkeling komen en zullen zij vaak zelf meewerken om de tekorten van het gezinsmilieu te compenseren. Op die manier kunnen zij in hun eigen milieu blijven en behouden zij hun affectieve banden.

Het kinderbeschermingsbeleid moet gericht zijn op samenwerking met de scholen om preventieve maatregelen te nemen voor de zeer kwetsbare groep. De school moet er ook de middelen voor krijgen, want dat is een uitstekende investering.



Introductie

Homepage

© Juliaan Van Acker 2017