http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

Estella

Persoonlijkheidsdossier betreffende C. Estella, geboren te Dendermonde  op 28 februari 1947, pupil van de kinderrechter van Dendermonde. Estella was toen 16 jaar en 10 maanden.

Motief

De ouders legden klacht neer wegens wangedrag en onbuigzaamheid. Estella onderhield namelijk regelmatig geslachtsbetrekkingen met haar verloofde V. Roger. Thuis is zij opstandig.

Zij werd op 13 september 1964 geplaatst in het Rijksopvoedingsgesticht te Brugge.

Sociale enquête

A. Familiale anamnese

Vader: een foorreiziger. Hij is een dronkaard, veroorzaakte verscheidene ongelukken, meestal in dronken toestand. Hierdoor kwam hij meerdere keren met het Gerecht in aanraking en liep hij zware straffen op. Hij is een ruw en onbeschaafd man, doch weet zich in gesprekken een tijdje aan te passen door een soort ’gemanierdheid’. Hij is zeer wilszwak: voor alles kiest hij de dichtste en gemakkelijkste oplossing. Hij vertoont weinig echt begrip. Hij weet zijn eigen houdingen niet te motiveren en laat zich veelal leiden door moeder die hij intellectueel de meerdere weet. Door zijn zwakke persoonlijkheid ging hij geregeld materieel achteruit. Het gezin kende een hele tijd hoge welstand, maar door zijn drinken en uitgaan waren ze verplicht huizen en een grote kermisattractie te verkopen. Hij reist nu de kermissen af met een oude kermisattractie.

Alhoewel men hem moreel niets te verwijten heeft, is hij tegenover zijn kinderen veel te breed en te toegevend. Hij laat hen in alles hun gang gaan en treft nooit sancties. Hij doet alles om hun gedrag goed te praten en loopt alles na om hun verkeerde handelwijze bij derden goed te maken. Hij verwaarloost in feite zijn kinderen.

Vaderlijke grootvader: overleden op 73 jaar. Hij leefde voor zijn gezin. Is gestorven aan indigestie.

Vaderlijke grootmoeder: overleden op 60 jaar aan kanker

Ooms en tantes: twee ooms waren er een gestorven is bij een ongeval. Twee tantes.

Moeder: zij stamt af van ’chic’ volk. Haar moederlijke grootvader was notaris en haar vader had een zelfstandige handel. Het is een ondernemende vrouw die het gezin in feite leidt. Zij is eerbaar, intelligent en oprecht. Het is onloochenbaar dat zij in alles de vader de meerdere is en zij laat dit blijken in haar gesprekken. Zij heeft ook gestudeerd en heeft onder andere een diploma in steno-dactyli. Zij was gedurende zes jaar bediende bij een bank. Zij gebruikt nog veel Franse woorden. Haar gesprekken zijn hoogstaand, maar haar handelwijze en huishouden zijn die van een foorvrouw: zelden zagen we zulke rommelige plaatsen en zulke vuile manieren van eten.

Door het reizend leven kon ze ook weinig aan degelijke opvoeding doen. In tegenstelling tot de vader kan ze wel optreden, doch ze is steeds te laat en haar sancties bestaan in roepen en dreigen in plaats van in effectief handelen. Zij laat alles toe tot de maat overloopt. Ze is bekommerd om de decadentie van haar familie en gezin te verbloemen en schrijft alles toe aan omstandigheden buiten haar om. Zo verklaart ze de afwijkende handelwijze van Estella en de reden waarom ze niet verder studeerde in het auto-ongeval waarbij Estella betrokken was.

Moederlijke grootvader: overleden op 84 jaar.

Moederlijke grootmoeder: zij leeft nog, maar lijdt aan aderverkalking. Zij woont bij familie. Zij schreef steeds de notarisakten voor haar vader.

Ooms en tantes: twee halfbroers waarvan een overleden die een neurasthenieker was en een is controleur bij de tram.

Broers en zusters: Zij heeft een oudere zus die op zeer jonge leeftijd trouwde met een man van lagere afkomst. Dit huwelijk is helemaal ontspoord en de zus houdt een danscafé open.

Dan zijn er nog twee jongere broers. De oudste is dertien jaar oud en is een onbeschaamde vlegel. Hij verandert van school als het hem past en blijft af en toe enkele dagen thuis.  Hij gaat ook al of café, soms tot 1 1/3 ’s morgens.

De jongste is zes jaar. Hij is gezond en normaal.

B. Individuel anamnese

Zwangerschap en geboorte verliepen normaal. Estella woog 3,3 kg en was goed gezond. Toen ze drie weken oud was kreeg ze een infectie aan de luchtwegen. Zij diende in allerijl opgenomen te worden in het hospitaal waar ze zuurstof kreeg en enige tijd speciaal verzorgd werd. Verder verliep alles goed. Zij is wel hardhorig.

Daar de ouders foorreizigers waren, werd ze toevertrouwd aan de moederlijke grootmoeder. Aanvankelijk bezocht ze de gemeenteschool, waar ze goede resultaten behaalde. Toen ze 10 jaar was ging ze naar het internaat van de Dames van Maria te Aalst en daarna te Enghien om Frans te leren, Nog later werd ze als interne geplaatst in het tehuis voor kinderen van foorreizigers te Ouderghem bij Brussel.

Estella kon nergens lang blijven. Ze begon steeds met veel ijver, maar hield het nergens vol. Zij vroeg nu eens om een kappersopleiding te volgen, wat werd toegestaan, maar waar ze evenmin kon aarden. Dan weer vroeg ze om naar de academie voor tekenen en schilderen te gaan, maar ook dit zonder resultaat. Zij had de mogelijkheid en de gelegenheid om verder te studeren, maar haar gedrag was van die aard dat alles op een mislukking uitliep.

Zij was vroegrijp. Reeds op 14 jarige leeftijd kwam een jongen die ze in Brussel op de foor had leren kennen, haar thuis opzoeken. In juni 1962 leerde ze V. Roger kennen. Zij zochten elkaar bijna dagelijks op en hadden regelmatig geslachtsbetrekkingen. Ze was tot alles in staat om Roger te bereiken. Zo reisde zij eens met de 100 frank die ze had gekregen om naar de tandarts te gaan, met de trein naar de woonplaats van Roger.

In december 1962 was ze het slachtoffer van een auto-ongeval. Zij werd tien meter ver geslingerd en kwam met haar hoofd tegen een muur terecht. Zij verbleef acht dagen in het stedelijk hospitaal.

In december 1963 vernam de moeder dat Estella zwanger was. Hierdoor rezen er moeilijkheden in het gezin en Estella ging bij haar oudere zus wonen. Haar moeder legde hierop een klacht neer bij de Kinderrechter. Estella weigerde te voldoen aan de voorwaarden die die Kinderrechter oplegde, namelijk Roger slechts één keer in de week zien en een einde te stellen aan de seksuele betrekkingen. Ook weigerde ze naar huis terug te keren. De Kinderrechter plaatste haar in Stella Matutina te Sombeke. Roger kwam er haar twee maal ’s avonds stiekem opzoeken tot een van de nonnen gerucht hoorde en raadde wat er gebeurd was. Aangezien Roger zei dat geen afstand hem van Estella kon scheiden, werd Estella toevertrouwd aan het Rijksopvoedingsgesticht te Brugge.

Persoonlijkheid

Estella is een ongemanierd en lomp meisje. Zij is zwijgzaam en enorm bezorgd zich niet te vlug bloot te geven. Van jongsaf werd door haar moeder ingepompt nooit veel aan andermans neus te hangen. Zij is zeer teruggetrokken en zij knoopt moeilijk vriendschap aan. Zij is weinig gedienstig en weinig werkzaam. Er zijn weinig reacties op toestanden of mededelingen die zelfs haar diepste zijn aanbelangen.

Zij is helemaal op zichzelf gericht. Ze heeft geen vriendinnen. Buiten haar familie en Roger gaat haar interesse niet buiten de grenzen van haar eigen Ik. Ze houdt van stille bezigheden, zij schildert heel graag en verslindt boeken, vooral boeken over liefde. Alhoewel moeder en dochter veel van elkaar houden, is er van een echte binding geen sprake. Voor Estella was haar moeder ten andere lange tijd de enige beperking tot ’volle vrijheid’. De vader is zeer toegevend en daarom houdt Estella wel van hem, maar ze lacht met zijn beperktheid, met zijn drinken en zijn ongevallen. Ze heeft niet de minste achting voor haar vader. Met haar broer en zuster leeft ze in een toestand van ’mutuele verdediging’.

Met haar verloofde heeft zij een driftverhouding. Beiden zijn egoïstisch en geen van beiden is bereid voor elkaar inspanningen te doen. Vooral Roger is bitter jong en tegen weinig bestand. Hij laat gemakkelijk de moed zakken, schrijft haar weinig en heeft geen enkel ernstig toekomstinzicht of -plan. Hij ging zelfs niet in op het initiatief van de Kinderrechter om vervroegde militaire dienst te doen zodat hij zou kunnen trouwen.

Mijn commentaar

Een meisje van bijna 17 jaar dat wegens geslachtsbetrekkingen met haar verloofde terechtkomt in een gesloten instelling. In onze tijd is dit onvoorstelbaar. Dit bewijst hoe tijdsgebonden de maatregelen zijn die bij wet zijn vastgelegd. Bij dit soort bevindingen vraag ik me altijd af wat men over vijftig jaar over onze tijd onvoorstelbaar zal vinden.

Bij deze casus wil ik ook mijn bedenkingen weergeven over de maatschappelijke rapporten die over deze gezinnen worden gemaakt. Dit geldt nog steeds. Over de vader en de moeder wordt een vrij negatief beeld opgehangen. Dit is de beoordeling van de  maatschappelijk werkster. Maar waar baseert zij zich op? Hoe vaak heeft zij die vader en die moeder gezien? Waar heeft zij haar informatie gehaald? Soms heb ik de neiging dit soort rapportages te zien als door de overheid gesubsidieerde roddelpraatjes. Je vraagt je af waarom men het belangrijk vond te vermelden dat een verre oom tramconducteur was, een andere een neurasthenieker en een grootmoeder lijdt aan aderverkalking.

Als ik over mijn cliënten zo’n rapport onder ogen kreeg, moest de opsteller mij altijd verduidelijken waarop hij of zij zich baseerde. Diagnose moet gebaseerd zijn op concrete feiten, waarvan ook de frequentie en de intensiteit bekend moeten zijn. Ik wilde ook graag de bron weten die hen die informatie heeft verschaft. Soms komt de informatie van een buurvrouw of van de wijkagent die het ook heeft van horen zeggen. Het is niet omdat een maatschappelijk werkster het op papier zet, dat het daarom objectieve diagnostische waarde heeft.

Om de kritiek op diagnostische rapportage te voorkomen, hanteerde ik het principe dat diegene die de diagnose stelt, ook de hulpverlener moet zijn. Een diagnose wordt gemaakt in een vertrouwensrelatie. Helaas zien we dat na de diagnose de cliënt wordt doorverwezen naar een volgende instantie. In de beleving van de cliënt is dit een vertrouwensbreuk. Het voordeel van mijn werkwijze is dat de diagnose altijd bijgesteld kan worden als nieuwe informatie beschikbaar wordt. De diagnose eindigt als de behandeling beëindigd is. Een ander voordeel is dat de diagnosticus nu ook zijn verantwoordelijkheid moet opnemen. Vaak zien we dat een prachtige diagnose wordt gesteld met heel wat aanbevelingen, maar daarna is er niemand om dit uit te voeren.

Bij deze familie zie je dat van moederszijde in drie generaties de standing daalt van notaris tot kermisvrouw. Meestal is het omgekeerde het geval. Bij mijn eigen familie zag ik op de stamboom die gaat tot de zestiende eeuw, dat een hele tak tot een hogere stand komt zodra er een is die een hogere opleiding heeft gevolgd. Daarna zijn vrijwel alle volgende generaties op die tak van de stamboom ook sociaal beter gesitueerd. Sociale mobiliteit is daarom een belangrijk voordeel voor de samenleving. 

Estella kon al van kleins af aan nergens aarden. In plaats van dit te zien als een gedragsstoornis bij het meisje, kan dit gedrag verklaard worden doordat haar ouders foorkramers waren die van het een naar het andere dorp trokken. De ouders hebben het te druk met hun werk tijdens de kermissen. Op kermissen komen veel jongelui, zodat Estella al heel vroeg contact had met jongens. Als ze zwanger is, wordt nogal onverstandig gereageerd door eisen te stellen die niet haalbaar zijn en door haar te plaatsen in een internaat. In deze tijd zou, afhankelijk van de keuze van het meisje, ofwel abortus worden gepleegd, ofwel zou ze tijdelijk terecht kunnen in een opvangcentrum voor alleenstaande moeders, totdat met haar verloofde een andere oplossing gevonden kan worden. Grappig is natuurlijk dat haar verloofde in een tehuis met nonnen Estella ’s nachts komt opzoeken. Wat zouden die nonnen gehoord hebben? Stonden ze met z’n tienen aan de deur te luisteren?

De omstandigheden waarin Estella is opgegroeid verklaren haar gedrag in het rijksopvoedingsgesticht. Deze instelling stelt aan dit vrijgevochten meisje onmogelijke eisen. Dat ze weinig gedienstig is en weinig werkzaam lijkt mij daarom een onrechtvaardige etikettering. Dat ze daar helemaal op zichzelf gericht is, is al te begrijpelijk. Thuis heeft zij weinig anders gezien. Dit is een vrijgevochten meisje dat haar plan zal weten te trekken. De kinderbescherming moet hier gewoon haar met rust laten. Hoeveel hulpverlening is in feite niet overbodig? Ook in de huidige tijd! En gaat dit niet te koste van diegenen die intensieve hulp heel hard nodig hebben?

Estella werd als zwanger meisje opgenomen in het Rijksopvoedingsgesticht. We lezen in deze rapportage niets over het kind dat daar zou geboren zijn. In die instelling was een aparte leefgroep voor ongehuwde (toekomstige) moeders. Als inspecteur heb ik die leefgroep nog gezien, maar toen ik er directeur werd was die afdeling al opgegeven. Een observatie is mij altijd bijgebleven. In de tijd dat nonnen het rijksopvoedingsgesticht beheerden, bevielen de meisje in de inrichting. Daar hadden de nonnen iets heel pervers op bedacht, want deze meisjes hadden namelijk zwaar gezondigd en boete moest volgen. De kamer om te bevallen, met de nodige apparatuur en een bevallingstafel met metalen beensteunen, was gesitueerd midden de leefgroep, enkel gescheiden door glazen deuren van de rest van de woonruimte. Die apparatuur stond er nog als ik op inspectie kwam. Als tijdens een bevalling het meisje huilde en schreeuwde, konden alle anderen het helemaal meebeleven. Dat moet een verschrikkelijke ervaring zijn geweest, vooral omdat de andere meisjes geen mogelijkheid hadden die plaats te ontvluchten


Introductie

Homepage

© Juliaan Van Acker 2017