http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

Godelieve

(Medico-psychologisch observatieverslag opgemaakt in mei 1953. Godelieve was toen 17 1/2 jaar)

Godelieve werd op 12 oktober 1935 geboren te Cébazat in Frankrijk. Op 6 mei werd ze aan het instituut St.-Margaretha van Cortona toevertrouwd door de kinderrechter van Antwerpen.


Familiale voorgaanden

Vader: geboren in 1893, was afkomstig uit een Frans schippersgezin. In 1914-18 diende hij in het vreemdelingenlegioen en deed er malaria op. Als schipper leverde hij goed werk, doch was verslaafd aan drank en vrouwen. Hij was een vechtziek man en zelden heerste er vrede in het gezin. In 1938 werd hij opgenomen in het psychiatrisch hospitaal te Clermont (Frankrijk) waar hij in 1941 overleed. Hij leed aan hallucinatorische psychose en overleed ten gevolge van een acute darmontsteking.

Moeder: geboren in 1910, is eveneens afkomstig uit een schippersgezin. In 1930 huwde ze. Haar man was zeventien jaar ouder en ze kende hem nauwelijks. De acht huwelijksjaren die ze met hem doorbracht, waren niet gelukkig. Toen haar man in een inrichting diende opgenomen te worden, vervoegde ze haar familie in Antwerpen, samen met haar drie kinderen. Zij verbleef enkele maanden bij haar broer, ging dan op een gemeubelde kamer wonen en voorzag in haar onderhoud door als werkvrouw uit werken te gaan.

In 1943 hertrouwde ze. Sedertdien verzorgt zij het eigen huishouden. Moeder zou een zeer goede gezondheid genieten, hoewel ze verscheidene miskramen had. Gedurende de periode dat haar tweede man veel dronk, leed ze aan zenuwoverspanning.

Stiefvader: hij is geboren in 1913 en sedert 1932 havenarbeider. Gedurende de eerste huwelijksjaren dronk hij veel, thans is dit verbeterd. Hij is goed voor vrouw en kinderen, alhoewel hij voor de kinderen uit het eerste huwelijk meer onverschillig staat. Hij geniet een goede gezondheid. Zijn beide ouders zijn overleden.


Kinderen:

- Louise: geboren in 1932 en sinds 1950 gehuwd. Is steeds van goed gedrag geweest. Ze houdt regelmatig contact met thuis, maar leeft thans in slechte verstandhouding met Godelieve. Ze is niet sterk. Ze had reeds een ontsteking in de buik en ondervindt telkens moeilijkheden in de periode der maandstonden.

- Charles: geboren in 1934. Verliet zijn huis in 1952 om op zee te gaan. Sindsdien kwam hij niet meer thuis. Hij werkt niet graag en leefde in slechte verhouding met zijn stiefvader. Hij is zeer gezond.

- Godelieve: de betrokkene.

Daarnaast nog drie kinderen van de stiefvader:

- Arthur: geboren in 1944. Stierf zeer jong.

- Jeanne: geboren in 1946. Is schoolgaande. Is zeer zenuwachtig en teer. Verbleef reeds in een schoolkolonie.

- Annie: geboren in 1949: is schoolgaande en goed gezond.


Huisvesting

Het gezin betrekt vier plaatsen der eerste verdieping van een huurhuis. De woning is goed onderhouden.


Grootouders langs vaderszijde

De grootouders waren schippers. Zij hadden zes kinderen, drie jongens en drie meisjes. De dochters zijn gehuwd en twee zonen zijn arbeiders. Over deze familie is weinig geweten daar alle contact sinds 1938 verbroken werd.


Grootouders langs moederszijde

Grootvader was schipper. Hij stierf in 1940 op 65-jarige ouderdom ten gevolge van een beroerte. Zijn gedrag was goed. Grootmoeder is thans 72 jaar oud. Na de dood van haar man is zij hertrouwd en ze verblijft thans met een stiefzoon op een schip. Zij heeft twintig kinderen gehad, die bijna allen jong zijn gestorven. Vijf bleven in leven: de moeder van minderjarige, drie ooms en een tante, waarvan er twee varen.

Volgens Godelieve heeft grootmoeder haar kinderen zeer jong achtergelaten om een andere man te volgen. Door deze wantoestand zou haar moeder mistrouwd zijn. De zuster van de moeder leeft na verscheidene boelingschappen(*) nog steeds in boelingschap samen met haar twee kinderen, in hetzelfde huis als Godelieve.

(*) boelingsschap: overspel

Levensloop van minderjarige

Godelieve stamt uit een schippersgezin van de lagere volksklasse. Nadat haar vader in 1938 in het psychiatrisch hospitaal te Clermont werd opgenomen, kwam zij als driejarig meisje met haar moeder over naar Antwerpen. 

In 1938 werd zij door de Société Française de Bienfaisance samen met haar zus in een home geplaatst, waar zij acht maanden verbleef. De moeder kwam haar zeer dikwijls bezoeken, te veel zelfs naar de mening van de Bestuurster der instelling.

In januari 1941 werden de meisjes opgenomen in het Kindertehuis ’De Twee Gezusters” te Deurne, vanwaar zij in februari 1945, omwille van de evacuatie weer naar huis gingen. Godelieve had in het Instituut regelmatig de lessen gevolgd, maar was slechts een zeer middelmatige leerlinge. De meisjes ontvingen gedurende deze periode regelmatig bezoek van hun moeder. Toen ze negen jaar oud was, kwam het meisje in het gezin van moeder en stiefvader.

Als klein kind was ze erg verwend geworden. Haar stiefvader echter bekommerde zich weinig om de kinderen uit het eerste huwelijk van moeder. Moeder werd weldra onmachtig tegenover het eisende optreden van minderjarige en nam haar toevlucht tot schelden en tieren.

Ondertussen volgde Godelieve de lessen aan de Gemeentelijke Meisjesschool in de Leningstraat te Borgerhout. Daar maakte ze het volledig lager onderwijs door en was een middelmatige leerlinge. Na haar schooljaren ging ze enkele maanden in dienst. Dan werd ze weer thuis gehouden om vervolgens met haar oudere zuster als linnenstrijkster aan het werk te gaan. Ze bleef daar geruime tijd, doch gaf ten laatste geen voldoening meer en trad brutaal op, zodat ze afgedankt werd. Nadien werkte ze gedurende twee maanden in een wasserij. Hier werd ze ontslagen wegens gebrek aan stiptheid en woorden met haar gezellinnen die haar de omgang met K.V. verweten.

Reeds jong mocht minderjarige ’s zaterdags, ’s zondags en ’s donderdags tot twaalf uur ’s nachts uitblijven. Ze had geen vaste vriendinnen en ging veel uit in gezelschap van jongens. Met hen bezocht ze de cinema, herbergen en dancings. Aldus had ze, na een korte verkering met een andere jongen, kennis aangeknoopt met K.V., waarvan ze niet wist dat hij gehuwd was en vader van drie kinderen. Vier maanden lang kwam hij bijna dagelijks in het gezin, doch werd tenslotte de deur gewezen. Zij bleven echter voort publiek verkeren.

Begin 1953 had moeder reeds klacht neergelegd wegens Godelieve’s onwillig gedrag. Daar het meisje met K.V. een nacht was uitgebleven, werd opnieuw klacht neergelegd en werd ze op aanmaning van de Heer Kinderrechter in dienst geplaatst. Maar ook dan gaf ze de verkering niet op. Ze verspreidde zelf het gerucht dat ze zwanger was. Tenslotte werd ze toevertrouwd aan het Instituut St.-Margaretha van Cortona te Antwerpen.


Verstandelijk en psychologisch onderzoek

In verhouding tot een werkelijke ouderdom van 17 jaar bekomt minderjarige bij toepassing van de intelligentietest Wechsler-Bellevue voor de verbale proeven een IQ van 55 en voor het performantiegedeelte 68, hetgeen geen gemiddeld IQ van 57 veronderstelt.

De Terman-Merrill geeft een verstandelijke leeftijd van 9 jaar en 2 maanden of een IQ van 62.

Zij is een debiele met een onevenwichtig profiel der mogelijkheden. Het visueel geheugen, alhoewel onvoldoende, is toch beter dan het auditief geheugen. Er is gebrek aan concentratie, onvoldoende oordeel en beperkte redenering, gebrek aan gezond verstand en logica. Ze heeft een arme woordenschat, woordbegrip en verbeeldingskracht. Ze heeft een zeker inzicht in de levensverhoudingen, doch is sterk egocentrisch gekleurd.

De Szonditest kenmerkt haar als ongedifferentieerd, weinig actief, extraversie, egocentrisch en emotioneel.

Psychomotorisch stemt de ontwikkeling overeen met een ouderdom van 10 jaar en 4 maanden.


Schoolse ontwikkeling

Voor taal bereikt Godelieve een ontwikkelingspeil van het vierde studiejaar lager onderwijs, voor rekenen het derde.

Ze leest tamelijk goed, doch eentonig. Ze geeft zich goed rekenschap van het gelezene.

Alhoewel zeer gebrekkig, kan ze zich schriftelijk toch verstaanbaar uitdrukken. Zij schrijft bijna geen spellingsfouten, doch kan de schrijfwijze niet verklaren.

De tafels van vermenigvuldiging zijn gekend, ook de optelling en de aftrekking met gehele getallen. Vermenigvuldiging en deling zijn meestal foutief. Metriek stelsel en breuken vallen haar te moeilijk.


Handvaardigheid

Met haar psychomotorische geschiktheid van 10 jaar 4 maanden, bezit Godelieve een tamelijk grote onafhankelijkheid tussen de ledematen, ook een zeker coördinatievermogen met de vingers, vooral rechts. Ze laat zich neurotisch gaan ten gevolge van een gevoel van onvermogen, haar gebrek aan veroveringsdrang is opvallend. De uitvoering van de bewegingen is dikwijls geïnhibeerd, gespannen met een groot gebrek aan relaxatie bij vlug werk. Op professioneel gebied kan er weinig worden gezegd.

In de naaiklas paste zij zich moeilijk aan, doch nu gaat ze gewillig naar de les en houdt zich kalm. Voor de werkelijke lessen toont ze echter niet de minste belangstelling. Het enige wat ze vraagt is te mogen breien.


Karakter en zedelijke ontwikkeling

Godelieve heeft een zwakke persoonlijkheid die door verwenning thuis geen enkele sterkte heeft kunnen verwerven en zodoende tegen geen frustraties is opgewassen. Zij verkeert in een karakterneurose, welke bij haar hysterische aanleg tot een van de sociaal onverdraaglijkste vormen mag genoemd worden. Zij is sterk egocentrisch ingesteld met weinig differentiatie. Zij heeft slechts een geringe morele aanvoeling; de effectiviteit ervan is ingeklemd zodat van psychopathisatie-toestand mag gesproken worden. Zij heeft een extraverte instelling, alsmede een mate van zelfbewondering en zelfgenoegzaamheid.

Voor het kindje dat ze verwacht kan ze moeilijk geïnteresseerd worden. Alle complexiteit heeft zich sadomasochistisch gefixeerd. Zij is fataal verstrikt in een dualisme met K.V., die waarschijnlijk zelf een psychopaat is. Ze kan er niet van los, hoewel ze dit in ogenblikken van bezinning wel zou willen.

Godelieve is een flauw, opvliegend, weinig vriendelijk meisje, dat alles doet om de aandacht op zich te trekken en waar men gedurig mee bezig zou moeten zijn. Zij is onverdraaglijk in het gezelschap, gehoorzaamt niet en wordt door de leerlingen niet graag gezien.


Besluit

(1) Daar minderjarige zwanger is en zich bovendien schrap stelt tegen elk opvoedend ingrijpen, ware het wenselijk haar over te brengen naar een moederhuis. Vermits ze in dat kader geen uitzondering zal kunnen uitmaken, kan het mogelijk zijn haar toch een zekere karaktervorming mee te geven.

(2) Haar onverschilligheid tegenover het komende kind kan tegengewerkt worden door bij het bestaande dualisme ook het kind te betrekken: de eenheid in de liefde is drie, zodat in dit kind ook de verlangde man kan worden geprojecteerd. Er moet getracht worden een zekere gevoelsoverdracht te scheppen.

Ondergetekend door:

De sociaal assistente, de directrice (Mère Philomène) en de medisch psychiater.


Opmerkingen 

Wat opvalt in dossiers van deze tijd is de nadruk die wordt gelegd op medische gegevens van de minderjarige zelf en van familieleden, tot de grootouders toe. De oorzaken van de gedragsproblemen bij de minderjarige worden gezocht in biologische en/of erfelijke factoren. Dit heeft als gevolg dat de karakterbeschrijving van dit meisje een opsomming is van stabiele karaktertrekken zonder oog voor de wisselwerking met de omgeving. Er wordt weliswaar iets gezegd over de verwenning vroeger thuis, maar de toestand nu wordt gezien als psychopathisch, dus een ziekte van de geest.

De beschrijving van het karakter en de besluiten over de behandeling zijn puur flauwe kul. Er was nog een hele weg te gaan naar een serieuze therapeutische benadering en naar systeemdenken.

Toen ik zelf directeur werd van een gesloten inrichting probeerde ik, samen met mijn medewerkers, vast te stellen wat het concreet betekende om bijvoorbeeld het opvliegend karakter te verbeteren. Als de psycholoog zei ’Zij moet meer structuur worden geboden’, dan wilde ik weten wat de groepsleider die samen met Marieke de afwas doet, moest zeggen en doen om structuur te bieden. Kortom, het gaat erom abstract therapeutisch jargon te vertalen naar dagelijkse interacties. Diegenen die rechtstreeks contact hebben met de minderjarigen en dus het meest invloed hebben (dit zijn de echte behandelaars en niet de gedragswetenschappers), weten dan precies hoe met hen om te gaan om de therapeutische doelen te bereiken.

Opvallend is ook dat dit weinig intelligente meisje vrijwel zonder spellingsfouten kan schrijven. Bij andere minderjarigen die verderop worden beschreven, is dit ook het geval. Het spellingsonderwijs was in die tijd blijkbaar stukken beter dan nu, want veel universiteitsstudenten kunnen tegenwoordig niet meer correct schrijven.


Introductie

Homepage

© Juliaan Van Acker 2017