http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

Jeanne

 ( verslag opgemaakt in 1954, Jeanne was toen 15 jaar 5 maanden)

Verslag opgemaakt door het ’Medico-psychogische Kliniek & Heropvoedingsinstituut voor Meisjes  St.-Margaretha van Cortona’ te Antwerpen.

Familiale voorgaanden

Vader: 42 jaar, zou een goed en werkzaam man geweest zijn. Jeanne meent dat hij werkte op een bureel. In het begin van de oorlog, namelijk op 31 mei 1940, werd hij neergeschoten ten gevolge van een tragische vergissing: toen hij uit een kelder kwam, werd hij door een Belgisch soldaat als Duitser aanzien.

Stiefvader: 42 jaar, is mechanieker van beroep en is een werkzaam man. Hij verzekert zijn gezin een zekere welstand. Op zijn gedrag valt echter heel wat aan te merken. Hij werd eerder veroordeeld wegens zware diefstal. In oktober 1950 werd hij omwille van aanranding op de eerbaarheid van zijn stiefdochtertje veroordeeld tot vijf jaar ontzetting. Hij zou betrekkingen onderhouden met een vriendin.

Hij onderging een heelkundige bewerking wegens appendicitis, klaagt over pijnen aan de rechterzijde. Men vreest voor kanker.

Hij zou tamelijk verkwistend zijn en zeer jaloers en wrokkig tegenover de kinderen uit het eerste huwelijk van zijn vrouw. Jeanne zei hierover: ’Als ons ma iets wil kopen voor ons, koopt hij vlug iets duur, want iets klein of goedkoop wil hij niet, zodat het nodige geld er voor ons niet meer overschiet’.

Moeder: 42 jaar oud, werd eens veroordeeld wegens beledigingen en dronkenschap, doch is niet bepaald ongunstig gekend. Wel is zij zeer lichtgelovig en niet opgewassen tegen haar dochter. In 1932 huwde zij met haar eerste man, die echter acht jaar later overleed. Haar tweede huwelijk was minder gelukkig. Voor haar pleit dat, toen Jeanne zich bij haar beklaagde over de stiefvader, zij klacht neerlegde tegen haar man.

Sinds jaren lijdt zij aan een hartziekte en een galaandoening.


Kinderen

A. Uit het eerste huwelijk van de moeder:

1. Arthur, geboren in 1932, volgt een opleiding voor lasser. Hij heeft zwakke longen. Vroeger verstuikte hij een voet en hij ondervindt hiervan nog steeds last. Omwille van een enigszins moeilijke verhouding met zijn stiefvader, verbleef hij veel bij de grootouders langs vaderszijde. Hij zou zich bekommeren om het lot van zijn zuster, waartegen hij op aanraden van zijn grootvader klacht neerlegde.

2. Jeanne, de minderjarige.


B. Uit het tweede huwelijk van moeder:

Drie kinderen die allen een slechte spijsvertering hebben en ze zijn gemakkelijk aan buikpijnen onderhevig.

1.Adhemar, geboren in 1942.

2. Julien, geboren in 1946.

3. Joseph, geboren in 1948. Hij maakte op driejarige leeftijd een zware pleuritis door.


Huisvesting

Tijdens de korte tijdsspanne van de vlucht voor de Duitsers in 1940 werden huis en meubelen vernield. Het gezin moest noodgedwongen een tijd verblijven bij familie van moeder.

Thans wonen ze ver van de bewoonde agglomeratie in een woning waar op hygiënisch gebied wel een en ander op aan te merken valt. Zij zou echter ruim genoeg zijn. Jeanne beschikte over een eigen kamertje.


Grootouders langs vaderzijde

Grootvader is ongeveer 70 jaar oud. Hij heeft weinig contact met de familie van zijn zoon. Hij is een fors gebouwde man, die vroeger als chauffeur werkzaam was bij welstellende mensen en alzo op zijn beurt een zekere welstand verwierf.

Grootmoeder is reeds jaren geleden overleden ten gevolge van leverkanker.

Grootouders langs moederzijde

Grootvader is levend verbrand tijdens de eerste wereldoorlog. Nadere inlichtingen ontbreken.

Grootmoeder overleed ten gevolge van een hartziekte.


Familie

Langs moederszijde heeft de minderjarige nog twee ooms en twee tantes, die allen gehuwd zijn. Tante Eugenie is betrokken bij de zaak van de minderjarige, die reeds veel bij haar verbleef toen deze nog een slagerswinkel had. Nadat haar man door verdrinking de dood had gevonden, opende deze tante een café en nam Jeanne als hulp bij zich. Zij heeft een hartziekte.

Drie tantes zouden tamelijk jong gestorven zijn.


Familie van de stiefvader

Hij verloor zijn vader tijdens de eerste wereldoorlog. Moeder hertrouwde. Zij zou een zwaarlijvige en zeer gierige vrouw zijn. Een zoon uit het tweede huwelijk ging als vrijwilliger naar Korea.


Levensloop van de minderjarige

Na een normale zwangerschapsperiode kwam Jeanne als een gezond meisje ter wereld. Tijdens haar kinderjaren maakte ze mazelen, kinkhoest en mol door. Later zou zij ook last hebben van keelpijn, zwakte in de rug, veelvuldige buikpijnen en galaandoeningen. Ze zou éénmaal thuis het bewustzijn verloren hebben. Haar amandelen werden uitgehaald en ze onderging een operatie wegens appendicitis. 

Eén jaar oud verloor het meisje haar vader reeds. Zij werd verder opgevoed bij moeder die in 1941 opnieuw in het huwelijk trad. Jeanne was toen bijna drie jaar oud. Zij verbleef van dan af reeds zeer veel bij haar tante Eugenie, die geen kinderen had en haar nichtje dan ook erg verwende. Ook haar eigen moeder was zeer toegevend voor haar enig dochtertje.

Jeanne volgde lessen bij de Eerwaarde Zusters van Liefde tot juli 1953. Omwille van ongesteldheden was zij vooral gedurende de laatste drie jaren een onregelmatige leerlinge. Zij legde zeer weinig vlijt en belangstelling aan de dag en bleek ten andere weinig begaafd. Nochtans wist zij tot het achtste leerjaar te geraken. Op haar gedrag was weinig aan te merken.

Ondertussen echter was het tweede huwelijk van haar moeder een ware ramp geworden voor het meisje, dat reeds op tienjarige leeftijd door haar stiefvader lastig gevallen werd voor geslachtsbetrekkingen. Daarom zocht zij dikwijls haar  toevlucht bij haar tante en diens man.

Na het einde van de leerplicht bleef de minderjarige een tijdje thuis wegens ziekte. Daarna werkte zij in een fabriek te Eeklo, waar ze na enkele maanden wegens werkgebrek ontslagen werd. Zij trad dan in dienst bij een tandarts, waar ze een drietal maanden verbleef.  Zij zou er ingestaan hebben voor het openen van de deur, het aannemen van de telefoon en ze mocht ook een handje toesteken bij het koken. Ze was hier heel graag en was zeer fier op haar werk en omgeving.

Onder voorwendsel dat Jeanne’s moeder zwaar ziek was en het meisje dus thuis nodig was, kwam haar tante haar hier echter weghalen. Na de dood van haar man had zij een café overgenomen en nu wenste zij haar nichtje, dat reeds het voorkomen had van een volwassen vrouw, als hulp. Goedhartig en lichtzinnig als deze was, nam zij haar intrek bij haar tante, zonder haar thuis hiervan te verwittigen. Samen bezochten zij andere herbergen en hier en bij haar tante kwam Jeanne in mannengezelschap. Het kwam tot aanrakingen. Een van die mannen was zelfs zo brutaal en ruw dat hij haar kousen stuk trok. Ook kwam ze enkele malen tot geslachtsverkeer.

In mei 1954 werd zij door de Heer Kinderrechter, ingevolge klacht van haar broer, geplaatst in het Instituut O.L. Vrouw van Barmhartigheid te Gent. Een week later werd zij door de onderzoeksrechter gedagvaard en bij de terugkeer van het Justitiepaleis wist zij de vlucht te nemen. Zij hield zich schuil in het schuurtje bij moeder, die haar ’s anderendaags per taxi terugbracht. De volgende week deed zij een nieuwe poging tot ontvluchting: om half twaalf ’s nachts trachtte zij te ontkomen langs een venster der tweede verdieping. Dit mislukte echter en ze liep een rechter polsbreuk op die verzorging vergde in het Bijlokehospitaal te Gent. In het instituut zonderde zij zich af van anderen. Ze bleef in beperkt gezelschap alhoewel ze zeer babbelziek was. Zij kreeg nooit bezoek, maar toch bekommerde moeder zich erg om haar. Daar ze bleef spreken van ontvluchten, werd zij tenslotte op 29 juni overgebracht naar het Instituut St.-Margaretha van Cortona.


Fysiek onderzoek

erfelijke antecedenten: moeder veelvuldig dronken; lijdt aan hart- en galaandoening

persoonlijke antecedenten: eerste kindsheid: mazelen, kinkhoest, mol; tweede kindsheid: keelpijn, zwakte in de rug, veelvuldige buikpijn, galaandoening

gestalte: 1,50 m. 69,90 kg.

puberteit: ontmaagd

Verstandelijk en psychologisch onderzoek

Bij toepassing van de Wechsler-Bellevue-schaal geeft ze een I.Q. van 71 in het verbale gedeelte en 87 in het performantiegedeelte, wat voor het totaal een I.Q. geeft van 76.

Ze ligt dus aan de grens van de debilitas menties en lijdt aan een gebrek aan concentratievermogen en kritisch oordeel. Haar intellectuele interesse is zeer beperkt en het mangelt haar aan autokritiek. Ze bezit slechts een middelmatig onderscheidingsvermogen en opmerkingsgave, terwijl haar begrip voor sociale aangelegenheden onvoldoende is.

De visueel-motorische coördinatie is onvoldoende.

De Terman-Merrillproef kent haar in verhouding tot haar chronologische leeftijd van 15 jaar 8 maanden, een verstandsleeftijd tot van 8 jaar 10 maanden, wat overeenstemt met een I.Q. van 60. Volgens deze test komt ze dan bij de debielen terecht. Haar profiel is onevenwichtig: haar visueel-, auditief- en cijfergeheugen zijn zeer beperkt. Haar abstraheringsvermogen is ontoereikend. Haar verbeelding is zwak en ze snapt heel moeilijk wat met haar vraagt. Ze is vriendelijk, vrolijk en niet uiterlijk oppositioneel.

Het Rorschachbeeld: toont haar als gecoarteerd met weinig verbeelding en stereotypie in de ideeën. Er bestaat een kleurschok, alsook angstgevoelens en een zekere sensualiteit. Ze wordt beheerst door de onderste lagen van de persoonlijkheid. Het Szondibeeld kenmerkt haar als eerder passief vrouwelijk met angstgevoelens. Het Ik is gedesintegreerd en ze is op zoek naar nieuwe objecten, nadat zij zich losgemaakt heeft van het oude.

In de test van Koch zien we haar als een depressief wezen dat gevoelig en kwetsbaar is, af en toe heftig reagerend of woedend, ofschoon ze meestal geremd is. Er bestaat intellectuele onvolgroeidheid. Ze heeft neiging tot kritiseren. Ze is een kinderlijk wezen met een zekere belevings- en verkenningsnood. Ze wil goed voorkomen.

De motorische test van Ozeretski geeft haar een motorische leeftijd van 11 jaar 3 maanden.


Schoolse ontwikkeling

Haar schoolse ontwikkeling staat op het peil van het derde studiejaar. Ze schrijft nagenoeg zonder fouten, maar met een gebrekkige stijl. Haar uitdrukkingsmogelijkheden zijn niet groot. Ze is zeer zwak voor wiskunde en verontschuldigt zich door te zeggen dat ze alles vergeten is. Ze slaagt er niet in de vier hoofdbewerkingen juist op te lossen. Vraagstukken oplossen kan ze niet meer.

Haar aardrijkskundige kennissen zijn zeer vaag, hoewel ze verklaart dat ze dit gaarne leert. Ze herinnert zich de namen van steden en provincies en kan ongeveer hun ligging aanduiden. Van geschiedenis weet ze nog enkel wat over de laatste twee wereldoorlogen. Ze is werkzaam en gewillig in de klas, maar vlug prikkelbaar en zenuwachtig. Ze kalmeert echter vlug als ze goed wordt aangepakt.


Handvaardigheid

Ze is motorisch verachterd voor de ledematen. Er bestaat een gebrek aan onafhankelijkheid voor de coördinatie en een neiging om de aangenomen houdingen te behouden. Er is geen grote ideomotorische voorstelling en weinig planmatigheid, noch organisatie met een zeker gebrek aan geduld. Ze wil effect maken en is tevreden over haar fysieke schoonheid. Ze wil de aandacht trekken, maar er is geen echte overwinningsdrang. 

Voor de naad heeft Jeanne een middelmatige bekwaamheid. Door haar eigenzinnigheid om niet te willen opletten of goed een uitleg in haar te laten doordringen, verliest ze veel van wat ze anders zou kunnen verwerken.

In de huishoudklas is ze tamelijk handig, voor bij het koken, wat met zekere oefeningen goed zou kunnen worden. Hoeveelheden en schikkingen moeten haar bijgebracht worden. Van de theoretische kennis welke zij bezit, weet ze het waarom.

Ze beschikt over weinig praktische kennis zowel in de strijk als in de was. Zij kent de principes niet en evenmin de volgorde en bewegingen. Haar eigen gerief verzorgt ze beter dan een opgelegde taak.

Bij het onderhoud houdt ze niet van grof werk. Tijdens een taak werkt ze door, doch eenmaal gedaan trekt ze zich terug en begint een gesprek met haar medeleerlingen.


Karakter en zedelijke ontwikkeling

Fysiek groflijnig type, dismorf en gedrongen. Ze is zeer beïnvloedbaar en laat zich gemakkelijk bepraten. Het affectief contact is goed. Er is een neiging tot etaleren, zich bewonderen en ook zich te doen gelden, zij het dan nog maar in zeer weinig doordachte mate.

Ze reageert emotioneel. Huilt makkelijk. Zij is aan de andere kant eerder passief dan actief, met een primaire functie. Ze dient gerangschikt bij de nerveuzen (typologie van Heymans). Ze is kinderlijk en onvolgroeid. Er bestaat bij haar zeker een ethische aanleg, die de prognose voor haar gunstig maakt. Ze is eerder extravert, met een relatief goede aanpassing aan de omgeving.


Besluit

Jeanne behoeft uitbouw van haar persoonlijkheid. Het zou interessant zijn dit op een rechtstreekse manier te doen, omdat ze sterk intentioneel is en de ethische kwaliteiten ervoor bezit. Die uitbouw zou er in bestaan telkens gedurende een paar maanden een ethische kwaliteit te bewerken.

Naargelang ze meer karakter krijgt en meer over die positieve kwaliteiten beschikt, zou haar een meer verantwoordelijke post in het instituut kunnen worden gegeven, bijvoorbeeld haar na een jaar de kans geven groepsleider te worden.

Jeanne verlangt coiffeuse te worden. Men zal trachten haar dit beroep in de loop van haar verblijf in ons instituut aan te leren.


Getekend door de Sociale Assistente, de Directrice (Mère Philomène) en de Medische Psychiater.


Mijn commentaar

Dit ongelukkig meisje was al op tienjarige leeftijd het slachtoffer van incest. De thuissituatie was voor haar niet veilig en dat al op zeer jonge leeftijd. Door haar moeder werd zij verwaarloosd. Tijdens haar verblijf in het instituut kreeg ze zelfs nooit bezoek. Haar tante die haar verwende, bleek haar uiteindelijk voor eigen gewin in te zetten. Om die laatste reden werd het meisje uit een omgeving gehaald, namelijk een werkgever waar ze gelukkig was, die een positieve ontwikkeling had mogelijk gemaakt.

Het grote probleem bij de aanpak van dit meisje is dat de residentiële plaatsing niet echt een beter alternatief biedt. Het begint met een destructieve diagnostiek, waarin vooral de problemen en zogenaamde tekortkomingen belicht worden. Wat de suggesties voor de behandeling betreft, komen we weinig te weten: bij „een ethische kwaliteit bewerken” kunnen we moeilijk iets voorstellen. De groepsleidsters of andere hulpverleners in de instelling zullen niet weten wat ze concreet moeten doen om die doelstelling te bereiken.

Uiteindelijk moet dit meisje overgeplaatst worden naar een gesloten inrichting voor de meest problematische meisjes en dit ondanks de gunstige prognose in bovenstaand rapport.

Dit is geen kinderbescherming meer, maar een continuering van een problematische opvoedingssituatie. We zouden kunnen stellen: van een problematisch gezin naar een problematische hulpverlening (de titel van een artikel dat ik in 1980 in het Tijdschrift voor Orthopedagogiek heb gepubliceerd).

Wat zou hier een beter alternatief geweest zijn? De behandeling moet aansluiten bij de talenten die bij elke mens aanwezig zijn. Misschien was het mogelijk geweest terug contact te zoeken met haar vorige werkgever, die haar aangepaste en leuke taken gaf. Op die manier kon ze in haar eigen omgeving blijven en toch beschermd worden tegen ongunstige invloeden, op voorwaarde dat er regelmatig toezicht is op de relatie met haar moeder.

Deze casus werpt licht op een probleem waar de jeugdhulpverlening nog steeds mee worstelt: wanneer ingrijpen in de thuissituatie? Wanneer is het kind echt in gevaar? De afgelopen jaren zijn verschillende kinderen overleden ten gevolge van langdurige en zware mishandeling en verwaarlozing, soms in gezinnen waar de hulpverlening al jaren toezicht over houdt. De veiligheid van het kind moet altijd de eerste prioriteit zijn. Precieze richtlijnen om een kind uit de thuissituatie te halen zijn niet te geven. Het moet wel mogelijk zijn om deze gezinnen zeer intensief te begeleiden en dan bedoel ik drie huisbezoeken per week en ook de school erbij betrekken (de leerkrachten kunnen tijdig problemen signaleren). Dit is een dure aangelegenheid, maar de jeugdhulpverlening kan bezuinigen door zelf prioriteiten te stellen. Nu krijgen teveel gezinnen hulp bij problemen die vanzelf overgaan.


Introductie

Homepage

© Juliaan Van Acker 2017