http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

Marie

(Verslag opgemaakt in 1958, Marie was toen 18 jaar)

Medisch-psychologische nota’s betreffende D. Marie, geboren op 15 februari 1940, gedomicilieerd te Diksmuide en afhangende van de jurisdictie van de Kinderrechter te Kortrijk. Opgemaakt door de psychiater en de psycholoog van het Rijkskliniek- en Opvoedingsgesticht te Brugge.

Uit de anamnese stippen wij aan: enerzijds een gefrustreerd affectief leven wegens verblijf in een internaat vanaf de leeftijd van twee jaar; anderzijds een belaste herediteit: de minderjarige is lichtzinnig, evenals haar moeder en grootmoeder. Deze twee factoren, mede haar minderbegaafdheid, verklaren de kleine diefstalletjes van klederen en toiletgerief en het verzeild raken in slecht befaamde café’s. De woedecrises waaraan patiënte soms onderhevig is, zijn niet epileptisch bepaald.

Psychologisch aspect

De intellectuele mogelijkheden van Marie schijnen beperkt, alhoewel het meisje concrete vraagstukken goed begrijpt en vlug tot handeling kan overgaan.

Op karakterieel gebied is de minderjarige vol eigenliefde en zelfzucht. Spontaneïteit en vitaliteit bieden haar de kans om vlug tot actie over te gaan, maar gebrek aan zelfvertrouwen, aan zekerheid en durf, samen met de onbeslistheid tegenover zichzelf maken de minderjarige passief en geneigd naar zittend leven en eentonigheid.

Aanpassingsmoeilijkheden bij Marie worden veroorzaakt door fixatie in een familiaal conflict. Ze schijnt hypochondrisch bekommerd.

Haar hypomaan temperament brengt mee dat Marie beurtelings actief is, goedgehumeurd en vriendelijk, zelfs naïef geestdriftig kan zijn en dan weer terneergeslagen, gesloten, teruggetrokken, met plotselinge angsten waaruit ze poogt te ontsnappen door heftige gramschapsreacties.

Ze wil niet dat haar pulsionele behoeften bewust worden en neemt haar toevlucht tot dwangmechanismen om ze te verdringen.

De minderjarige meent zich eenzaam in de wereld, vecht tegen onverzadigde neigingen en tegen de ontevredenheid die daaruit voortvloeit, door babbelzucht, lust tot roken, drinken, eten, zingen, …

Marie zou willen haarkapster worden, doch mist daartoe de nodige bekwaamheden.

Pedagogische aspect

De eerste weken van haar verblijf te Brugge toonde Marie zich schuchter, teruggetrokken, dromerig en verstrooid. Ze volbracht gewillig de opgelegde taken en scheen zich verder om niets te bekommeren.

Toen kwam haar zus Suzanne haar te Brugge vervoegen en werd het voor Marie een tijd van zenuwachtige opwinding, ruzie met haar zuster, grove woorden en ongezeglijkheid. De bekrompen verstandelijke vermogens van de minderjarige zorgden ervoor dat ze moeilijke situaties nog wat moeilijker maakte. Toen ze zich daarbij inliet met ongezonde, erotisch getinte vriendschap met een gezellin, werd Marie haast elke dag weerspannig en ruw.

Geleidelijk toch luwde de storm. Sedert enkele weken is Marie weer betrekkelijk rustig en gedwee.

Besluit

1. De bekrompen verstandelijke begaafdheid van de minderjarige bemoeilijkt een werkelijke heropvoeding.

2. De perioden van goedwilligheid van Marie moeten terdege uitgebuit worden om gewoonten van regelmaat, werkijver, orde en correct zedelijk gedrag in te drillen, vermits weinig beroep kan worden gedaan op verstandelijk inzicht in de nadelige gevolgen van nieuwe delicten.

3. Als beroepsvooruitzichten lijkt slechts huishoudelijke opleiding mogelijk of een tewerkstelling als eenvoudige seriewerkster in de nijverheid.

4. Een behoud in het internaat is niet absoluut noodzakelijk indien de minderjarige kan worden toevertrouwd aan patroons die een welwillende doch kordate leiding kunnen uitoefenen. De minderjarige moet daarbij worden verwittigd dat aan de patroons die taak opgedragen werd.

Ondertekend door de psychiater (die er nu niet meer ’Zo helpe mij God’ aan toevoegt), de psycholoog en de directrice.


Commentaar

Marie is een echt internaatskind. Dit wil zeggen dat ze nooit de intimiteit en warmte van een gezin heeft ervaren. We lezen nergens een argument om dit meisje in een gesloten inrichting te plaatsen. Het gaat om geringe diefstalletjes. Haar opstandig gedrag kan gewoon verklaard worden als een reactie op het internaatsleven. Dag in, dag uit moeten leven in een groep met ernstig gedragsgestoorde leeftijdgenoten is ook voor een normaal iemand een zware opgave! Marie is bovendien zwakbegaafd, wat zoals vaak bij internaatskinderen een gevolg kan zijn van gebrekkige intellectuele stimulatie in de eerste levensjaren. 

De gedragswetenschappers houden er geen rekening mee dat de leefsituatie in de inrichting de belangrijkste oorzaak kan zijn van probleemgedrag. Het is daarom onverantwoord de verklaring te zoeken in bijvoorbeeld eigenliefde, zelfzucht, hypomaan temperament of pulsionele behoeften.

Kortom, deze casus is het zoveelste bewijs dat tijdens de hulpverlening het vaak van kwaad naar erger wordt.


Introductie

Homepage

© Juliaan Van Acker 2017