http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

Paula

(verslag opgemaakt door de neuropsychiater op 30 november 1954 na vijf gesprekken met de minderjarige; Paula was toen 20 jaar oud en in die tijd nog minderjarig)

Familiale anamnese

Paula is geboren te Wachtebeke op 5.10.1934 (*). Zij had twee broers, beiden overleden. De eerste op de leeftijd van enkele maanden. De tweede in het kraambed, samen met de moeder. Haar zuster Lieve, nu 28 jaar oud, zou een Kochinfectie(**) doorstaan hebben. Zij bracht een vijftal jaren door in het Ziekenhuis te Sint-Niklaas. Volgens een eerder opgemaakt psychiatrisch verslag is deze zus een erfelijk belaste debiele met psychopathische trekken, onder meer instabiliteit, ziekelijke prikkelbaarheid, althans periodieke neiging tot stelen, leugenachtigheid, enige plaagzucht.

De vader is een alcoholieker en bovendien een epilepticus. Hij hertrouwde in 1941, een jaar na het overlijden van zijn vrouw, met de 23 jaar jongere L.P. met wie hij ten andere, althans volgens de minderjarige, betrekkingen had toen zijn eerste vrouw nog in leven was. De stiefmoeder is zwak begaafd en zou zich eveneens aan de drank verslaven.

(*) voor de anonimisering werden niet alleen de namen gewijzigd, maar ook de geboorteplaats (bijvoorbeeld een gemeente ernaast) en de geboortedatum werd een aantal dagen verschoven. Dit geldt voor alle op deze website besproken casussen.

(**) Koch-infectie: tuberculose

Persoonlijke anamnese

1. Ziekten en operaties: in de sociale enquête is daarover geen enkele inlichting terug te vinden. Volgens de minderjarige beperkt zich haar medisch verleden tot een linker tibiabreuk(*) op 15-jarige leeftijd ten gevolge van een val bij het rolschaatsen.

(*) tibiabreuk: gebroken scheenbeen

2. Ontwikkeling van de psychomotoriek en intelligentie: over de psychobiologische ontwikkeling - zwangerschap en geboorte - enerzijds en de psychomotorische ontwikkeling van de statische ontwikkeling (zitten, staan, gaan) en van de dynamische coördinatie (lachen, grijpen, spreken) anderzijds, wordt in de sociale enquête niets vermeld.

Ook over de schoolprestaties ontbreken insgelijks inlichtingen. Paula van haren kant beweert steeds een goede leerlinge te zijn geweest.

3. Ontwikkeling van de drift en gevoelsleven: 

(a) levensperiode vóór de internering: toen patiënte zes jaar oud was, stierf haar moeder. Een jaar nadien reeds had zij een stiefmoeder. Op die leeftijd zou zij anderhalf jaar geplaatst zijn geweest in een pensionaat te St.-Niklaas. Na een kort verblijf van twee maanden thuis, werd zij geplaatst in het St.-Benedictusgesticht te Lokeren. Zij bleef er van het jaar 1943 tot april 1952. Zij stond op het punt haar diploma van huishoudkunde te halen, ware het niet dat de stiefmoeder haar uit het gesticht had gehaald met het inzicht haar geld te doen verdienen.

Na een korte dienstperiode bij een fabrikant te St.-Niklaas, werd zij dienster in café ’Zonneschijn’ te St.-Niklaas. Haar ouders plaatsten haar alsdan in café ’Lido’ te Lokeren, waar zij echter er van onder trok daar zij door de klanten voortdurend lastig gevallen werd. Zij keerde terug naar café ’Zonneschijn’.

(b) reden van de internering: de eerste maal gaf Paula als reden op dat zij door het venster van huis weggelopen was en dat zij met een tante meegegaan was naar de kermis in Hamme, waar zij de ganse nacht gefeest hebben. Dat zij de zondagmorgen, daar waar bij terugkeer haar tante naar huis slapen ging, ging uitrusten in het stadspark waar zij door de politie werd opgepikt. Aangezien zij niet naar huis wilde terugkeren werd zij ter beschikking gesteld van de kinderrechter. Deze enige fugue(*) met halsstarrige weigering van terugkeer naar de ouderlijke woning zou de enige reden van haar internering zijn.

Toen de minderjarige aanvoelde dat ik op de hoogte was van de feiten, bekende zij inderdaad geslachtsbetrekkingen gehad te hebben met verscheidene mannen, waarvoor zij betaald werd. In het dossier staat vermeld dat zij met vijf verschillende personen geslachtsbetrekkingen had. Thans brengt zij dat getal terug tot drie. De versie echter van de geschiedenis met de uitbater van de herberg en het slippertje naar Antwerpen met een jonge kerel is dezelfde gebleven.

(*) fugue: ontvluchting

(c) levensperiode tijdens de internering: zij werd eerst voorlopig toevertrouwd aan het St.-Benedictusgesticht te Lokeren. Op verzoek van dit gesticht werd het meisje overgeplaatst naar het Centraal Observatiegesticht te St.-Servais bij Namen. De conclusie van de observatie aldaar was dat het aangewezen was het internaatsleven niet te verlengen, aangezien zij reeds negen jaar in een inrichting had vertoefd. Tot tweemaal toe zou de kinderrechter gevraagd hebben of zij niet liever in een inrichting dichter bij huis zou verblijven. Dit was dan ook de reden van haar transfer naar St.-Margaretha van Cortona te Antwerpen. Daar is zij tweemaal gaan lopen. De eerste maal een tweetal dagen samen met een meisje uit Geel. In hoeverre geloof mag gehecht worden aan het verhaal van geslachtsbetrekkingen tussen haar medegezellin en een chauffeur die hen meepikte is bij gebrek aan objectieve gegevens moeilijk uit te maken. De vlucht eindigde na twee dagen doordat zij zichzelf aangaf bij de politie te Deurne. Een tweede maal vluchtte zij met een syfilitisch meisje uit Mechelen met wie zij in vriendschap was in de inrichting. De vlucht was echter van korte duur daar zij reeds dezelfde dag door de vader van haar vriendin teruggebracht werd.

In de inrichting van St.-Margaretha van Cortona werd vastgesteld dat Paula een epileptische aanleg had, eensdeels op basis van een positief elektro-encefalogram, anderzijds op grond van een klinische crisis van ’grand mal’.

Patiënte werd teruggeplaatst te St.-Servais. Gedurende zes dagen deed zij niets anders dan herrie maken. Zij werd dan getransfereerd naar de gesloten inrichting te Brugge. Haar gedrag was er tamelijk. Zij werd onmiddellijk in dienst geplaatst in een rustoord voor oude dames. De vierde dag ging zij reeds aan de haal met een meisje uit Mechelen. Eerst vluchtten zij naar het huis van die vriendin en dan naar een tante wonende te Brussel. Daar vond zij werk bij een pasteibakker. Daar zij echter nog onder jurisdictie stond van de kinderrechter werd zij, daar zij door haar vlucht zich niet waardig getoond had van de haar verleende gunst, terug geïnterneerd in de gesloten inrichting te Brugge.


4. Diverse onderzoekingen:

A. Psychiatrisch onderzoek: patiënte is goed georiënteerd in tijd en ruimte. Er zijn geen klinisch waarneembare bewustzijnsschommelingen te bespeuren. De verstandelijke functies zijn bevredigend, al blijkt het geheugen voornamelijk de opwekkende vorm, iets deficiënt.

De stemming van het meisje tijdens de verschillende zittingen was eerder neutraal. Typologisch behoort zij tot het leptosome type van Kretschmer.

B. Somatisch onderzoek: het cardiovasculair systeem is normaal: normale harttonen, bloeddruk 130/90, pols 76’. Wat het respiratiesysteem betreft valt op een nasale spraak ten gevolge van adenoïde woekeringen. Auscultatie en percussie van de longen zijn normaal. Gastro-Intestinaal valt er niets te vermelden. Wat het url-genitaal systeem betreft: menarche op 14 1/2 jaar, regelmatige ovariële cyclus, defloratie. De reacties van Bordet-Wasserman, Meiniche en Kahn zijn negatief in het bloed.

Het neurologisch onderzoek, omvattende het onderzoek van de hoofdzenuwen, de motaliteit en tonus, de onderscheiden gevoelskwaliteiten, de coördinatie, de spraak, de gang en het evenwicht, de pees- en huidreflexen, de sphincteren, vastmotoren en trophisme, valt volkomen negatief uit. De oogfunctie vertoont niets bijzonders. Het electro-encefalografisch onderzoek bracht geen pathologische bio-elektrische activiteit aan het licht.

C. Psychometrisch onderzoek: een IQ van 89, hetgeen overeenkomt met een verstandelijke leeftijd van 17.3 jaar. Volgens de Rorschach-test is de intelligentie middelmatig. Uit de antwoorden op deze laatste test blijkt een verlangen naar adaptatie, voortspruitend uit innerlijke onzekerheid bij de patiënte, een socialisatie dus van haar angst. Deze gevoelens van angst en onzekerheid gaan gebaar et een dysforisch humeur.


5. Epicrisis(*) en besluit:

Het meisje is zeker erfelijk belast. Aan de andere kant zijn er ook uitwendige factoren. Getuigen van haar erfelijke belasting: een vader die een epilepticus en een psychopathische dronkaard is en een zuster die debiel is. Wat de uitwendige factoren betreft: ik wil slechts citeren het verslaafd zijn aan de drank van de vader en de stiefmoeder, de gebrekkige huisvesting, het plaatsen van het meisje als dienster in een herberg.

Een uiting van de hereditaire belasting is zeker de epilepsie waaraan zij lijdt; ook al was het elektro-encefalografisch onderzoek te Brugge negatief. Deze werd echter te St.-Margaretha van Cortona én klinisch en bio-elektrisch vastgesteld. Het gaat echter gewis om een zeer milde vorm van ’grand mal’ daar patiënte in evenwicht gehouden wordt met 100 mgr. fenobarbital ’s avonds.

In hoeverre de karakterstoornissen van het meisje endogeen of exogeen bepaald zijn, is moeilijk uit te maken. Het gaat hier wederom zoals in praktisch alle gevallen om een wisselspel tussen beide componenten.

De behandeling is tweeledig: medisch en heilpedagogisch. De epilepsie dient verder met barbituurzuren behandeld te worden, mits drie of zesmaandelijkse elektro-encefalografische controle.

Wat het heilpedagogisch aspect betreft: een tante wonende te Brussel schijnt zich om het lot van het meisje te bekommeren. Zo een sociale enquête uitwijst dat de sociale en ook familiale atmosfeer bij die tante gunstig is, dan ben ik van oordeel dat het te beproeven is het meisje toe te vertrouwen aan deze persoon. Na negen jaar in een internaat is het niet wenselijk dit verblijf te verlengen.

Ik zweer mijn opdracht in eer en geweten volbracht te hebben. Zo helpe mij God!

Getekend, de neuropsychiater, december 1954.

(*) Epicrisis: eindoordeel over een ziektegeval


Kritische bedenkingen:

  1. Waarom hebben de hulpverleners niet ingegrepen toen de stiefmoeder Paula  kwam ophalen om te gaan werken, net voordat zij haar diploma zou behalen?
  2. Tijdens haar ontvluchting naar een tante vond Paula werk bij een pasteibakker. Waarom was de kinderrechter zo arrogant om haar als straf voor de ontvluchting opnieuw te plaatsen in een gesloten inrichting?
  3. Zouden jongens ook in een gesloten inrichting geplaatst worden voor promiscue gedrag?



Introductie

Homepage

© Juliaan Van Acker 2017