http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

Diana

DIANA, geboren te Dilbeek op 12 mei 1954.  17 jaar en 7 maanden oud bij de eerste opname in het Rijksopvoedingsgesticht


Liefste mama,

Hier dan een briefje van je dochter Diana. Mamaatje, ik ben heel blij met uw briefje. Ik heb een beetje spijt dat u kwaad bent op mij. Als ik die brief las, had ik direct tranen in mijn ogen. Mamaatje, ik weet dat u geen vertrouwen in me hebt en dat weet ik al lang. Ik weet dat ik een smerige, vuile teef ben en dat ben ik al altijd geweest. Er is niemand die van mij houdt. Juist daarom, omdat ik een vuile, smerige, vette, stinkende luiaard ben. Mamaatje, ik weet wie ik ben. Ik zou graag verbeteren, maar dat gaat niet zo goed. Dat is omdat ik van de ene school naar de andere gebracht ben. En in de scholen leer je van alles bij. Dat weet u ook. Mamaatje, ik wil niet hebben dat u kwaad bent. Als u kwaad bent is er niets meer aan mij te doen. Zij zullen geen weg meer kunnen met mij. Dat zeg ik en dat is waar, want moest ik mijn moederke niet hebben, was ik al lang kapot. Het is voor u dat ik probeer mijn best te doen.

Och, mamaatje, als u niet meer van mij houdt, zal ik gaan lopen tot het einde van mijn leven. Dat is voor de dag dat ik weet dat u niet meer van mij houdt. Ik was graag thuis geweest om u te helpen, omdat vader in bed moet blijven liggen. Als er dan iets gebeurt, dan ben ik toch thuis om u te helpen, Ik kan koken, kuisen, afwassen. Ik kan alles. Waarom hebt u geen vertrouwen in mij? Het zit in mijn hoofd en het blijft erin tot ik weet waarom.

Ik ben blij dat het thuis alles goed gaat. Daar ben ik al blij om, maar nu voel ik mij eenzaam en alleen. Was dat vroeger maar niet gebeurd, dan waren wij nu met acht kinderen thuis bij ons moedertje.

Nu, mijn liefste mamaatje, zal ik sluiten want ik zit in de rekenklas mijn brief te schrijven.

Dag mijn lieve mamaatje,

vele kussen van je dochter,

Diana

Deze brief werd geschreven twee weken na haar tweede plaatsing in het Rijksopvoedingsgesticht te Brugge. Ik herinner mij dit ongelukkige meisje nog heel goed. Tijdens haar vorig verblijf te Brugge was ik als inspecteur getuige geweest van een woede-uitbarsting waarin ze naar de isoleercel gebracht moest worden. Hieronder volgt het verslag hiervan. Het Hoofdbestuur te Brussel schrok er geweldig van en zocht naar een oplossing. Dit was een van de redenen om mij als directeur van het Rijksopvoedingsgesticht aan te stellen.


Inspectierapport september 1973

Op woensdag 5 september had ik de gelegenheid ter plaatse het verloop van een kleine opstand, waarbij vijf meisjes betrokken waren, als ooggetuige te volgen. Een van de minderjarigen, Diana V., moest tegen haar wil in naar de isoleercel worden overgebracht. Dit ging als volgt:

  • alle andere meisjes van de sectie moesten naar hun kamer, Ondertussen wordt het mannelijk personeel (administratief en onderhoudspersoneel) opgetrommeld
  • deze laatsten verstoppen zich achter een hoek, dichtbij de plaats waar Diana zich bevindt. Een opvoedster gaat naar het meisje en vraagt of ze mee wil gaan naar de afzondering, Met de mannen is vooraf afgesproken dat als de minderjarige agressief reageert, de opvoedster een teken zal geven en dan springen de anderen zo vlug mogelijk toe
  • de mannen grijpen het meisje bij de handen en wringen die achter haar rug. Daar Diana probeerde te bijten en erg agressief stampte, neemt men haar bij de haren en sleurt haar verder de gang in. Het hoeft niet gezegd dat hierbij geweldig geschreeuwd wordt, wat in deze gebouwen een bijzonder effect heeft
  • de minderjarige scheurde de pull van een onderhoudswerkman, die daarop zijn bovenkleren afdeed om beter te kunnen handelen. Ook de bovenkleren van Diana zijn ondertussen afgescheurd
  • op deze wijze sleurt men het meisje verder de gang in tot aan de isoleercel. Eenmaal in de cel moet de deur dichtgemaakt worden. Dit gaat moeilijk. Eerst werpt men Diana op de grond, maar zij springt onmiddellijk recht en weet zich nog tussen de deur te wringen. Dan wordt een deken genomen die om het hoofd van het meisje wordt geslagen. Dan draait men haar wat rond en werpt haar tegen de achterste muur van de cel. Dan lukt het de deur dicht te doen.
  • de meest actieve persoon tijdens deze overbrenging was een jonge, atletische gebouwde onderhoudswerkman, die trots was op zijn prestatie.

N.B. Dergelijke overbrengingen zijn min of meer frequent. Als ik mij niet vergis stuurt het Rijksopvoedingsgesticht hierover nooit verslagen naar het Hoofdbestuur, Nochtans zijn er instructies dat de directie onmiddellijk het Hoofdbestuur moet inlichten over slagen toegebracht aan minderjarigen. Dit geldt mijns inziens ook voor deze feiten.


Persoonlijkheidsdossier betreffende V. Diana geboren te Dilbeek op 12 mei 1954, pupil van de jeugdrechter te Brussel. Opgemaakt in het Rijksopvoedingsgesticht te Brugge op 12 april 1972.

Motief

Ontvluchten uit de ouderlijke woning.

Onhandelbaar gedrag.

Plaatsingen

1970: Goede Herder te Leuven

6 maart 1971: Rijksopvoedingsgesticht te St.-Servais

19 september 1971: Home ’Onze Thuis’ te Berchem

3 januari 1972: ontvlucht

22 februari 1972: Rijksopvoedingsgesticht te Brugge, na een kort verblijf in de gevangenis.

1. Sociale enquête

A. Familiale anamnese

Vader: geboren op 23 mei 1933 te Itterbeek. Hij liep lagere school en bekwaamde zich verder tot mecanicien. Dit beroep oefent hij nog steeds uit. Hij is een goede werker, die na zijn werkuren nog eigen werken uitvoert.

Hij kende een gelukkige jeugd en huwde in augustus 1953.

Hij is het niet eens met zijn vrouw over de problemen met de kinderen.

Grootvader: is 66 jaar oud en is op pensioen. Hij is altijd conciërge van een school geweest. De grootmoeder heeft dezelfde leeftijd.

Er waren bij vader thuis negen kinderen. Acht zijn er gehuwd en een jongen van dertig jaar woont nog thuis.

De kinderen kregen een goede opvoeding. Een werd leraar, een andere werkt bij de gemeente, is werkt als architect,…

Moeder: is geboren in april 1935. Haar moeder overleed in 1941 op 32-jarige leeftijd aan typhus. Haar vader is 63 jaar en is hertrouwd. Hij zou veel gedronken hebben, doch zou er nu niet meer tegen kunnen,

Uit het eerste huwelijk waren er twee meisjes. Moeder is de jongste. Ze werden opgevoed bij grootmoeders ouders, na haar dood.

Moeder huwde op 18-jarige leeftijd en bleef in de buurt van de grootouders wonen. Zij kan de problemen met de kinderen niet aan en dat komt vooral door het conflict met Diana. Ze is zeer zenuwachtig en heeft een zwakke gezondheid. Ze is tenger van gestalte.

Kinderen: Diana is de oudste. Dan zijn er drie broers en een jonger zusje. De oudste broer stal 7000 frank uit moeders’ geldbeugel. Hij verblijft in een tehuis. Hij lijdt aan strabisme(*).

(*) Strabisme: scheelzien

Milieu: de woning is zeer ruim, goed gemeubeld, kraaknet onderhouden. De inkomsten: het loon van vader bedraagt 11.000 frank, plus zijn bijverdiensten van ongeveer 5000 frank per maand. De afbetaling van het huis kost 1269 frank per maand. Het gezin heeft een lening bij de Bond der Grote Gezinnen.

De echtgenoten staan tegenover elkaar als kat en hond, dit vooral rond de kinderen. Vader laat betijen. Moeder wil de puntjes op de i.

B. Persoonlijke anamnese

Diana liep lagere school te Dilbeek. Daarna volgde ze drie jaar naad in een technische school, zonder veel resultaat. Ze ging daarna gaan werken. Het laatste in een fabriek voor koekjes.

De houding van het meisje bracht bij moeder veel problemen. Ze was slechts om haar opschik bekommerd. Ze bood geen hulp in het huishouden. Diana zou ook veel liegen en moeder aldus in diskrediet brengen bij de familie. Bijvoorbeeld wilde ze bij etenstijd niet eten, ook niet bij herhaald aandringen. Zo gauw vader dan thuis komt, gaat Diana bij hem haar beklag doen dat ze van moeder geen eten kreeg. De vader scheldt dan zijn vrouw uit en de ruzie escaleert. Diana gaat ook bij familieleden vragen om wat eten te krijgen. Zij spreekt haar moeder aan met ’madam’ en zij wil haar bevelen.

Op 24 augustus 1970, Diana was toen 16 jaar oud, verdween zij twee dagen en nachten. Haar vader haalde haar weer thuis. Meer is hier niet over bekend. Een maand later kwam zij niet op haar werk en kwam ook niet terug naar huis, Ze zou zich in de ’underground’ van het stationskwartier te Mechelen ophouden. Toen deed moeder aangifte bij de rijkswacht.

2. Plaatsingen

Eind 1970 werd Diana geplaatst in de Goede Herder te Leuven. Ze bleef er ongeveer drie maanden. Diana zegt dat zij er een woedecrisis deed omwille van het feit dat haar ouders niet schreven.

Op 6 maart 1971 werd ze overgebracht naar het Rijksopvoedingsgesticht te St.-Servais. Daar zegt men over haar dat haar karakter zeer wisselvallig is. Ze kan werken als zij in de goede stemming is. Een poging om gedurende weekend-verloven tot een aanpassing te komen in de familiekring liep opnieuw tot conflicten uit. Men stelt voor haar te plaatsen in een home voor halve vrijheid.

Op 19 september 1971 gaat zij naar Home ’Onze Thuis’ te Berchem en op 3 januari 1972 ontvlucht zij er. Zij ging samenwonen met een gehuwde man die enige tijd later een gevangenisstraf moet uitzitten wegens diefstal. Samen met een vriendin pleegt Diana ook diefstallen. Als ze eens op heterdaad wordt betrapt, slaagt ze erin te ontvluchten. Uiteindelijk wordt de aangehouden.

Op 22 februari 1972 werd zij geplaatst in het Rijksopvoedingsgesticht te Brugge, na een kort verblijf in de gevangenis. Men denkt dat Diana zwanger is.

3. Onderzoeken (bij eerste opname in het Rijksopvoedingsgesticht)

Medisch

lichamelijk: zeer bevredigend. Bloeddruk 12/8. Puberteit vanaf 14 jaar. Normaal gehoor en gezicht.

Neurologisch: normaal.

Psychisch: in het geheel normaal beschouwd, ondanks meerdere voorkomende moeilijkheden en ondanks een sluw en gesloten karakter.

De verzetshouding blijft een zeer uitgesproken karaktertrek. De indruk dat er een zeer nevrotische geneigdheid bestond, schijnt ons nu minder voor te komen.

Met een aandachtige psychotherapeutische steun, zeer bescheiden uitgeoefend, zijn de opvoedkundige methoden van de normale soort aangewezen.

Verstandelijke begaafdheid: volgens de Wechsler-Bellevue schaal beschikt Diana over een globaal IQ van 86, verbaal 79 en performaal 96.

Volgens de Broeders van Liefde-test worden de schoolvorderingen gecoteerd in het vijfde studiejaar lager onderwijs. Bij lectuur met 77 centielen, bij rekenen 68 en bij dictee 75 ventielen.

Karakter en persoonlijkheid: Diana is gering verstandelijk begaafd, met een iets betere praktische aanleg. Bij een eerste indruk schat men haar mogelijkheden hoger. Zeer oppervlakkig. Ze koestert geen ernstige interesses.

Vroegtijdig ging ze op zoek naar plezier. Ze was voorbarig zedelijk rijp. In de familiale sfeer vond ze niet de gewenste gezelligheid en begripvolle verhoudingen. Ze vluchtte eerder het huis uit. De zenuwachtigheid van de moeder werd blijkbaar geprojecteerd op de dochter. De nood aan genegenheid van het meisje werd niet voldaan.

Uit dit alles volgt in zekere mate een stoornis in de affectieve ontwikkeling. Nu zijn menig reacties geladen et een uiting van een dieper liggende angst. Een onverklaarbare plotselinge overgang van de gemoedsstemming en van het humeur komt wellicht voort uit de opwellende agressiviteit, die gewoonlijk onderdrukt ligt. Emotieve bewogenheid wordt op bepaalde momenten een hindernis tot beredenering, hoewel ze in kalme toestand op logische wijze een gesprek gaande kan houden.

Diana vraagt feitelijk veel aandacht rond haar persoontje. Steeds weet ze te klagen over een of ander lichamelijk ongemak.

Het karakter van de minderjarige is dan ook zeer wisselvallig. Opgewektheid en depressiviteit volgen zonder merkbare oorzaak elkaar op.

Ze kan vriendelijk en beleefd zijn, maar ook woedend uitvliegen, gemeen en onbeschoft. Ze is bij de leerlingen dikwijls oorzaak van ruzies. Ze is te lichtgeraakt en impulsief. Ze wordt wel in de groep aanvaard en zelfs geëerd door de meeste meisjes. Ze voegt zich het meest bij de minst begaafden en bij de jongsten. Bij hen is de bovenhand gemakkelijk te bekomen. Ze is bekwaam tot werken als ze wil.

Feitelijk zijn het de familiale spanningen en onbegrepen die haar op de grens van nevrotische toestanden het meest brengen.


Een tweede brief van Diana, drie maanden na de vorige. Diana was toen 20 jaar oud

Liefste mama,

Hier dan een briefje van je dochter Diana. Hoe gaat het met u? Ik hoop heel goed, maar met mij is het heel slecht, want mamaatje, ik weet dat u niet meer van mij moet hebben, want ik ben een echt crapuul, een sekswijf, een smeerlap. Ik weet het allemaal van mezelf. Ik zou me zo kunnen ophangen.

Mamaatje, u weet niet hoe ik u nu mis, maar zo lang ik mijn best niet doe, mag ik niet komen. Ik wil wel mijn best doen, maar ik kan niet. Ze hebben mij verleden week met een stuk of zeven mannen mij naar het cachot gedaan. Je moet niet vragen welk beest ik ben. Ik heb daar mijn crisis gekregen. Ze hebben mij met veel moeite en gevecht twee spuiten moeten geven om te kalmeren.

Mamaatje, ik ben een wrak, een echte, ik kan niet meer verbeteren. Mij zullen ze nog naar het gevang sturen. Dan maak ik mij kapot.

Ik ben mijn leven beu, mamaatje, Ik hoop dat mijn broers en zusje niet worden zoals ik. Ik zou dat niet willen. Ik ben het beu, beu, mamaatje. U gelooft het misschien niet en u lacht er misschien om hé, maar het is waar. Ik moet er zelf van wenen. Toen ik het laatst weggelopen was, heb ik heel lelijke dingen gedaan. Ik heb verdovende middelen genomen.

Mamaatje, ik zou graag eens een briefje willen van u, of u mij nog wilt als dochter, ja of nee. Als het nee is, gaat er iets vreemd gebeuren.

Mamaatje, schrijf terug, al was het maar een woord. Het is goed,

Van de gemene dochter,

Diana


Mijn commentaar

Het is evident dat bij deze casus intensieve gezinsbegeleiding noodzakelijk is en de enige mogelijkheid om tot een oplossing te komen. Diana is in feite een normaal meisje, dat echter zeer heftig reageert doordat ze zoveel gemist heeft. Helaas was de kinderbescherming destijds zo georganiseerd dat geen ruimte was voor gezinsbegeleiding. In het instituut kan voor een meisje als Diana niets worden gedaan. De oorzaken van haar innerlijke conflicten blijven doorwerken en die liggen thuis.

De ouders zijn kat en hond tegenover elkaar. Ook de drie andere, jongere kinderen zullen daar sterk onder lijden. Een ervaren gezinstherapeut of een goede maatschappelijk werkster die de kans krijgt om het gezin enkele keren in de week te bezoeken, zou hier wonderen kunnen verrichten. Helaas vermoed ik dat niets van dit alles is gebeurd. Er is een crisissituatie ontstaan en men reageert op het symptoom, dit is de minderjarige die de situatie ontvlucht.



Introductie

Homepage

De drie casussen:



© Juliaan Van Acker 2017