http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

Hanneke

2. HANNEKE geboren te Gentbrugge, 17 jaar 3 maanden oud bij opname

Syntheseverslag

Sociale gegevens

Vader: is de jongste uit een gezin van twee kinderen. Hij heeft een vier jaar oudere broer met wie het contact verbroken is. Zijn ouders baatten een circus uit, waar hij eveneens in optrad. De zaak ging failliet, waarna hij met zijn ouders optrad in andere circussen. Toen hij zijn vrouw leerde kennen, verdiende hij zijn kost als muzikant in herbergen en op bals. Zijn ouders schakelden dan over naar het uitbaten van een frituur.

Vader en moeder waren respectievelijk 19 en 18 jaar oud toen ze gedwongen moesten huwen. Reeds de eerste twee weken van het huwelijk leerde de moeder de ware natuur van de vader kennen. Hij was minder verdraagzaam, stelde zich tegen haar op en sloeg gemakkelijk. Financieel maakte het gezin tijdens de eerste huwelijksjaren een moeilijke periode door. Vader trad op als muzikant, doch de vraag hiernaar verminderde stelselmatig, alsook de inkomsten. De moeder vergezelde hem hierbij en hielp bij het ophalen van het geld. Zij ervaarde haar man als een gemakzuchtige en weinig ijverige werker. Moeder begon toen ook een frituur uit te baten. De zaak bloeide en haar man sprong mee in. De gezin kwam in financiële welstand en vrij vlug konden zij zich eigendommen aanschaffen, met name twee woningen.

De vader ontpopte zich tegenover zijn vrouw en kinderen als zeer autoritair, streng, opvliegend. Hij deinsde er niet voor terug hen op een hardhandige wijze te slaan voor futiliteiten. Hij was zeer jaloers tegenover zijn vrouw en de laatste jaren ook tegenover zijn dochter Hanneke. Zijn blik reeds had iets dwingend in zich en de gezinsleden hadden schrik van hem. De twee oudste kinderen kregen de meeste slagen. De laatste jaren had hij het vooral op zijn enige dochter gemunt. Zijn vrouw daarentegen sloeg hij de laatste jaren minder. Vanuit angst pleegden zij hiertegen geen verzet. De oudste zoon die mentaal gehandicapt was, spaarde hij. De jongste moest ook al harde klappen incasseren. Zijn vader schopte hem onder andere in het gezicht, bijvoorbeeld omdat de jongens hem tijdens het spelen uit zijn slaap gewekt hadden. Toen Hanneke dertien jaar was, begon haar vader haar lastig te vallen. Wanneer zij zich verzette, werd zij op een hardhandige wijze aangepakt. Hij sneed eens haar haren af met een broodmes. Vanuit zijn jaloersheid genoot Hanneke geen enkele vrijheid. Wanneer zij bij het boodschappen te lang wegbleef, sloeg hij haar met een stok tot hij middendoor brak.

Hanneke heeft tenslotte haar vader bij de politie aangeklaagd wegens „aanranding der eerbaarheid op haar persoon”. Zij heeft haar eerste verklaring gewijzigd en nadien ontkent dat hij gemeenschap met haar zou gehad hebben. Hanneke beweert uit wrok gehandeld te hebben. Momenteel blijft zij erbij dat hij haar geregeld lastig viel. Ten gevolge hiervan werd de vader opgesloten in de gevangenis. Hij werd veroordeeld tot drie jaar cel. Hij tekende hiertegen beroep aan.

De vaderlijke grootouders kozen partij voor hun zoon. Zij controleren voortdurend het gezin en brengen dit over aan hem. Zij zijn woedend op Hanneke wegens haar betichtingen aan het adres van hun zoon.

Moeder: is de jongste uit een gezin van twee kinderen. Zij is een natuurlijk, erkend kind van een ongehuwde moeder. Haar vader leefde samen met haar moeder tot zij ongeveer vijf jaar oud was, daarna gingen ze uit elkaar. Haar moeder bleef sindsdien alleen. Met haar vader onderhield zij sporadisch contact. Momenteel is haar moeder overleden en met haar vader die nu 77 jaar oud is, heeft zij nog contact. Op 14-jarige leeftijd was moeder in behandeling voor haar schildklier en ze werd opgenomen in een preventorium. Zij is hiervan nooit volledig genezen geraakt. 

Haar man leerde ze kennen op de kermis. Zij heeft eerst elf maanden met hem verkeerd. Volgens de moeder verliep de verkering vlot. Hij was zeer toegevend tegenover haar en sloeg nooit.

Toen minderjarige ongeveer acht jaar oud was, gingen de ouders voor een tijdje uit elkaar en moeder had een bijzit. Hanneke ging met haar mee en de twee jongens werden toevertrouwd aan een internaat.

Tijdens de gevangenisperiode van de vader, profiteerden moeder en dochter van hun verworven vrijheid en gingen geregeld uit. De oude vader van moeder fungeerde als thuiswacht voor de jongere kinderen. Bij moeder komt tegenwoordig een 31-jarige man.


Opvoeding

Hanneke is geboren op 15 juni 1957. Hanneke bleek een gezonde baby. Op 14-jarige leeftijd bleef zij thuis als hulp in de huishouding. Ook hielp zij in de twee frituurzaken. Minderjarige stond vier maanden samen met haar vader in de eerste en af en toe met haar moeder die in een ander dorp de ander frituur uitbaatte. Hanneke werd dit werk beu. Zij schreef zich in voor een technische cursus.

Toen ze veertien was, begon haar vader haar lastig te vallen. Zij was ook het voornaamste slachtoffer van zijn mishandelingen. Sinds zijn verblijf in de gevangenis genoot zij van haar vrijheid en was lichtzinnig van gedrag. Zij kende een aantal verkeringen. Met haar laatste verloofde onderhield zij geregeld geslachtsbetrekkingen.

Tegenover haar moeder werd ze steeds onhandelbaarder. Moeder beschrijft haar als lui, vrank, opstandig, heimelijk en gesloten, koppig, zonder het minste respect voor haar moeder. Moeder achtte een plaatsing van haar dochter als de enige uitweg. Hiermee had ze al vaak gedreigd.

In november 1973 werd Hanneke in een onthaalcentrum opgenomen. Men beschrijft haar daar als volgt: „Hanneke is een meisje dat nog lang haar evenwicht niet gevonden heeft. Zij zit met veel problemen die ze niet kan verwerken. Met de anderen houdt ze weinig rekening. Ze is van nature egoïstisch ingesteld en ze is te lui om te werken. Daardoor is ze in de groep een randfiguur en ervaart ze zichzelf ook zo. Soms kan ze heel gedienstig zijn, maar dit is eerder te zien als een middel op goed te staan bij de opvoedsters. Ze is van goede wil als ze iemand vindt waar ze sympathiek tegenover staat en die haar kan begeleiden.

Twee maanden later wordt zij onder toezicht vrijgesteld bij haar moeder. Amper één week na haar vrijstelling, werd een nieuw dossier samengesteld omwille van diefstallen die zij met haar broertje had gepleegd.

De moeder had toen een verhouding met een gehuwde man. Die kwam in feite om via moeder Hanneke te kunnen bereiken.

Een maand later werd zij in een home geplaatst. Hanneke kon zich daar niet aanpassen aan de formele structuur. Ze was dikwijls te laat, deed haar taken niet of oppervlakkig. In de groep liet ze zich kennen door scheldpartijen en gemene woorden, soms door agressief gedrag. Ze was niet geïntegreerd in de groep. Ten opzichte van de opvoedsters was ze zeker niet oprecht.  Zij aanvaardde opmerkingen schijnbaar onverschillig. Vanaf 1 tot 14 maart werkte ze als inpakster in een visgroothandel, waar ze na de proefperiode ontslagen werd. In deze periode was ze regelmatig verkouden, want ze moest werken in koelkelders. Ze was enkele keren afwezig wegens ziekte. Ze kwam ook regelmatig te laat. Vanaf 20 maart kon ze gaan werken als inpakster bij een snoepfabriek. Zij zou misbruik gemaakt hebben van haar onregelmatige werkuren. In september veroorzaakte Hanneke moeilijkheden in het home. Ze wou niet meer opstaan en ’s avonds verliet ze nog de inrichting. Zij vertoefde dan in het stationskwartier en gebruikte heel wat pinten bier. Enkele jongens brachten haar rond twee uur ’s nachts terug naar het home. Zij moet er aan de deur zo’n kabaal gemaakt hebben dat personen uit de buurt de politie opbelden. Die kwamen met verschillende auto’s opdagen. Hanneke wou niet naar binnen en zei naar haar moeder te willen gaan. Zij werd in afwachting van een gepaste oplossing naar de gevangenis van Gent overgebracht en begin oktober overgebracht naar het Rijksopvoedingsgesticht te Brugge.


Medische achtergrond

Hanneke doorliep de gewone kinderziekten.

Psychiatrische achtergrond

Geen gegevens 

Psychologische achtergrond (verslag van een tehuis waar ze eerder was)

Hanneke is een normaal begaafd meisje. Zij behaalt op de WAIS een TIQ van 104. De intelligentiestructuur is harmonisch. Er zijn geen opvallende deficiënties. Verbaal en performantie IQ zijn ongeveer van dezelfde orde, respectievelijk 105 en 102. 

Voor alle proeven presteert zij op een niveau dat gelijk is of hoger ligt dan dat van haar leeftijdgenoten. De hoogste score behaalt ze voor rekenkundig inductief denken. Voor de praktische proeven wordt haar IQ iets gedrukt door een langere aanpassingsperiode die Hanneke nodig heeft.

In de beroepsinteressetest kiest Hanneke typisch vrouwelijke beroepen, waarbij ze zelf lichamelijke schoonheid en elegantie benadrukt. Haar voorkeur gaat uit naar functies zoals mannequin, schoonheidsspecialiste, danseres, air hostess. Sociale of verzorgende beroepen worden niet gekozen. Fabrieksarbeid wil ze niet doen.

Hanneke is weinig prestatiegemotiveerd. Zij kan zich niet in haar werk projecteren, waardoor ze er ook weinig vreugde aan beleeft. Ze is vlug tevreden over haar doen en laten. Hanneke voelt zich minderwaardig en is sterk op zelfverdediging ingesteld. Ze probeert van zichzelf een ideaalbeeld te reflecteren door zoveel mogelijk acceptabele antwoorden te geven. In relatie met de anderen voelt ze zich bekneld. Ze gaat de anderen wantrouwig en achterdochtig tegemoet. Zij voelt zich gauw in haar gevoelens gekwetst. In feite is Hanneke een angstig meisje, dat in een zelf-affirmatietendens niet wil laten merken hoe kwetsbaar ze is. Daarom stelt zij zich zo offensief-agressief op. Bij stresssituaties treedt ze extrapunitief en egodefensief op. Ze aanvaardt moeilijk schuld en is niet plichtbewust. Er is bij Hanneke nochtans een uitgesproken behoefte om ergens bij te horen. Verdriet zal ze opkroppen. Problemen zal ze nooit met anderen bespreken. Ze heeft wel schuld- en schaamtegevoelens, maar wil deze nooit openlijk uiten. Ze is verbitterd en houdt zich afgesloten tegenover de buitenwereld.

Ten opzichte van de autoriteit stelt ze zich heel opposant op. Ze wil beslist vrij en onafhankelijk zijn en vecht tegen alle beperkingen. Hanneke neigt er toe om voor haar innerlijke conflicten afleiding te zoeken in uiterlijke spanning. Het verlangen naar verscheidenheid aan ervaring en sensatie welke leidt tot seksueel experimenteren en zoeken naar avontuur, wordt gebruikt op het gevoel van teleurstelling en isolement kwijt te geraken. De seksuele relaties zijn er bij Hanneke in functie waardering van anderen te winnen, doch zonder zich te binden of verantwoordelijkheid te aanvaarden.

De drang naar belevenissen is bij haar compensatorisch en moet worden gezien als een ageren en reageren op haar vroegere geremde strenge opvoeding. Hanneke heeft van zichzelf geen juist Ik-beeld. Ze kan moeilijk onderscheid maken tussen haar werkelijk ik en het ik-imago dat zij aanneemt ten aanzien van de buitenwereld. Ze heeft geen inzicht in haar eigen problematiek. 

Van haar moeder schetst Hanneke een ideaalbeeld, met een overdreven positieve gebondenheid aan haar. Uit gesprekken komt nochtans duidelijk tot uiting dat ze helemaal geen vertrouwen stelt in haar moeder en dat de verhouding tussen beiden niet zo uitstekend is.

Ten opzichte van de vader staat zij ambivalent. Enerzijds gaat zij hem depreciëren en beschrijven als streng en opvliegend. Anderzijds meen ze dat hij haar toch nog beter begrijpt dan haar moeder. Haar bezoek aan haar vader in de gevangenis moet worden gezien als een reactionair uitspelen van wrokgevoelens ten opzichte van haar ouders. Door de onwettige verhouding van haar moeder te gaan verklikken bij de vader, wilde zij jaloeziegevoelens ten top drijven. Naargelang van de situatie koos zij dan partij voor een van beiden. Het is nochtans opmerkelijk dat zij met de bijzit van moeder opvallend goed overeenkomt. 

Tegenover haar broers voelt Hanneke zich benadeeld. Alleen tot de kleinste voelt ze zich aangetrokken. De oudste broer wordt negatief ervaren. Over haar verloofde zegt Hanneke weinig. Zij beweert zelfs zijn achternaam niet te kennen.

Pedagogische achtergrond

Hanneke doorliep de kleuterklassen en een deel van het Lager Onderwijs in het Godelieve-Instituut te Gent. Daarna is ze in vijf verschillende scholen geweest.

Plaatsingen

november 1973: in een onthaalcentrum

januari 1974: onder toezicht vrijgesteld bij moeder

februari 1974: in een home in Gent

september 1974: gevangenis Gent

oktober 1974: Rijksopvoedingsgesticht te Brugge


Eerste psychologisch verslag Rijksopvoedingsgesticht Brugge, oktober 1974

Het meisje blijkt al voldoende aangepast aan de inrichting en komt zeer makkelijk tot gesprek. Haar hoofdbekommernis blijkt echter te zijn zo vlug mogelijk terug naar huis te mogen, want alle gesprekken komen telkens terug op dit onderwerp.

Ze ziet helemaal niet in waarom ze naar het rijksopvoedingsgesticht gebracht werd: „Ik ben maar een paar uurtjes van huis geweest”. Ze spreekt niet over de diefstallen, maar als ze spreekt over de autodiefstallen van haar broers, geeft ze de hare ook toe.

Volgens Hanneke zou haar moeder niets liever wensen dan haar thuis te hebben. Haar moeder is reeds op bezoek geweest, samen met een nieuwe minnaar. Dat is een gescheiden en alleenwonende man. De moeder heeft de vorige laten staan omdat er teveel problemen waren aangezien hij zes kinderen had. Moeder zou niet terug bij vader willen gaan wonen. De vader heeft naar Hanneke geschreven om te vragen waarom moeder niet meer op bezoek komt bij hem. Hanneke zegt dat de minnaar van moeder zeer vriendelijk is voor haar en alles wil doen om haar hier buiten te krijgen. Hanneke bagatelliseert ook alles wat er gebeurd is met haar thuis, onder andere de conflicten met moeder die zij als miniem beschrijft.

In ieder geval, zij wenst en denkt hier niet lang te blijven. Ze maakt zich zorgen over het feit dat de afgevaardigde van de jeugdrechtbank moeder zou gezegd hebben dat haar jeugdrechter zich niet meer met haar wil bemoeien en haar ter beschikking van de regering zou stellen. Ik heb haar daarover gerustgesteld. Ze vraagt ook meerdere keren of haar jeugdrechter niet geschreven heeft en of haar afgevaardigde naar hier zou komen.

Over wat ze zal doen gedurende haar verblijf hier schijnt ze niet een idee, noch interesse te hebben. Zij zegt: „Ja, de activiteiten volgen zeker” en gaat dan direct over naar wat haar werkelijk bekommert. Het meisje blijft maar vragen stellen. Ze schijnt een hele boel problemen in haar hoofd te hebben, die allen te maken hebben wat wat buiten is. Zij lijkt niet echt HIER te zijn, alhoewel ze zegt dat ze het hier al gewoon is.

Hanneke weet ook wat een psycholoog is. Ze heeft er gekend en is getest geweest. Maar ze heeft er geen nader idee over. Ze spreekt ook helemaal niet over vroegere plaatsingen, alleen maar over thuis, haar moeder en vader.

Medegedeeld dat, indien zij mij wenst te spreken, dit steeds kan, mits voorafgaandelijke aanvraag bij het personeel van de sectie.

Er werd een volledig psychologische onderzoek gedaan in een vorig tehuis, in de maand januari 1974. We verwijzen naar dat rapport voor de uitslagen van de intelligentietests en de karaktertests.

Wij vonden het zeer moeilijk, om niet te zeggen momenteel onmogelijk een duidelijk beeld van de persoonlijkheid te geven, daar er aan haar geen rechte kant te vinden is. Zijzelf spreekt zo dikwijls de gegevens, zowel van de sociale enquête als van het psychologisch onderzoek tegen, dat we helemaal niet weten hoe de gegevens te interpreteren. Haar gedrag in de onthaalafdeling geeft evenmin een aanduiding voor het goed begrijpen van haar psychologische situatie. Daarom stellen we voor dat niet alleen de gegevens van de familiale situatie preciezer onderzocht zouden worden, maar ook dat we hier proberen haar defensielijn van leugens en halve waarheden te doorbreken om binnen een maand een beter inzicht in haar psychologische toestand te krijgen.


Tweede psychologisch verslag, een maand later

Hanneke is een normaal intellectueel begaafd meisje. Ze behaalde op de WAIS in januari laatstleden een IQ van 104, met een VIQ van 105 en een PIQ van 102. Alle subproeven-uitslagen zijn harmonisch verspreid. Ze is echter weinig prestatiegemotiveerd en uit wat we van haar gedrag hier zien, lijkt ze ook niet dynamisch, noch geneigd tot veel initiatief.

Het affectief leven is ongetwijfeld zeer onrijp en gestoord door allerlei negatieve levenservaringen. Vooral de zeer ongunstige vaderfiguur heeft bij haar de onlustgevoelens zeer sterk opgedreven. Ze is een zeer angstig meisje, dat wantrouwig en achterdochtig is tegenover de anderen en tegenover zichzelf. Door dit laatste heeft zij ook een irreëel zelfbeeld opgebouwd, dat compensatorisch is voor haar minderwaardigheids- en onzekerheidsgevoelens. Ze is soms zeer prikkelbaar en kan overgaan tot gewelddadige verdedigingsreacties die eigenlijk typisch delinquent getint zijn, zoals bijvoorbeeld diefstallen, fysieke agressies, leugens, enzovoort.

Bij nadere observatie ziet men toch dat Hanneke zeer sterk bekommerd moet zijn met de familiale situatie en letterlijk gewrongen zit tussen de problemen van haar ouders. Haar ouders manipuleren haar en ze poogt zich hieruit te redden door zich niet duidelijk te manifesteren. De relatie met de moeder is niet ongunstig, vooral daar deze nu een bijzit heeft die positief is. Maar de relaties met haar moeder en haar bijzit worden beïnvloed door haar relatie met de vader, waarvan ze zich niet kan losmaken of het niet wil, en die haar ook nodig heeft. In een van haar brieven aan haar vader valt bijvoorbeeld op dat ze poogt een uitgesproken delinquent en agressief zelfbeeld van zichzelf te beschrijven, alsof ze ergens weet dat dergelijk gedrag de bijval van vader zal genieten. De vaderfiguur is ons inziens dubbel negatief, want in zijn brief van 19 oktober doet hij sterk beroep op allerlei emotionele factoren, die ontzettend verwarrend moeten zijn voor Hanneke.

Hanneke is misschien het best te helpen door haar hier niet zo lang te behouden, maar intussen zo snel mogelijk de relatie met de moeder en met broers en zusjes weer op punt te zetten. Aangezien ze toch normaal intelligent is zou mogelijks moeten gepoogd worden haar de negatieve invloed van de vader te doen inzien en haar te helpen zich te verdedigen tegen gemanipuleerde gevoelens tegenover hem. Dit wil zeggen dat ze geholpen wordt een zekere afstand te leren innemen tegenover de vader.

Hier kan ze best het gevorderde programma volgen en activiteiten of lessen die te maken hebben met schoonheidsverzorging.

P.S. Ik heb met Hanneke gesproken over haar relatie met moeder en vader. Deze met moeder is weer goedgemaakt, zegt Hanneke. Moeder is op bezoek gekomen en wil haar zo snel mogelijk weer thuis. De relatie met de vader wenst Hanneke niet meer te onderhouden. Ze heeft hem niet geantwoord op zijn laatste brief, zelfs niet nadat hij haar sprak over het opsturen van geld. Ze ziet in dat vader een negatieve binding is voor haar en haar niet gelukkig kan maken. Zij ziet ook in, zegt ze toch, dat er geen hoop is op betere verhoudingen met hem of betere gedragingen van zijnentwege.

Wat haar toekomstplannen betreft, zou zij liefst zo vlug mogelijk naar huis gaan en de uitgesproken wens van moeder om te gaan werken vervullen. Persoonlijk is ze nog geïnteresseerd in het volgen van de avondschool, liefst coiffure of iets dat daarmee te maken heeft. Ze zou graag een beroep leren, maar heeft buiten het genoemde geen speciale interessen of gedachten.


Derde psychologische verslag, twee maanden later

Ik roep ze vandaag bij me. Ik heb gehoord dat ze reeds enkele dagen weigert om taken te doen, brutaal antwoordt en een opvoedster beschuldigt van partijdig tegen haar te zijn.

Aan een opvoedster heeft ze gezegd tijdens een weekend bij haar moeder een man ontmoet te hebben die een pooier zou zijn. Hanneke beweert die man al acht maanden te kennen. Op mijn vraag wat hij met haar van plan is, antwoordt zij dat hij wil dat zij hier zo vlug mogelijk buiten is. Als ik opmerk dat het misschien zou zijn om haar als prostituée te laten werken, zegt ze dat niet te geloven. Ze voegt eraan toe dat ze niet naïef is, ook al weet zij dat hij twee vrouwen heeft die voor hem werken. Die man werkt trouwens ook. Hij is barman in een dancing en verdient 75.000 frank per maand. Zij zou daarom zeker niet in de bar moeten werken. Zij zou naar huis gaan, braafjes ergens gaan werken en hem slechts zien in het weekend. Zij wil niet toegeven dat die man haar in de prostitutie zal laten werken.

Ze zeurt vooral door om te weten wanneer ze hier weg mag. Zij vindt dat ze toch goed haar best heeft gedaan. Als ik opmerk dat ze wel veel op haar kamer is gebleven, zegt ze dat ze daar het liefst is. Ze vindt ook redenen om haar recente taakweigeringen te vergoelijken.

Ik raad haar aan vooral te beginnen met haar taken goed te doen en zich wat actiever te tonen.


Psychiatrisch verslag

Het beeld, zowel het klinische eigen, maar vooral het sociale van Hanneke is eerder verwarrend. Samengevat zou men het aldus kunnen stellen: de angstaanjagende, klappen uitdelende, autoritaire vader werd door de minderjarige aan de dijk gezet onder beschuldiging van aanranding op de eerbaarheid. Daarna nam moeder een reeks minnaars en Hanneke begon zelf los te vlinderen.

Maar dat maakt de zaak toch wat te summier. Waarom trad de vader zo op, door bijvoorbeeld door met een schaar te steken in haar hoofd en haar haar af te knippen? Is het omdat hij stamt uit een rand-, namelijke circusmilieu, omdat hij zelf een hoofdoperatie ondergaan heeft? Was het wel een hersenoperatie of slechts een onschuldige sinus- of neusoperatie. Of was hijzelf  erfelijk belast, want er zijn toch twee gehandicapte zoons?

Overigens is Hanneke toch maar losgeslagen als vader in de nor zat en zijn leiding, zij het een hardhandige, uitviel. Ten slotte identificeert zij zich ook in zekere zin met haar vader, aan wie ze schrijft er prat op te gaan bij haar opname alhier geweldig te keer zijn gegaan tegen de politie, net als hij zou hebben gedaan.

En is moeder, zelf een natuurlijk erkend kind, wel die zogenaamde goede moeder, hardwerkend en spaarzaam?  Ze kocht twee huizen en baat nu een frituurzaak uit. Zij nam na de hechtenis van haar man, minnaars op een rijtje of meer nog: ze lijkt zowat de manipulerende figuur die de mannen welke om dochterlief heen fladderen aan zichzelf tracht te binden.

Het meisje lijkt dus wel èn getraumatiseerd door de vader, - vandaar haar angstige instelling, nog verergerd voor dat ze hier werd opgenomen door een minderjarige die onze instelling dik in de verf had gezet-, èn gemanipuleerd door de moeder waardoor de wantrouwige en achterdochtige instelling.

Van beiden dient ze dus losgemaakt te worden, hetzij hier geherconoditioneerd, hetzij in een gastgezin geplaatst.


Vierde psychologische verslag, drie maanden later na een mislukte thuisplaatsing

Hanneke werd in maart laatstleden toch bij de moeder op proef vrijgesteld. Een maand later moet ze opnieuw opgenomen worden, nadat ze eerst nog in de gevangenis werd geplaatst.

Hanneke is zoals steeds in een privé onderhoud: normaal vriendelijk, wat oppervlakkig en makkelijk om een soort vraag-antwoord gesprek mee te voeren. Uit zichzelf zou ze niet veel zeggen.

Volgens haar kon ze in Gent geen werk vinden, omdat er zoveel werkloosheid was. Ze heeft ergens één dag gewerkt. Verder was er ruzie omdat ze niet op tijd thuis kwam en omdat ze met een bende oude vrienden op stap was geweest. Haar pleegvader, de bijzit van moeder, zou zich kwaad gemaakt hebben en heeft haar aan de deur gezet. Volgens Hanneke zijn ze niet blijvend kwaad op haar en zullen ze haar komen bezoeken. Ook als ze achttien wordt, over zes maanden, mag ze bij hen terugkomen.

Ze beweert dat ze zich hier verveelt en teveel op haar kamer moet zitten. Ze was liever in de gevangenis. Daar mocht ze werken in de wasserij. Ze deed de was van de mannen die in de cel zaten. Ze moest er servetten vouwen. Als ik haar vraag of ze hier naar de lessen was en strijk wil gaan, antwoordt ze ja. Maar later zegt een opvoedster dat Hanneke dit toch niet wil.

Heel waarschijnlijk heeft ze opnieuw een relatie aangeknoopt met die proxeneet, want ze spreekt over ’oude vrienden’.


Brief aan haar vader, geschreven de eerste week van haar verblijf te Brugge (de vader verblijft in de gevangenis te Hoogstraten)

Beste vader,

Ik laat u(*) weten dat alles goed is met mij. Ik heb uw brief vandaag ontvangen.Ik hoop dat u het goed stelt in Hoogstraten. Mij hebben ze eerste overgeplaatst naar de Nieuwe Wandeling(**) voor een week en vandaar naar Brugge, omdat ik weggelopen ben van de home. Ik weet niet hoelang ik hier zal moeten blijven. Het is een gesloten inrichting, maar als ik hier zes weken ben, zal ik eens naar huis mogen gaan. Waarom dat ma niet op bezoek komt, weet ik niet. Ze heeft mij er mij nog niets over verteld. Misschien is het omdat het te ver is. 

Toen ik weggelopen was, hebben ze mij om twee uur ’s nachts opgepakt. Een jongen had gezegd dat hij mij naar huis zou brengen, maar hij bracht mij terug naar de home. Hij wilde mij daar binnen sleuren, maar ik begon tegen hem te vechten en te roepen, zodat de directrice naar buiten kwam en ze wilde me doen binnenkomen. De mensen uit de appartementen daar tegenover waren naar buiten gekomen en ze hebben de politie gebeld. Ik kon niet meer weglopen want gans de home was omsingeld met zes politiewagens. Ik wilde weglopen, maar ze pakten mij vast. Ik schopte op hun benen en deed van alles om mij los te krijgen. Met acht man hadden ze mij vast en ze waren kwaad omdat zij mij niet in hun camionette kregen. Ze riepen er nog twee bij en ze zwierden mij in de camionette. Daar kreeg ik nog een vuistslag op mijn hoofd en op mijn kin. Ook mijn jas was gescheurd. Toen reden ze me naar het politiebureau om me te ondervragen. Ik heb niets willen zeggen. De dag nadien moest ik naar de jeugdrechtbank. Ze hebben daar twee mannen van de BOB gebeld en ze voerden me met een taxi naar de Nieuwe Wandeling. Na een week kwamen er weer twee van de BOB (***) en ze vroegen of ik al wist waar ik naar toe moest. Ik zei van nee. Dan zei er een van de twee: „Wel we brengen je naar een heropvoedingsgesticht in Brugge”. Ik ben hier nu reeds een week en half. Ik hoop dat ik vlug naar huis mag. Ik eindig met de hoop dat u vlug bezoek zult krijgen.

De brieven worden hier ook gecontroleerd.

Uw dochter,

Hanneke

(*)  In Vlaanderen wordt de jij-vorm zelden gebruikt. Moeders spreken zelfs hun kleuter met u aan.

(**)  Nieuwe Wandeling: de naam van de gevangenis te Gent

(***) BOB: Belgische Opsporingsbrigade

Antwoord van haar vader, zes dagen later

Beminde Hanneke,

Ik laat u weten dat ik uw brief goed ontvangen heb, waarin ik moest vernemen dat u weggelopen van de inrichting en dat u verraden bent door een jongen en meteen opgepakt werd door de politie.

Hanneke, u weet toch wel dat u dat niet mag doen en dat u gehoorzaam moet zijn in de inrichting. Ik versta ook heel goed dat een kind niet graag opgesloten wordt en iedereen graag vrij is. Zie eens uw vader die als zestien maanden opgesloten zit, zonder een keer naar huis te mogen. Is dat niet erg voor een vader van vier kinderen, die al twintig jaar gewoon is van bij uw moeder te zijn en nu alleen moet zijn in een cel. Kunt u dat voorstellen hoe hard dat is, aangezien ik nooit gestraft ben geweest? Ik was integendeel door iedereen graag gezien, waar ik ging spelen als muzikant en ook veel succes had in alle streken van het land. Ja, ja, ’t is daarom dat ik u vraag gehoorzaam te zijn aan het personeel van de inrichting. Trouwens ik weet wel dat u niet slecht bent dat  het u nu spijt.

Met mij is het niet goed. Ik lig hier te schrijven op mijn bed, want ik heb een keelontsteking. Toen ik dinsdagochtend bij de dokter was, zei hij mij dat ik tot vrijdag in bed moest blijven.

Ik hoop dat het met u goed is en dat uw moeder bij u op bezoek komt en ook dat het ook goed is in deze inrichting te Brugge.

Ik heb ondertussen naar mijn advocaten geschreven om het nodige te willen doen voor u en om eens een bezoek te mogen brengen te Brugge.

Als u kunt, stuur mij een foto. Ik heb in Gent in spoed mijn cel moeten verlaten voor de transfer naar Hoogstraten. Ik had uw foto aan de deur gehangen.

Verder wil ik u schrijven om te vragen of er iets van geld mankeert om kleren te kopen. Ik stuur hierbij 12 postzegels; dus schrijf mij onmiddellijk terug, dan vraag ik de Generale Bank u een cheque toe te sturen van twee of drieduizend frank.

Ik eindig met veel kussen.

Uw vader.


Mijn commentaar

De opvoedsters, de psychologe en de psychiater verdienen alle respect voor hun inzet voor dit meisje. We kunnen ons echter afvragen welke doelen bereikt worden met het plaatsen van deze minderjarige in een gesloten instelling. Het is duidelijk dat men haar wil beschermen. Hanneke moet worden beschermd tegen de ongunstige invloed van haar moeder, maar in het laatste verslag zien we ook dat het gevaar reëel is dat ze in handen valt van een pooier. Haar vader zit in de gevangenis, maar zal spoedig vrij rondlopen. We weten niet of hij dan opnieuw contact zal zoeken met zijn dochter. Ook die relatie is twijfelachtig.

De jeugdrechter, die ik kende als aan zeer autoritaire man, zou de plaatsing ook gezien kunnen hebben als een straf. Dat zou waanzinnig zijn.

Wat voor nut heeft deze bescherming van het meisje? Over negen maanden is zij volwassen en dan heeft de jeugdrechter niets meer over haar te beslissen. In de instelling zelf staat zij aan andere ongunstige invloeden bloot. De meisjes waarmee zij dagelijks omgaat, komen meestal uit de meest marginale milieus en een aantal van hen heeft een nogal dubieuze moraal. Het komt vaak voor dat deze meisjes als zij vrij komen, elkaar gaan opzoeken.

Kortom, alle goede bedoelingen en inzet van het personeel ten spijt, lijkt een plaatsing in het instituut weinig zinvol. Is er een alternatief? In gelijkaardige situaties heb ik in Nederland het gezin intensieve begeleiding gegeven. Voor Hanneke en haar ouders zou dit betekend hebben dat de moeder en haar vriend twee of drie keer bezoek zouden krijgen, waarbij zij samen met hun dochter afspraken zouden maken voor de volgende dagen. Die worden dan tijdens het volgende bezoek geëvalueerd en eventueel bijgesteld. Elk gezinslid zou aan het woord kunnen komen, zodat ze elkaars verwachtingen zouden leren kennen. Een efficiënt middel is om die afspraken op schrift te stellen in een heus contract, dat alle gezinsleden plechtig ondertekenen.

Indien de problemen escaleren, had ik een afspraak met een tehuis in de omgeving. Die hielden voor mijn Gezinsproject altijd een paar plaatsen vrij voor crisisopvang. Een voorbeeld kan verduidelijken wat het voordeel hiervan is. Van een gezin dat ik begeleidde kreeg ik op een zaterdag een telefoontje dat het helemaal mis liep. Ik ging met mijn assistent gaan kijken. De dochter stond op straat en had een baksteen in de hand. Zij stond op het punt een raam in te gooien. De buren stonden buiten, want zij had de hele straat op stelten gezien. Toen het meisje ons zag, kalmeerde ze en ze was bereid om met ons mee te gaan naar de crisisopvang. De volgende dag ging ik even kijken. Tot mijn verbazing trof ik daar de hele familie aan, grootouders incluis, die gezellig thee zat te drinken samen met de dochter. Nou, toen kon iedereen terug naar huis. Zonder dit project, was het meisje in een tehuis geplaatst geweest, waar ze wellicht maanden had verbleven.


Introductie

Homepage

De drie casussen:


© Juliaan Van Acker 2017