http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

Sanne

  1. SANNE geboren te Gent op 9 maart 1957; 17 jaar 1/2 bij opname

Milieu

Vader: 40 jaar oud. Is ongeschoold werkman. Heeft tot voor kort veel gedronken, maar is er nu mee gestopt. Is een goed werker en leeft in goede verstandhouding met zijn vrouw en kinderen.

Moeder: 38 jaar oud. Is schoonmaakster. Zij verzorgt de huishouding goed.

Kinderen: vijf kinderen, waarvan Sanne de oudste is. Twee broers zitten in het buitengewoon onderwijs.

Opvoeding

Toen de vader nog dronk, zou moeder herhaaldelijk slagen gekregen hebben en de gezinsleden leefden in angst. Sanne herinnert zich nog goed dat, toen ze drie à vier jaar oud was, jaar moeder en vaderlijke grootmoeder om haar vochten. Toen Sanne eens vroeg aan haar grootmoeder of zij met haar moeder  mee mocht gaan, antwoordde deze: „Je mag met jouw moeder niet meegaan, want het is een slechte vrouw”.

Sanne liep school tot vijftien jaar, eerst het lager onderwijs, daarna textielonderwijs. Toen bleef ze thuis om in de huishouding te helpen. Zij was het die haar jongste zusjes, waarmee ze sterk gebonden is, feitelijke opvoedde. In de middag ging ze werken als schoonmaakster.

Sanne was echter niet tevreden thuis. Af en toe verliet ze de ouderlijke woning. Ze frequenteerde slecht befaamde dancings en had seksuele omgang met verscheidene jongens. De ouders riepen, ten einde raad, de hulp in van de jeugdrechter, die haar liet plaatsen in een onthaalcentrum. Sanne was toen 15 jaar 1/2. Na één maand werd ze onder toezicht vrijgesteld thuis, Ze werd tewerkgesteld in een naaiatelier.

Na één maand liep ze opnieuw weg van thuis. Ze werd opnieuw geplaatst in het onthaalcentrum en na een week overgebracht naar de inrichting St.-Margaretha van Cortona. Hier beschreef men haar als een goede werkster, die af en toe weigert iets te doen. „Formeel pas minderjarige zich goed aan, is dan beleefd en vriendelijk. Ze kan zelfs gezellig zijn. Maar deze houding is niet echt: het is een gesloten, achterbaks type dat steeds steun zoekt bij de negatieve elementen in de groep. Zij heeft zeer weinig wilskracht”.

Na negen maanden verblijf in de inrichting, ontvluchtte zij er en een maand later nogmaals. Daarna maakte zij zich medeplichtig aan een brandstichting in de inrichting. Ze wordt overgebracht naar het Rijksopvoedingsgesticht te St.-Servais, van waaruit ze spoedig tweemaal ontvlucht. Telkens heeft ze avontuurtjes met verschillende vreemdelingen. Na een verblijf in de gevangenis, wordt ze overgebracht naar het rijksopvoedingsgesticht te Brugge. Dan is ze 17 jaar.

Vanuit het rijksopvoedingsgesticht te Brugge gaat ze eerst tweemaal op bezoek bij de ouders. De eerste maal onder begeleiding van een opvoedster, die noteert dat er blijkbaar een goede verstandhouding is in het gezin. De twee oudste kinderen gaan werken. De broer van de moeder verbleef in de gevangenis wegens diefstal en een zuster van de vader wegens dronkenschap. De vaderlijke grootmoeder kwam tijdens het bezoek ook binnen. Bij het binnenkomen barstte zij in tranen uit, waarop ook de moeder begon te huilen. Sanne liep toen in een woeste bui naar boven. De grootmoeder leek een bazige vrouw te zijn, maar werd verder genegeerd door het gezin.

Na vier maanden verblijf wordt zij op proef vrijgesteld bij de ouders, maar ontvlucht er spoedig. Na een nieuwe plaatsing wordt zij vanuit de instelling tewerkgesteld, maar ontvlucht weeral. In een onderschepte brief aan een andere meisje geeft Sanne een relaas van haar laatste ontvluchting. Het is een drieste opeenvolging van vrijages en seksuele betrekkingen met verschillende jonge mannen. Ook drugs komen er aan te pas.

Niettemin blijft het contact met thuis goed en binnen de inrichting is haar gedrag correct. Pogingen worden ondernomen om Sanne terug in de gezinskring te integreren.

Plaatsingen

Zoals bij de meeste meisjes die in het Rijksopvoedingsgesticht te Brugge terechtkomen, gingen heel wat jeugdbeschermingsmaatregelen eraan vooraf:

op 15 jaar 5 maanden: plaatsing in een doorgangshuis te Gent en een dag later in het Onthaalcentrum De Zandberg te Varsenare.

op 15 jaar 9 maanden: vrijgesteld onder toezicht bij de ouders. Na veertien dagen plaatsing in een doorgangshuis, vijf dagen later geplaatst in het Onthaalcentrum De Zandberg en vijftien dagen later plaatsing in het opvoedingsgesticht St.-Margaretha van Cortona te Antwerpen.

16 jaar 8 maanden: plaatsing in de gevangenis te Gent en veertien dagen later plaatsing in het Rijksobservatie- en opvoedingsgesticht te St.-Servais.

17 jaar 4 maanden: plaatsing in de gevangenis te Gent en veertien dagen later opname in het Rijksopvoedingsgesticht te Brugge.

Psychologisch verslag op 16-jarige leeftijd (gemaakt in Cortona)

Een verstandelijk zwakbegaafd meisjes. Een fruste persoonlijkheid die op geen enkel gebied tot echte differentiatie is gekomen. Er bestaat een dominante infantiele contactbehoefte die op orale bevrediging is ingesteld: een zoeken naar geborgenheid, houvast en bij gebrek daaraan compensatorische genotsmiddelen.

Het Ik is te weinig gevormd om stelling te kunnen nemen, bovendien bezit het meisje geen intellectuele belangstelling en weinig inzichtelijkheid om niet te leven vanuit een onmiddellijke behoefte-toestand. Haar affirmatie-pogingen  zijn meestel eigenmachtige, naïeve reacties, mogelijks met latente oppositie en bij frustratie fugue-tendens.

Algemeen gezien staan we voor een zwakbegaafd, weinig ontwikkeld meisje dat karakterieel zeer labiel is. Milieu-invloeden zijn zeer belangrijk voor de verdere ontplooiingskansen. 

Psychiatrisch verslag op 16-jarige leeftijd

Sanne is een gezond voorkomend meisje, dat een goede indruk maakt bij de eerste contactname.

Uit de observatie blijkt dat we hier te doen hebben met een verstandelijk zwakbegaafd meisje, dat wilszwak is en tot weinig inspanningen in staat. Dit kind is in allereerste plaats gericht op de onmiddellijke bevrediging van haar verlangens en het mangelt haar in belangrijke mate aan censoren.

Wij vrezen dat dit meisje, aan zichzelf overgelaten, snel opnieuw in haar relatieve bandeloosheid zou kunnen hervallen en dat een langdurige begeleiding hier een noodzakelijkheid uitmaakt, teneinde haar meer bezinning en rijping bij te brengen.

Daarom lijkt ons nog voorlopig behoud in de instelling de aangewezen maatregel. De contacten met thuis moeten behouden blijven.

Psychiatrisch rapport van het Rijksopvoedingsgesticht te Brugge (Sanne was toen 17 jaar 1/2)

In het rapport van St.-Margaretha van Cortona wordt gezegd dat minderjarige uit een normaal gestructureerd gezin komt. Dit vraagt wel om enkele bedenkingen, want het is pas de laatste jaren dat de atmosfeer thuis rustig is geworden. Vooreerst was er vader die veel, zeer veel dronk en vaak handgemeen werd met de moeder. De kinderen zijn dus opgegroeid in een angstige atmosfeer. Pas als het jongste dochtertje is geboren, vijf jaar geleden, staakte vader het drinken. 

Dan is er ook de verhouding tussen moeder en de grootmoeder van vaderszijde geweest. Die laatste twistte soms om Sanne bij zich te hebben en op een vaak weinig educatieve manier.

Er heeft dus wel iets geschort in de opvoeding van Sanne. Het is zelfs de vraag of ze door die tweespalt tussen grootmoeder en moeder niet verwend is en dat daardoor haar buiigheid en haar laag frustratievermogen met fugue-reactie niet kan worden verklaard. Temeer dat de matige intelligentie maar beperkte remmen oplegde. Op die fugues beleefde ze immer menig avontuurtje, wat de smaak van de van huis uit opgedrongen partnerkandidaat tempert.

Al dient aan de andere kant gezegd dat Sanne, in de korte periode dat ze hier is, steeds gelijkmatig van humeur is, naar de opgewekte kant toe zelfs.

Psychologisch rapport voor de programmabespreking

In de anamnese van dit meisje moeten we nota nemen van enkele familiale moeilijkheden, onder andere de dronkenschap van vader in haar eerste levensjaren en de daaruit voortspruitende conflicten tussen ouders. Ook moeten we rekening houden met blijkbaar ernstige relatiestoornissen met de moederfiguren, namelijk moeder en grootmoeder, toen Sanne 3 - 4 jaar oud was. Deze feiten zijn nog zeer levendig aanwezig in haar fantasie en emotioneel leven. Verder is er niets ongewoons te vinden in haar vroege familiale geschiedenis, zodat ze ook zonder zware moeilijkheden tot haar vijftiende thuis kon opgroeien en school lopen.

Het is pas in de vroege adolescentiejaren dat er conflicten rezen met thuis, waaruit blijkt dat er geen vertrouwelijke relatie bestond met haar ouders en dat Sanne haar oudere neurotische klachten over verstoten worden door moeder opnieuw naar boven haalde.

Toch is er psychologisch bij deze minderjarige niet veel afwijkends te vinden. Ze is laagmiddelmatig intelligent, wat de Rorschach ons bewijst, niettegenstaande het rapport van St.-Margaretha van Cortona van mei 1973. Wel zal ze door haar algemene oppervlakkigheid en sterk infantiele affectiviteit, alsmede door haar gebrek aan motivatie voor inspanningen misschien lager presteren dan ze werkelijk kan. De controle van de realiteit is zeer goed, zodat ook het Ego normaal gezond is. Doordat haar introversie activiteit zeer gering is, kan ze vrij snel overspoeld worden door emotionele opwellingen en affecten, die echter voor het grootste deel nog steeds onder controle van het Ego blijven. Er is echter altijd een mogelijkheid dat de controle van het Ego wegvalt en dat ze in een totaal ongebreidelde affectieve uitbarsting losbreekt. Ook haar angst, die blijkbaar helemaal niet groot is, houdt ze goed onder controle. Ze past zich zeer goed aan de gangbare normen van haar omgeving aan, maar de ganse psychologische ontwikkeling van deze minderjarige is nog steeds gekenmerkt door een overall-affectiviteit en naïveteit. Echte agressiviteit vindt men in de test niet, maar in de Pfister ziet men toch dat er soms een oppervlakkige agressieve reactie kan plaatsvinden. In dezelfde test vinden we ook een enorme basisbehoefte naar contact en affectieve relaties die in haar uiterlijk gedrag naar voren komt. 

Een verklaring daarvoor denken wij te vinden in haar totaal onvoldoende relaties met de vader hoofdzakelijk, maar ook met de moeder. Uit enkele brieven van haar en uit haar gedragingen gedurende de fugues zien we bijvoorbeeld dat Sanne blijkbaar geen affectieve relatie met de vader heeft kunnen maken, waaruit ze een positief beeld van haar meisje-zijn heeft kunnen opbouwen. Buiten het feit dat ze de reële vader eerder negatief en angstbeladen ervaart, zoekt ze bevestiging van haar vrouw-zijn in honderden efemere relaties en avonturen met eender wie, liefst nog vreemdelingen. Ook de houding van moeder is van dien aard dat Sanne waarschijnlijk ambivalente gevoelens over en tegenover moeder moet onderhouden hebben. De rol welke de vaderlijke grootmoeder gespeeld heeft in haar vroege kinderjaren schijnt wel een diepe invloed op haar nagelaten te hebben. Toch is de oppervlakkige relatie met haar familie in ’t algemeen als vrij goed te beschouwen.

Sanne is een minderjarige die moet geholpen worden te groeien door haar neurotische relaties met haar ouders, desnoods door de ouders te wijzen op enkele feiten welke we besproken hebben. Hier is het zeer moeilijk haar te helpen met een positievere ervaring van het vrouw-zijn in relatie met de man, zodat het niet wenselijk is haar hier lang te behouden. Ons inziens zou ze best terug in haar familie opgenomen worden, maar dan met regelmatige begeleiding want we voorzien nieuwe fugues indien Sanne onder stress komt van haar onvoldoende relaties met de vader en de onzekerheid over moeders’ genegenheid.

Psychologisch verslag twee maanden later

Sanne werd een maand na het vorig rapport thuis op proefverlof geplaatst, onder zeer strenge controle. Na een week liep ze weeral weg. Haar ouders willen haar niet meer terug. Ze is eerst gaan wonen bij een jongen en daarna drie weken bij een andere jongen. Met de eerste vrijde ze en bij de twee woonde ze ’als vrienden’. Ze had de sleutel en kon doen wat ze wou. Noch haar ouders, noch haar vrijer waren akkoord met haar constant uitgaan en Sanne weet ook maar een pover antwoord te geven waarom ze dat steeds doet.

In ieder geval, als ze mijn bureau binnenkomt, geeft ze een schok. Ze ziet eruit als een vogelschrik. De onderste helft van haar persoon doet denken aan een soldaat die op manoeuvres gaat vertrekken en de bovenste helft aan een licht meisje uit een soort arabische koffiebar. Zijzelf vindt zichzelf heel mooi zo, maar ze bekent dat ze zich nog niet van boven tot onder samen gezien heeft, Zij is ten andere verwonderd dat ik haar schoenen niet zo feminien vindt.

Zoals steeds kijkt Sanne u aan met haar onschuldige, mooie ogen, precies of er eigenlijk niets gebeurd is en wat er gebeurt is tijdens de fugue vertelt ze ook niet.

Sanne weet dat haar ouders haar niet terug willen, maar ze heeft al de zekerheid dat ze bij haar vrijer mag gaan wonen. Die woont momenteel nog bij zijn ouders, waar ook zij mag komen wonen.

Vermits de „man” zo een sterke invloed heeft op haar, zouden we niet moeten een man inschakelen in haar heropvoedingsprogramma?

Psychologisch verslag vier maanden later, na de zoveelste ontvluchting

Sanne is gaan lopen vanaf de eerste dag dat ze tewerkgesteld werd. Zij is naar Antwerpen geweest en heeft ergens een relatie aangeknoopt met een zeker Karel. Ze zou er nu mee willen corresponderen, maar ze kent zelfs geen enkele bijzonderheid over hem.

Minderjarige is sterk vermagerd. Ze schijnt ook ervaringen opgedaan te hebben die haar sporen nagelaten hebben, want ze is veel stiller dan vroeger en schijnt momenteel ook erg bekommerd te zijn dat ze toch zwanger zou zijn, niettegenstaande ze menstruaties kreeg op 23 maart en ze teruggeplaatst werd op 1 april.

Sanne heeft waarschijnlijk drugs-ervaringen, want de vriend van haar vrijer werd ervoor aangehouden. Misschien is het daardoor dat Sanne nu klaagt van duizeligheid en mottigheid. Ze ziet er ook heel bleek uit.

Toch lijkt het ons dat er vandaag met haar te spreken valt. Ze heeft ergens angst gekregen over haar toekomst. Ze maakt zich zorgen over waar ze naartoe zal gaan. Zij is geen vluchten uit ’zottigheid’, zo maar een bevlieging, maar nu schijnt ze bereikbaar voor inzicht en nadenken. Misschien begint ze te beseffen dat ze deze week achttien jaar wordt, dat haar ouders alle relaties met haar ontwijken en zelfs gezegd hebben dat ze nooit meer naar huis moet gaan. Van haar broertjes en zusjes krijgt ze ook geen nieuws meer, maar die schreven vroeger ook bijna nooit.

Ik denk dat als we Sanne wat onder druk zetten, dat ze misschien zich gaat beginnen te bezinnen.

Sanne is op haar verjaardag volkomen vrij om te gaan en te staan. Zij krijgt de kans naar een home te gaan. Hierover hebben we geen verdere informatie.


Uittreksels uit een brief van Sanne aan thuis

Liefste mama, papa, broer en lieve zusje,

Liefste mama, ik heb jouw tweede brief goed ontvangen en was er erg gelukkig mee. Je bent bedankt voor die twee foto’s van Hanneke en ook voor de postzegels. Mama, ik hoop dat je zondag 2 juni kunt komen op bezoek, want ik wil jullie zo graag terugzien. Mama, als je komt, wil je dan sigaretten meebrengen Belga of Gauloise.

…. Mama, hoe is het nog met jou? Ik hoop alles goed. Met mij is het goed, maar ik mis je toch veel, ook mijn broers hoor, maar vooral mama, papa en zusje Hanneke.

… Nu liefste mama, als ik jullie zondag zie, moet je niet verschieten want ik ben niet verdikt. Ik weeg maar 59,5 kg. Dat is goed hé, mama.

Nu liefste mama ga ik mijn briefje sluiten en tot het vierde briefje dan hé. Doe de groetjes aan papa, Lode, Eric, Jan, Hanneke. Nog veel dikke kussen en groeten van je dochter Sanne die veel aan jullie denkt. Misschien tot zondag, ja???? Daaag hé, allemaal.

P.S. Houd jullie allemaal goed.

Verslag dat Sanne schreef over haar ontvluchting

Echt gebeurd al wat ik pen. Nu zal ik vertellen van mijn laatste loop uit het Rijksopvoedingsgesticht.

Ik ben gaan lopen op vrijdag 21 maar rond 12 uur s’ middags. Ik was gaan werken van 9 uur tot 11.30 en ik kreeg mijn loon. Ik ben direct naar het station geweest en de trein genomen naar Gent. Toen ik in Gent aankwam, zo rond twee uur, ben ik naar de Snoopy gegaan. Daar heb ik kennis gemaakt met een zekere Maurice. Ik heb hem mijn gouden ring gegeven als souvenir. Ik heb daar wat met hem gesproken. Die gast trakteerde mij en ik hem. Maar Maurice werkt in de Snoopy, dat vergat ik te pennen. Zo rond een uur of vier komt er een blonde gast binnen, een vriend van Maurice. Ik vroeg aan Maurice hoe die gast noemde. Het was Jean. Maurice vroeg wat ik zou drinken en ook aan Jean. Daarna betaalde ik hen verschillende pinten en Jean vroeg mij mijn naam. Ik betaal hem nog een tuborg en weet je waar hij zei? „Zeg Sanne, wil je mij verleiden misschien?” en ik zie „Nee, Jean” en Jean zei:”Maar ik zou toch graag jou verleiden”. Ik dacht in mijn eigen „zo een toffe gast”. Opeens vroeg hij mij ons wat van achter te zetten. Ik zei ja, waarom niet hé. We zetten ons van achter. We babbelen eerst wat. We flirten wat en dan gaan we terug naar de toog. Zo rond een uur om half een ’s nachts komt er een koppel binnen. Die hadden de laatste trein gemist. Toen vroeg Jean aan Maurice of zij in de Snoopy konden blijven slapen, dan blijf ik hier ook met Sanne. Dat mocht. We deden al de lichten uit en lieten nog een kaars branden op ons tafeltje waar we met z’n vieren zaten. Op een gegeven moment zie Jean tegen dat koppel: „Ga jullie gaan slapen, want ik heb ook mijn gevoelens” en hij keek zo eens naar mij en dat was goed. We gingen alle vier slapen. Ik heb betrekkingen gehad met Jean. Om zes uur in de ochtend zijn die jongen en dat meisje vertrokken naar Brugge met de trein. Dan hebben Jean en ik verder geslapen tot elf uur. Dan heb ik de Snoopy gekuist (*). Ik had bijna gedaan en Jean zei:”Kom we gaan nog eens”. Ik wou niet, maar ik moest. We hadden juist gedaan en onze kleren weer aan, als Maurice binnenkwam met een vriend die door ook bestelt. Hij dacht dat ik de kuisvrouw was. Toen kwam nog iemand binnen. Ze konden mij alle drie niet met rust laten. Als ik gedaan had met kuisen, vroeg ik een glas water, maar ik kreeg een pint. Dan zei Maurice dat we alle drie naar buiten moesten, want als de baas komt zal het er gaan stuiven. Jean zei dat ik eerst naar buiten moest. Hij gaf me nog een dikke, lange kus. En weg was ik, recht naar de discotheek Vibrator. Allemaal goed en wel, ik leerde daar jongens kennen: Sjors, 16 jaar, Jean-Pierre 20 jaar, Kris, 18 jaar en nog een, maar ik weet zijn naam niet meer. We zijn dan alle vijf naar de Barbarella geweest. Ik heb daar gedronken als een zot. We zijn daar gebleven tot rond een uur of halfacht gebleven en toen zijn we naar de Aquarius gegaan, waar je boven kunt biljarten. Opeens kwamen twee jongens naar boven en ploften zich neer in een zetel. En die ene jongen bekeek mij zo. Hij kwam naar mij toe en vroeg: „Ben jij Sanne niet?”. Ik zei ja, maar ken ik jou?”. Hij zei: „Ja, weet je het niet meer twee jaar geleden in café de Kongo in Wetteren”. Ik schrok en zei: „Dan bij jij Paul!”. Dan hebben we nog wat gesproken met elkaar. Maar zijn vriend die bij hem was, zat me ook zo te bekijken. Hij was verliefd op mij. Paul vroeg aan mij: „Sanne, ga je mee naar de wc om een joint te roken?”. Ik zei natuurlijk ja en we lieten zijn vriend zitten. Als we joint hadden gerookt, kwamen we uit de wc. Ik was zo stoned als een varken. Paul en zijn vriend zaten al beneden. Ik ging naar hen toe en vroeg aan die vriend hoe hij heette. „Joep”, zei hij. Ik zei: „Aangename kennismaking, ik heet Sanne”. Hij vroeg of ik misschien gaan roken was. Ja, zei ik. „ik zie het aan je ogen”, zei Joep. Toen vroeg hij mij: „Zeg, Sanne, ga je mee naar mijn huis”. Ik zei dat het ok was. Hij vroeg nog of ik het echt meende. Ik zei: „maar natuurlijk”. We zijn toen in de Okwa gebleven tot de zondagmorgen halfacht. Dan zijn we naar Wetteren gereden et de auto van Paul en we zijn eerst naar een café geweest. We hebben gedronken honderd in het uur. We waren zo zat als een patat. Rond negen uur zijn we naar Paul’s huis geweest. Hij zei tegen z’n pa: „Pa, mag mijn lief binnenkomen?”. „Ja”, zei die oude ezel. Ik ben daar gebleven van de 23ste maart tot de 28ste. Toen Paul de dinsdag moest gaan werken, ben ik er rechtover in het café Het Tonneke gegaan en kwam daar zijn vriend tegen. Die vriend is getrouwd en heeft een kindje, maar hij is weg van zijn wijf. Ik heb met hem wat geflirt en we zijn dan naar de Siësta geweest. Toen we terug kwamen van de Siësta stond Paul zijn moeder aan de deur en ze verweet me van alles en nog wat. Ik ben dan gaan slapen bij d moeder van die vriend. De volgende ochtend heb ik daar moeten eten en mij kunnen wassen. Toen kreeg ik 100 frank om naar Gent te kunnen gaan. Ik ben daar direct naar de Kongo gegaan en ik zag daar Luk, dat is ook een vriend van Jean. Ik heb eerst wat met hem geflirt en we zijn toen naar zijn huis geweest. Hij had een toffe kamer. We hebben daar een plaat opgelegd en natuurlijk hadden we betrekkingen. Ik ben bij hem gebleven tot 31 maart. Toen werden we opgepakt in de Akwa. We hebben beiden verklaringen afgelegd. Toen moest ik van de jeugdrechter terug naar Brugge. Ik heb toch veel leute gehad hoor. Ik denk dat Luk in de bak zit. Dat was het zo ongeveer.

(*) Kuisen: Vlaams voor schoonmaken


Mijn commentaar

Er zijn duizenden meisjes als Sanne die hetzelfde gedrag vertonen. Zij komen niet terecht in de jeugdbeschermingsmolen. Het zou mij niet verbazen indien zij er beter aan toe zijn. Sanne bleef tot haar achttiende verjaardag in het rijksopvoedingsgesticht en dan was ze volkomen vrij. Vanaf dat moment had de jeugdrechter niets meer te beslissen. Het is niet bekend hoe het verder met haar is vergaan.

Haar jeugdrechter was een autoritaire man, die geen tegenspraak duldde. Op een academische zitting, die ik in het rijksopvoedingsgesticht voor de jeugdrechters had georganiseerd, voerde hij het grote woord. Zijn extreme  uitspraken wekten nogal wat gêne op bij zijn collega’s. Het wrange was dat enige tijd later zijn zoon, zestien jaar oud, zelfmoord pleegde. Bij een andere minderjarige die ook voor promiscue gedrag werd geplaatst, was de jeugdrechter een bekende uit mijn kennissenkring. Wij wisten dat deze gehuwde man een flatje huurde om te kunnen vrijen met zijn vaak wisselende vriendinnen.

Natuurlijk zou ik als vader ook mijn dochter willen beschermen. Als orthopedagoog zoek ik naar een oplossing die op langere termijn een goed resultaat heeft of waarbij het risico tot erger wordt verminderd. In het Gezinsproject dat ik leidde vanuit de universiteit te Nijmegen, gaf ik de ouders in dergelijk geval het advies hun dochter altijd met veel liefde en warmte op te vangen, wat er ook was gebeurd. Deze kwetsbare meisjes moeten als ze in de put zitten, weten dat ze thuis altijd terecht kunnen zonder dat ze gestraft en vernederd worden. In dit project volgden we de gezinnen tot een paar jaar na het beëindigen van de behandeling. Hieruit bleek dat onze aanpak significant betere resultaten had dan plaatsing in een tehuis.

Ik heb een man gekend die een meisje uit Afrika had geadopteerd. In de puberteit begon dit meisje, dat zwakbegaafd was, weg te lopen en kwam telkens terecht in een of andere seksclub. De vader, die behoorde tot de penoze van Amsterdam, wist haar steeds te vinden. Als men voor hem niet wilde openen, dan sloeg deze oersterke man een raam in en drong naar binnen. Desnoods haalde hij zijn dochter van onder een cliënt vandaan. Hij nam dan op liefdevolle wijze zijn dochter mee naar huis. Haar adoptiegezin heeft haar altijd geaccepteerd. De ouders verweten haar niets. Ze wisten gewoon dat dit een kwetsbaar meisje was, dat zich zeer makkelijk liet meeslepen.

In het verslag dat Sanne zelf schreef over de periode van haar ontvluchting, lezen we in feite niets anders dan wat vrijwel alle jongeren, ook studenten, af en toe doen. Het is te leuk. Dat een meisje daarvoor in een soort gevangenis terechtkomt is krankzinnig. Ik besef weliswaar dat het goed zou zijn als we deze meisjes kunnen beschermen tegen de vele mannen die hen willen misbruiken, maar het middel is erger dan de kwaal.

Het psychologisch rapport van de psychologe van het Rijksopvoedingsgesticht valt tegen. De psychologe kletst wat uit haar nek. In zekere zin is dit begrijpelijk: wat kan men op therapeutisch vlak in een gesloten inrichting aanvangen met meisjes als Sanne? Binnen de inrichting gedragen zij zich aangepast en eenmaal buiten, beginnen de avontuurtjes van voren af aan. De psychologe heeft het over terugplaatsing bij haar thuis ’onder strenge controle’. Wat moeten we ons hierbij voorstellen? In feite staat men in de instelling machteloos. Zoals hierboven gezegd hadden de ouders intensief begeleid en ondersteund moeten worden. Helaas zien we dat ze Sanne definitief de deur hebben gewezen. Dit is een grove fout, waar de betrokken hulpverleners en de jeugdrechtbank medeschuldig aan zijn. Had toen niemand de wijsheid om de ouders erop te wijzen dat Sanne een plek nodig heeft waar ze altijd met veel warmte en liefde wordt opgevangen, wat er ook gebeurd is


Introductie

Homepage

De drie casussen:


© Juliaan Van Acker 2017