Wat is beschaving? Mijn jaren in Afrika

In de zeer Democratische Republiek Kongo heb ik drie jaar les gegeven. Van mijn leerlingen zijn de meesten ondertussen opgegeten. Dit klinkt als een sinistere grap, maar het is bittere werkelijkheid. Kannibalisme is de meeste verdrongen praktijk in donker Afrika en niemand wordt er graag aan herinnerd. In het koloniale tijdperk verkondigden de koloniale machten triomfantelijk dat het kannibalisme was uitgeroeid, maar hier was de wens wellicht de moeder van de gedachte. Direct na de onafhankelijkheid van die landen werd er minder heimelijk gedaan over dit ritueel. Het werd wereldnieuws toen in de koelkasten van de verdreven Oegandese dictator Idi Amin menselijke resten werden gevonden.

Ik heb ontzettend van Kongo en haar bevolking gehouden. Ik had graag mijn hele leven daar willen werken. Helaas, in de periode dat ik daar verbleef, van 1963 tot 1966, zijn er zulke verschrikkelijke dingen gebeurd, dat ik toen al wist dat het nooit wat zou worden. In elk geval niet de volgende honderd jaar. Wat de afgelopen jaren is gebeurd en nog steeds voortwoekert, onder andere in Noord-Kivu, waar mijn dochter is geboren, gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Verschrikkelijker kan niet.

Het collectieve geheugen van de Kongolese bevolking is voor generaties lang besmet door de beestachtige wreedheden gepleegd  door veel van haar burgers, zelfs door kinderen. In 1963 werd ik op een school voor toekomstige onderwijzers aangesteld als leraar pedagogiek in Boende, een klein gehucht, net iets onder de evenaar,  midden het regenwoud, ver van de steden. Een jaar later brak de Simba-rebellie uit en werd Boende door hen bezet. Maanden later, toen Boende door huurlingen werd bevrijd, kopten de kranten: ‘De Hel van Boende’. Ik heb de voortekenen van die rebellie meegemaakt. De angst heerste in deze regio. Veel zwarten uit de streek van Kisangani, een stad enkele honderden kilometers oostwaarts verwijderd, werden gesignaleerd. Niemand wist precies wat zij hier kwamen doen. Militairen werden onrustig en sloegen aan het plunderen. In september gebeurde het. Ik was tijdig gewaarschuwd om niet terug te keren naar Boende en ik verbleef toen in Mbandaka, een stad westwaarts van Boende gelegen. Van ooggetuigen heb ik gehoord wat er toen allemaal is gebeurd. Sommigen van mijn kennissen hebben het niet overleefd. Mijn oud-leerlingen werden al die tijd opgejaagd. Al wie enige opleiding had genoten werd door de rebellen als een verrader en vijand beschouwd. Wie in handen viel van de Simba’s wachtte een vreselijk lot.

Alhoewel in Boende een paar duizend goed gewapende militairen waren gelegerd, verliep de verovering probleemloos. De rebellen bevonden zich aan de overkant van de Tshuapa-rivier. Er was slechts een kleine pont die aan de andere kant lag. Een groepje rebellen en een meisje staken de rivier met prauwen over. Vanaf de plaats waar ze aanmeerden trokken ze zingend door een grote laan in de richting van het veerpont. Het meisje liep voorop. Hier gebeurde iets magisch, wat alleen in zwart Afrika mogelijk is. Een magie die ik op andere gelegenheden zelf mocht ervaren. Het meisje was met slijk, vermengd met witte kalk, ingesmeerd en droeg allerlei amuletten. Ze liep traag en wiegelend heen en weer, het hoofd diep voorovergebogen en ze zong een lied op meeslepende toon. De anderen liepen in een rij achter haar aan. Het groepje leek als een slang die zich sluipend voortbewoog over de laan. De soldaten met hun machinegeweren deden in hun broek van angst, schoten hun geweren leeg in de grond en vluchtten in paniek weg. Die kleine processie trok naar het veerpont, stak ermee over en toen kon het hele rebellenleger zonder slag en stoot de rivier oversteken.

De verschrikkingen volgden hierna en werden pas beëindigd worden als even meedogenloze huurlingen Boende heroverden en alles neerschoten wat er bewoog, zelfs honden en kippen. Die herovering werd gefilmd en op internet is deze film, genaamd ‘Adieu Afrique’ of ‘Africa Adios’, terug te vinden.

Al wie een zekere opleiding had genoten werd door de Simba-rebellen gemarteld en gedood. Nadat hun geslachtsorgaan werd afgesneden, werd hun buik opengereten en de lever werd opgegeten terwijl het slachtoffer vaak nog leefde. In Kisangani werd de zwarte burgemeester drie weken lang aan één stuk door gemarteld. Kleine stukjes vlees werden uit zijn lichaam gesneden en de wonden werden opgevuld met pili pili, een poeder van pepers. Hij leefde nog toen de huurlingen Kisangani bevrijdden. In Paulus troffen de huurlingen blanke zusters aan die waren gespiest aan palen. Die arme kloosterzusters waren maandenlang  verkracht geweest, tientallen keren per dag. Toen de rebellen moesten vluchten voor de huurlingen namen ze palen met een scherpe punt, sloegen die via de anus in het bekken van deze vrouwen en zetten de palen rechtop in de grond. Toen de huurlingen in Paulis aankwamen, waren zij al overleden.

Een van de huurlingen toonde mij later foto’s van zwarten die werden doodgemarteld. Met handen en voeten gespreid en vastgebonden aan palen in de grond. Hun penis uitgerokken met een touw. Ook een Belg, de heer Vannitsen, directielid van een plantage van Unilever, werd het slachtoffer van deze beulen. Die man had mij eerder heel gastvrij ontvangen. Hij werd door personeelsleden die vroeger door hem werden ontslagen, aangegeven bij de rebellen. Het wrange was dat die man wilde vertrekken toen de rebellen aan de overkant van de Tshuapa stonden, want hij rook onraad. Een afgevaardigde van de hoofdzetel van Unilever die toevallig op bezoek was, vroeg hem toch te blijven om het bedrijf draaiende te houden. Toen hij werd aangehouden werden zijn kleren afgerukt, met armen en voeten werd hij gebonden aan een stok en naar de rechtbank gedragen. Doordat hij zo stevig vastgebonden was, werd zijn huid gescheurd tot op het bot door het gewicht van zijn lichaam. Na de eerste ondervraging mocht hij terug naar de missie, waar de zusters hem verzorgden. Helaas werd hij de volgende dag opgehaald en opnieuw op dezelfde manier vastgebonden aan zijn zwaar gewonde polsen en enkels. Het gekerm van die man ging elk voorstellingsvermogen te boven. Uiteindelijk werd zijn doodstraf uitgesproken en met lansen werd hij doodgestoken. De man had dertig jaar met hart en ziel gewerkt, niet alleen voor zijn bedrijf, maar ook voor de lokale bevolking. Hij had een school opgericht voor de kinderen van de werknemers, een ziekenhuis en een hele wijk huizen voor de arbeiders. Onder zijn leiding kende de hele regio een ongekende economische bloei.

Enkele maanden na de bevrijding van Boende keerde ik er terug om te zien of de school nog kon starten. In vond slechts twee van de ongeveer driehonderd leerlingen terug. Zij konden mij niets zeggen over het lot van de anderen. De daarop volgende maanden kon ik slechts enkele tientallen oud-leerlingen traceren. Aangezien in die gebieden verhalen heel snel de ronde doen, is het vrijwel zeker dat alle anderen het slachtoffer zijn geweest van het kannibalisme van de simba’s.

In Boende verbleef ik enkele weken bij de huurlingen in een soort no man’s land: aan de ene kant het huurlingenleger en zeventig kilometer verderop de Simba’s. Dat was een heel bijzondere ervaring omdat er geen politie was, geen veiligheidsdienst en geen andere overheidsfunctionarissen. Iedereen kon ongestraft doen wat hij wilde. Het was ook de enige periode in mijn leven waarin ik sliep met een geladen geweer onder mijn bed. Die wetteloosheid was voor bepaalde individuen koren op de molen. Er was bijvoorbeeld een gepensioneerde Belgische rechter, de heer Van Eeckeren, telg van een voorname aristocratische familie, die daar was blijven hangen en als seksuele maniak zijn lusten ongelimiteerd kon botvieren. De zwarten noemden hem ‘Mai na moto’ of ‘Heet water’, wat voor hem een erg toepasselijke bijnaam was. Hij was ondanks zijn levenswandel geliefd onder de zwarten, want toen hij enkele maanden later stierf trok een lange rouwstoet van krijsende en lamenterende vrouwen achter de lijkkist aan.

Van de huurlingen zijn mij een paar vreemde figuren bijgebleven. Een was afkomstig uit Rhodesië, wat nu Zimbabwe is. Zijn zus was verkracht geweest en vermoord door een zwarte. Die man had als enig doel in zijn leven zoveel mogelijk negers dood te schieten. Als huurling in Kongo kwam hij aan zijn trekken. Een andere huurling bleek een vrouw te zijn. Dit was een verpleegster uit de Vlaamse stad Gent, die zich had verkleed als man om bij haar vriend te kunnen blijven. Diegenen die de mercenairs rekruteerden hadden niets opgemerkt, zodat zij samen naar Kongo konden trekken. De oudste mercenair was een Duitser, een zekere kolonel Müller. Hij was een oud SS-officier en had na de Tweede Wereldoorlog in diverse oorlogsgebieden, zoals Korea, Yemen en Biafra gevochten. Het verhaal deed de ronde dat hij zijn SS-uniform aantrok als er gevochten moest worden.

De wreedheden in Kongo zijn, vijftig jaar na dato, nog steeds niet gestopt. Over Oost-Kongo bereiken ons de meest afschuwelijke berichten. Kongo heeft geen Neurenberg-tribunaal. De daders gaan vrijuit. We weten zelfs niet of Kongolezen die hier de afgelopen decennia asiel hebben gekregen, zich soms schuldig hebben gemaakt aan het ergste waartoe een mens in staat is.

Deze misdaden tegen de menselijkheid zijn veel ernstiger dan een simpele moord. Het gaat niet alleen om het martelen en doden van personen: na de martelingen en de moord werden hun organen gebruikt voor tovenarij, fetisjisme en kannibalisme. Hier is sprake van een dubbele moord. Daarnaast is er nog het leed bij de nabestaanden, vooral omdat de meeste daders nog steeds vrijuit gaan. Ten slotte lijdt de mensheid als geheel onder deze wandaden. Het knaagt aan ons geweten en ons hart is bedroefd omdat nauwelijks iets werd gedaan om al dat lijden te verhinderen. In feite is de hele mensheid slachtoffer van wat in Afrika gebeurt en nog steeds gaande is. Ons collectieve geheugen wordt vervuild door de onmenselijkheid, door wandaden waarvoor het woord beestachtig nog te matig is. De daders hebben ook geen wroeging, alleen leedvermaak. Hoe meer de slachtoffers hebben geleden, hoe meer plezier ze er in scheppen. Ook het leed van de nabestaanden heeft voor de daders een zoete bijsmaak.

Is dit ras vervloekt?

Omdat de barbarij in Afrika al zolang duurt en er geen uitzicht is op verbetering, kan de conclusie worden getrokken dat het zwarte ras een minderwaardig ras is of een ras dat, als afstammelingen van de broedermoordenaar Kaïn, door God tot in de eeuwigheid is vervloekt. Niets is minder waar: in Kongo heb ik hoofdzakelijk mensen ontmoet die het goede voorhebben met hun medemensen, die rechtvaardig zijn, die het liefst in vrede willen leven en die altijd bereid zijn om mensen in nood te helpen. Dit laatste heb ik persoonlijk twee keer meegemaakt. In Mbandaka was ik getuige van een ruzie waarbij een man met een bijl op het hoofd werd gehakt. Hij werd zwaargewond en hevig bloedend weggesleept. Er kwam onmiddellijk iemand naar me toe die mij verzocht onmiddellijk te vertrekken. De daders hebben het liefst geen getuigen. Het was al donker en in die buurt was geen straatverlichting. Hij liep met mij mee tot ik veilig thuis was.

Het tweede voorval bezorgt mij nog af en toe nachtmerries. In Boende, toen de rebellen in de nabijheid waren, had ik s’ nachts op een zandweg diep in het regenwoud autopech. Ik kon daar onmogelijk blijven omdat ik een paar uur eerder sporen van een kudde olifanten had gezien. De auto had ik van iemand geleend en ik wou niet dat hij in handen viel van rebellen of platgewalst door olifanten. Met mijn geladen geweer in de hand trok ik in mijn eentje in de pikdonkere nacht drie kilometer te voet naar Boende. Daar aangekomen boden mijn buren onmiddellijk aan de gevaarlijke tocht naar mijn auto te ondernemen. Daar ter plekke lukte het mijn buurman de motor terug op gang te krijgen.

Tijdens mijn werk als pedagoog ontdekte ik vrij spoedig dat in dit ver afgelegen gebied er evenveel heel intelligente kinderen zijn als bij ons in Europa. Ik herinner mij een meisje dat ontzettend goed was in wiskunde. Helaas was er voor haar geen vervolgopleiding mogelijk. Bij de toekomstige onderwijzers die ik opleidde, hadden de meesten zeer goede capaciteiten om net zoals vroeger bij ons, in hun dorpen een centrale rol te kunnen spelen om de cultuur tot bij de gewone mensen te brengen en bij te dragen aan de emancipatie van de lokale bevolking. Helaas werd het geld om de salarissen van de onderwijzers te betalen brutaalweg gestolen door de ambtenaren en politici in Kinshasa.

Waar ligt dan de oorzaak van al die ellende in Afrika waaraan geen einde lijkt te komen? Kunnen we lessen trekken uit de Europese geschiedenis? Ook bij ons zijn er de vorige eeuw de verschrikkelijkste gruwelen gebeurd, maar er is nu al zeventig jaar vrede en welvaart (en ik hoop dat het zo blijft, ondanks de economische problemen). Ik denk dat we die vrede vooral te danken hebben aan de christelijke en humanistische ethiek die het fundament is van onze beschaving en aan enkele bijzondere figuren die hun politieke macht niet hebben misbruikt en zichzelf zagen als dienaren van de mensen. Deze mensen naar wie we kunnen opkijken, inspireren ons voor het goede en herinneren ons voortdurend aan de ethische waarden en normen. Dit kunnen charismatische politici zijn, maar ook leden van koninklijke families die het symbool zijn van beschaving en cultuur. Ik ben niet zo naïef om te denken dat deze mensen ook niet hun fouten en gebreken hebben. Hun charisma en hun voorbeeldfunctie hebben ze echter te danken aan hun wil om hun fouten voortdurend te herstellen, zodat steeds opnieuw het belang van de medemensen wordt vooropgesteld.  

In veel Afrikaanse landen daarentegen wordt het volk geregeerd door crapuul dat de wapens in handen heeft. Een kleine groep kan, samen met een legertje goed bewapende handlangers, de bevolking tiranniseren. De oplossing ligt dus voor de hand: buitenlandse inmenging is noodzakelijk om die criminelen te berechten en het leger te ontwapenen. Als dit lukt, zijn er voldoende bekwame en goedwillende Afrikanen, die met genereuze steun vanuit het Westen, hun landen  naar vrede en welvaart zullen leiden. De Afrikanen die zich nu in het Westen bevinden, als asielzoeker of immigrant, zouden een sleutelrol kunnen spelen in de ontwikkeling van dit continent naar een beschaafde unie waar de fundamentele rechten van de mens geëerbiedigd worden.

Dit is een hoofdstuk van mijn essay 'Het spirituele  niemandsland'  (maart 2013). Klik op afbeelding hiernaast.

Juliaan van Acker tel. 00 32 496105399   juliaan.vanacker@gmail.com