http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

Orthopedagogiek: definitie en visie

          juliaan van acker 

emeritus hoogleraar orthopedagogiek

curriculum vitae

publicaties

gsm 0032 496 105399

mail: juliaan.vanacker@gmail.com 

politieke beschouwingen

IMG_0630

Orthopedagogiek les 1: „Hulpverlenen een kwestie van bezieling”


1.1 Definitie: orthopedagogiek is de wetenschap die zoekt naar hoe kinderen die risico lopen hun talenten en goede eigenschappen zo optimaal mogelijk kunnen ontplooien, zodat ze leren zich verantwoordelijk voor anderen te gedragen. Deze wetenschap is onlosmakelijk verbonden met de klinische praktijk.


1.2 Toelichting: het begrip ’kinderen die risico lopen’ is hier zeer breed gedefinieerd. Het kan bijvoorbeeld gaan om kinderen met zintuiglijke of andere lichamelijke beperkingen, kinderen die mentaal gehandicapt zijn, kinderen met een moeilijk temperament, jongeren die het criminele pad opgaan, maar ook kinderen die verwaarloosd, mishandeld of seksueel misbruikt worden. Vaak is er een overlap tussen een gebrekkige opvoeding en het ontwikkelen van probleemgedrag. Soms worden gehandicapte kinderen mishandeld, verwaarloosd of misbruikt.

In deze lessen gaat het om kinderen met gedragsproblemen en om kinderen die zich in een problematische opvoedingssituatie bevinden.

In deze definitie komt de essentie van mijn visie reeds tot uiting. Ten eerste wordt in plaats van uit te gaan van de handicap of de stoornis van het kind, het accent gelegd op de talenten en de goede eigenschappen van het kind. Ten tweede wordt gekozen voor een pedagogische aanpak: het gaat niet zozeer om het afleren van gedrag, maar vooral om het op een positieve wijze stimuleren van het kind, zodat het kind zijn verantwoordelijkheid leert op te nemen. Positieve verwachtingen kunnen het kind het best inspireren.

Met kinderen wordt hier bedoeld: kinderen van 0 tot 12 jaar en adolescenten van 12 tot 18 jaar. Indien nodig kan de orthopedagogische behandeling doorgaan tot in de beginjaren van de volwassenheid. De grens leggen we arbitrair bij 23 jaar.


1.3 Wetenschappelijke visie: wij beperken ons niet tot het empirisch wetenschappelijk model omdat het in de opvoeding ook gaat over de mensvisie, over waarden en normen. Empirisch onderzoek is uiteraard van het grootste belang omdat objectieve waarnemingen de basis zijn om wetmatigheden te ontdekken en om te evalueren wat de effecten zijn van interventies. De interventies zelf worden door het empirisch onderzoek slechts oppervlakkig onderzocht. Het gaat in de pedagogiek vooral om zingeving, bezieling, onvoorwaardelijke inzet. 

De mens is geen robot die mechanisch reageert op prikkels vanuit de omgeving of op biologische prikkels. Het kind is geen ’object’ dat zomaar gemanipuleerd mag of kan worden, bijvoorbeeld met gedragstherapeutische gedragsveranderingstechnieken. In de opvoeding gaat het in de eerste plaats om bezieling, om zomaar ’geven’ voor het kind, onbaatzuchtig en onvoorwaardelijk.

Eerst moet de vraag worden beantwoord welk gedrag we willen stimuleren en welk gedrag afgeleerd moet worden. Daarnaast moeten we oog hebben voor de relatie tussen de opvoeder en het kind. De essentie van deze relatie is dat het kind ’geïnspireerd’ wordt door de volwassene die om het kind geeft en aan wie het kind gehecht is. Het gaat om bezieling en dit staat oneindig ver van manipulatie.

Menselijkheid ontspringt daar waar de volwassene zich onbaatzuchtig en onvoorwaardelijk inzet voor het kind. Liefde of goedheid is de basis van de opvoeding en dit laat zich niet empirisch analyseren omdat liefde geen oorzaak heeft en ook geen doel. Liefde is onbaatzuchtig en onvoorwaardelijk. Hier komen geen empirische wetmatigheden aan te pas. Ergo, indien liefde aan voorwaarden of wetmatigheden gebonden zou zijn, is er geen sprake meer van liefde. Een belangrijk orthopedagogische principe die ik vaak aan ouders adviseer is hun kind altijd met veel warmte en liefde op te vangen, wat er ook is gebeurd. Zonder hem uit te vragen of zonder te zeggen: ’Had je maar naar ons geluisterd’. Opvoeding is een kwestie van vergeven en vergeten.

Deze visie betekent ook dat ik weinig of geen belang hecht aan labels om stoornissen te duiden. Welke stoornis het kind ook moge hebben, als orthopedagoog probeer ik daar doorheen te kijken om vooral te ontdekken hoe dat kind zijn talenten en mogelijkheden kan ontplooien. Elk kind heeft de wereld veel te bieden.

Het doel van de opvoeding wordt hier om die reden gedefinieerd als ’het kind zodanig inspireren dat hij een goed mens wordt’. Een goed mens is iemand die zich verantwoordelijk voelt voor anderen, in zo’n sterke mate dat het belang van de Ander prioriteit heeft op het eigenbelang. Om zijn verantwoordelijkheid te kunnen opnemen moet het kind zijn talenten ontplooien, zodat hij zich goed voor de anderen kan inzetten. Je moet iets hebben om te kunnen geven.

Met de Ander wordt hier bedoeld de naasten die nabij zijn, de mensen ver weg bijvoorbeeld in ontwikkelingslanden en de toekomstige generaties die zullen moeten leven op de planeet die we voor hen achterlaten. Gezien de uitdagingen waarvoor we in deze 21ste eeuw staan (bijvoorbeeld de toenemende kloof tussen arm en rijk, de klimaatperikelen,…) is het te begrijpen dat we eerst en vooral mensen nodig hebben die zich verantwoordelijk gedragen, die goed zijn voor anderen, wie het ook moge zijn.

Deze ethisch-filosofische visie, die bij mij sterk beïnvloed is door de filosofie van Emmanuel Levinas, is richtinggevend voor de orthopedagogiek als wetenschap. Orthopedagogiek is een echte geesteswetenschap en hoort eerder thuis bij de faculteit der wijsbegeerte. Dit is belangrijk omdat de hedendaagse psychologie helaas geen psychologie meer is, want de psyche kan niet empirisch onderzocht worden. Dank zij de filosofie ontdekken we als orthopedagogen opnieuw wat bezieling in de opvoeding is en kunnen we zoeken naar hoe de hulpverlener de opvoeders kan inspireren om hun kinderen tot goede mensen op te voeden.

Deze basisprincipes van mijn orthopedagogische visie wil ik illustreren met een casus uit mijn klinische praktijk. Het gaat om een adolescent die op schromelijke wijze ernstig psychisch mishandeld is geweest door zijn stiefvader.


1.4 De casus Ronaldo (*)

Ronaldo is een jongen van 17 jaar die al sinds drie jaar voor veel overlast heeft gezorgd in de wijk. Op zijn strafregister staan al een paar overvallen vermeld, enkele diefstallen, heling en ook op het gebied van de leerplicht zijn er problemen. Op het moment van de  aanmelding viel hij onder de jeugdreclassering.

Tot nog toe is niemand erin geslaagd het vertrouwen van deze jongen te winnen. De jeugdreclasseerder zegt er geen idee van te hebben hoe deze jongen te bereiken. Hij antwoordt met ja of nee en hij komt zijn afspraken vaak niet na. Ook op de school loopt Ronaldo de kantjes ervan af. Hij laat tijdens de lessen geen interactie zien. Hij houdt zich rustig, maar reageert totaal niet op vragen van de leerkracht. Thuis maakt hij nooit huiswerk.


1.4.1 De gezinssituatie

Het fundamenteel wantrouwen van deze jongen is te wijten aan de wel zeer ongelukkige gezinssituatie waarin hij is opgegroeid. Zijn moeder leeft al 17 jaar samen met een oudere man die alleen maar kritiek heeft op Ronaldo. Als deze stiefvader voor de anderen iets bakt of kookt, dan zorgt hij ervoor dat Ronaldo er geen deel van krijgt, want ‘hij is een straatkind en hij moet maar uit de prullenbakken eten’. Omgekeerd wordt de stiefvader tijdens bezoeken van de hulpverlener door de moeder en Ronaldo volledig genegeerd.

In het gezin leeft iedereen naast elkaar. Haar relatie met de stiefvader stelt volgens moeder niks voor. Zij blijft bij hem om financiële redenen.

De biologische vader van Ronaldo laat niets van zich weten, ook niet op zijn verjaardag. Ronaldo was erg teleurgesteld dat zijn vader tijdens zijn detentie hem niet had bezocht. Vroeger had Ronaldo een goed contact met zijn opa, maar die is overleden.

De moeder heeft geen enkele vat op haar zoon. Zij weet niet waar hij de hele dag uithangt. Ronaldo is praktisch nooit thuis overdag.

Deze opvoedingssituatie waar Ronaldo al van kleins af in leeft, heeft een verwoestend effect gehad op zijn zelfbeeld en zijn zelfvertrouwen. Ronaldo weet niet welke opleiding hij volgend jaar gaat doen. Hij zegt dat hij niks kan en dat hij niks leuk vindt. Ook gelooft hij niet dat mensen hem zullen aannemen voor een bijbaantje. 


1.4.2 Hoe kan de hulpverlener deze jongen proberen te bereiken?

Ronaldo heeft aan zijn moeder gezegd dat ‘alles wat je tegen een hulpverlener zegt, kan tegen je gebruikt worden’.

Ronaldo zegt regelmatig aan de hulpverlener dat hij geen zin heeft om af te spreken. Als er toch een gesprek is geweest, wil hij geen volgende afspraak  maken, of als een paar opties worden genoemd om ergens af te spreken zegt hij er eerst over te moeten nadenken. Tijdens een gesprek kan hij plotseling opstaan en zeggen genoeg gepraat te hebben.

Zijn moeder zegt dat hij met verkeerde vrienden omgaat. Onlangs kreeg hij een bekeuring voor baldadig gedrag tegen de politie. Moeder voegt er onmiddellijk aan toe dat het geen zin heeft hem ervoor te straffen, want hij luistert toch niet naar haar. Zij vreest dat Ronaldo criminele activiteiten zal uitvoeren als hij straks geen vervolgopleiding zal volgen. Ronaldo zegt zelf dat hij overal in de gaten wordt gehouden door de politie. Hij heeft het idee dat iedereen hem wil pakken en vast wil zetten. De vorige keer was hij in detentie geplaatst wegens een terugmelding van leerplichtzaken want er was te veel verzuim geweest.

Als de hulpverlener hem een complement geeft, dan reageert hij daar niet op. Bijvoorbeeld toen hij bij het mooie weer direct na school naar de afspraak kwam.

Twee maanden na het eerste huisbezoek raakt Ronaldo betrokken in een zwendel met telefoonabonnementen. Volgens hem is hij erin getrapt. De hulpverlener doet grote inspanningen om hem uit de nesten te helpen. Hij werkt niet altijd goed mee, laat het aan de hulpverlener over en is alles behalve dankbaar. Terwijl de hulpverlener bij hem thuis zit te bellen om een en ander te regelen, gaat hij plotseling zomaar weg.

Er is nu een grote schuld van minimaal 2000 euro. Zijn moeder maakt zich grote zorgen hierover. De stiefvader zegt dat Ronaldo nu moet gaan werken om die schulden af te betalen.


1.4.3 Hoe kan nieuw crimineel gedrag hier worden voorkomen? 

Ronaldo is al te oud om nog iets aan de opvoedingssituatie te kunnen veranderen. Twee zaken kunnen hem helpen om op het rechte pad te blijven:

1. het voltooien van de schoolopleiding en het vinden van werk

2. een goede sociale band met mensen die hij vertrouwt en die om hem geven.

De hulpverlener kan op haar eentje hier niet veel bereiken. Het gaat er vooral om dat op de school men met heel veel geduld met deze jongen omgaat en dat hij in zijn eigen omgeving mensen ontmoet met wie hij een goede sociale band kan ontwikkelen.

De rol van de hulpverlener is hier vooral een van bemiddelaar. Als er conflicten zijn op de school, dan kan zij bemiddelen om het goed op te lossen. Ook slaagt zij erin hem het volgend schooljaar op een vervolgopleiding te krijgen. Dat liep niet van een leien dakje, want toen een van de scholen werd opgebeld, zei de directeur dat Ronaldo de grootste ramp was die ze ooit op hun school hebben gehad.

De hulpverlener kan, naast deze bemiddelende rol Ronaldo sociale vaardigheden aanleren om nieuwe conflicten te voorkomen. Verder kan zij proberen een werkgever te vinden die deze jongen een kans wil geven, zo mogelijk al met een vakantiebaantje zodat hij wat kan bijverdienen. Een werkgever waar Ronaldo al eens heeft stage gelopen, heeft aan de hulpverlener gezegd dat het een heel goede werker was. Dit is tot  nog toe de enige persoon die iets positiefs over deze jongen heeft gezegd.

Om deze doelen (goede schoolprestaties, een geschikte vervolgopleiding vinden, sociale vaardigheden aanleren, hem aan werk of een bijbaantje helpen) te bereiken zal de hulpverlener heel voorzichtig en met oneindig veel geduld tewerk moeten gaan. De reguliere hulpverlening zal deze jongen wellicht nooit kunnen bereiken en dus ook nooit echt kunnen helpen.

Door de heel intensieve contacten met Ronaldo en met zijn moeder kan de hulpverlener stilaan hun vertrouwen winnen. Wil je hier ooit resultaten bereiken dan moet er veel tijd uitgetrokken worden om een vertrouwensrelatie op te bouwen. Dit is een noodzakelijke voorwaarde om tot echte en  duurzame gedragsveranderingen te komen.

Na enkele maanden zijn er al enkele lichtpuntjes zichtbaar. Op de school gaat het de laatste tijd stukken beter. Hij zal wellicht dit jaar slagen. Ronaldo werkt nu samen met de hulpverlener om uit de problemen met die zwendel te geraken: hij is samen met haar naar de wijkagent geweest om een en ander te overleggen. Hij is thuis als zij op bezoek komt. Ook zijn moeder heeft heel veel vertrouwen in de hulpverlener. Zij voelt zich stilaan  krachtig genoeg om haar man te verlaten, zodat haar kinderen uit de ellende van dit gezinsleven worden gehaald. Op het einde van de begeleiding heeft moeder haar vriend verlaten. Zij woont nu samen met haar kinderen in een andere wijk. De hulpverlener heeft hier hard voor moeten bemiddelen. Ook de financiële situatie is stukken beter.

Ronaldo is een jongen met capaciteiten. Hij is intelligent en zou best een hogere opleiding aankunnen. Nu het vertrouwen toeneemt en hij ervaart dat anderen te vertrouwen zijn (ook de wijkagent!), zal hij wellicht definitief van het criminele pad worden afgeleid. Bij het afsluiten van de behandeling had hij al twee jaar geen nieuwe delicten meer gepleegd.

Twee jaar na het beëindigen van de begeleiding stuurt de hulpverlener die nog af en toe contact met hem heeft, mij het volgende bericht: „Met Ronaldo zijn we nu bezig aan de afronding. Het gaat goed met hem en hij heeft een netwerk van solidariteit om zich heen gecreëerd. Hij werkt nu vier dagen in de week, iets wat we niet hadden durven hopen. Jammer is wel dat de schulden van de oplichtingszaak hem nog steeds blijven achtervolgen”.


1.4.4 Commentaar

In een volgende les zullen we ingaan op deze vorm van intensieve gezinsbegeleiding. Hier wil ik mij beperken tot de houding en de taak van de hulpverlener. Zij is zeer intensief betrokken geweest bij dit gezin en heeft hemel en aarde verzet om deze jongen op een vervolgopleiding te krijgen. Ondanks zijn vaak onbeschoft gedrag, bleef zij geduldig en volhardend. Zij mag uiteraard niet over zich heen laten lopen. Bij onacceptabel gedrag zegt ze gewoon waar het op staat en wat ze van hem verwacht. Dank zij deze basishouding kan zij eindelijk, en als eerste hulpverlener, het vertrouwen van deze jongen winnen. Deze hulpverlener inspireerde deze jongen om zijn verantwoordelijkheid op te nemen, namelijk naar school gaan en een slechte vriendenkring ontwijken. Ook zijn moeder werd door haar geïnspireerd om opnieuw vertrouwen in haar zoon te schenken en een nieuw leven te beginnen weg van haar tirannieke man.

(*) Alle namen en identificatiegegevens zijn gewijzigd. Gelijkenissen moeten aan het toeval worden toegeschreven. Dit geldt voor de gehele cursus (en website).


Overzicht 7 lessen:


© Juliaan Van Acker 2017