http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

Orthopedagogiek: basishouding hulpverlener

Orthopedagogiek les 2: „Een positief stimulerende benadering”

2.1 Alle gedrag is aangeleerd

Het doel van een orthopedagogische behandeling is altijd gedragsverandering bij het kind. We moeten daarom eerst de oorzaken van het gedrag leren kennen. Alle gedrag wordt aangeleerd. Een probleemgedrag is een interactieprobleem. Dit wil zeggen dat als we het gedrag van het kind willen veranderen, ook het gedrag van de opvoeders moet veranderen. Meer in het algemeen: het gedrag van het kind moeten we zien in functie van het gehele systeem waarin hij zich bevindt. Een systeemgerichte benadering is een conditio sine qua non voor de orthopedagoog.

De oorzaken van probleemgedrag zijn talloos: biologische factoren, ervaringen vanaf de eerste levensjaren, sociale factoren, prikkels in het hier en nu, de verwachtingen die het kind heeft, enzovoorts. De manier waarop de opvoeder reageert op het kind, zijn opvoedingsmethoden en zijn opvoedingsstijl bijvoorbeeld, is ook afhankelijk van talloze factoren zoals de eigen ervaring als kind, het temperament van de ouder, zijn levenservaringen, de concrete situatie waarin hij zich nu bevindt, de verwachtingen die hij heeft van het kind, enzovoorts.

Het is onmogelijk om al deze oorzaken precies vast te stellen. Bovendien heeft het kind nog een vrije wil. Zelfs met de meest geavanceerde computers zullen we nooit op basis van alle data die we er in stoppen, het gedrag van het kind en van de opvoeder kunnen voorspellen of zullen we kunnen vaststellen welke interventie bij dit kind tot welke effecten kunnen leiden. Wat het empirisch onderzoek hierover zegt is altijd een waarschijnlijkheid of een gemiddelde. We kunnen een therapeutische methode niet zomaar toepassen op een kind, dat zoals elke mens altijd uniek is. Alleen een casuïstische benadering is wetenschappelijk en ook ethisch verantwoord.


2.2 Een casuïstische benadering

Als orthopedagoog moeten we, net als de opvoeders, handelen in het belang van het kind. Om ons gebrek aan kennis over het gedrag van het kind en zijn opvoeders enigszins te omzeilen, hanteren we een casuïstische benadering. Dit wil zeggen dat we voor dit specifieke kind zo goed mogelijk het gedrag en zijn opvoedingssituatie in kaart proberen te brengen. Al deze data zijn ons diagnostisch materiaal. Onze diagnose eindigt pas als de behandeling is beëindigd, want we moeten de diagnose steeds met nieuwe data bijstellen. In mijn opvatting is het evident dat de diagnosticus ook de behandelaar is. Bovendien is voor een goede diagnose een vertrouwensrelatie noodzakelijk. Dit vertrouwen wordt gebroken als de diagnosticus voor de feitelijke behandeling het kind en het gezin doorverwijst. Aparte observatiecentra passen niet in deze orthopedagogische visie.

Gebruik van diagnostische tests is bij mij uit den boze. Dit is logisch omdat ik mijn strategieën zoveel mogelijk wil baseren op observaties. Die observaties geven mij een completer beeld van de specifieke situatie van dit kind. 

Met een voorbeeld uit mijn online-adviespraktijk wil ik illustreren hoe gedragsverandering bij de kinderen bereikt kan worden door een andere houding van de ouder. Hierbij worden richtlijnen gegeven die de ouder gewoon kan toepassen in de dagelijkse omgang met de kinderen. In de volgende casus lijkt het alsof een verandering van houding voldoende was om de opvoedingssituatie te herstellen. De moeder die haar kind het best kent, levert de observaties. Zij is als het ware de diagnosticus. Daarna lijkt het voldoende te zijn dat de hulpverlener inzicht verschaft in de houding die zij het best kan aannemen om de problemen te voorkomen.


2.3 Een radeloze moeder

Deze moeder heeft twee kinderen, een zoon van twaalf en een dochter van veertien. Met beiden zijn er problemen. Over haar zoontje schrijft ze (ik vat het korter samen): hij is zeer moeilijk van gedrag op school; hij stoort constant de lessen door geluiden te maken, te zingen en te roepen; hij is helemaal niet geïnteresseerd en schrijft niets op. De school is nu gestart met een leswaarderingskaart, maar volgens de moeder is dit bedoeld om een argument te hebben om hem van school te schoppen. Gesprekken met de leerlingenbegeleider en met de directeur hebben niet geholpen. Hij heeft dit school jaar al tien strafstudies gekregen en hij is pas twaalf jaar. De directrice heeft gezegd dat hij waarschijnlijk ADHD heeft en dat indien de moeder geen medicatie laat opstarten, zij al de kansen van haar zoon op een normaal leven afneemt. De moeder zegt dat zij hierdoor erg geschokt was.

Door zijn zeer moeilijke contact met de leerkrachten, de slechte schoolresultaten en de dagelijkse strijd om zijn huiswerk te doen maken, denkt moeder dat hij niet op die school past, ondanks zijn goede intelligentie.

De moeder schrijft zelf dat ze het heel moeilijk heeft om nog positieve zaken te vinden bij haar zoontje. Hij interesseert zich alleen voor skaten en playstation. Ook eet hij veel achter hun rug, waardoor hij overgewicht heeft. De schoolarts heeft moeder hiervoor opgebeld.

Met de dochter van veertien zijn er eveneens forse problemen. Zij zit op internaat en op kunstonderwijs. Daar heeft ze haar ding gevonden en ze doet goed haar best. Maar in het weekend wil ze absoluut uitgaan. Ze rookt joints, ze drinkt en ze verbergt niet meer dat ze sigaretten rookt. Op school is ze net betrapt bij het snuiven van geplette ritalinpillen. Als de moeder haar aanspreekt op haar gedrag wordt ze razend. Ook bij haar dochter vindt de moeder het moeilijk iets positiefs te vinden. Moeder schrijft in haar mail dat ze rondloopt met het idee ’Had ik maar nooit kinderen gehad!”.

De moeder vraagt mij hoe dit aan te pakken.


2.3.1 Wat valt bij dit voorbeeld op? 

  • over de vader wordt met geen woord gerept
  • er zijn problemen met beide kinderen die nu in de puberteit zitten
  • er zijn problemen thuis en buitenshuis (op school)
  • de moeder is radeloos; ze ziet geen uitweg meer. Ze kan ook niet meer de goede kanten van haar kinderen zien
  • de school heeft al een diagnose gemaakt en heeft een advies voor de zoon (adhd en rilatine)
  • beide kinderen lopen veel risico (mislukte schoolcarrière, verslaving en de slechte invloed van de vriendenkring die daarmee samenhangt). Ze zijn bovendien nog erg jong.


2.3.2 Mijn advies

Jouw mail heb ik aandachtig gelezen. Het is voor mij niet eenvoudig om hier al een eerste advies te geven. Bij jouw zoon zijn er al heel wat hulpverleners betrokken en de school is er ook al een hele tijd mee bezig. Met jouw dochter zijn er ook problemen en beiden zijn nog erg jong. Paul is behoorlijk lastig op school, wat de leerkrachten wellicht radeloos maakt. Jullie zitten er ook bovenop om hem te dwingen huiswerk te maken. Al die inspanningen lijken weinig of niets uit te halen. Annie is een vrijgevochten meid, die gewoon doet waar ze zin in heeft. Dit houdt veel risico's in. Je probeert tot haar door te dringen om achter de waarheid te komen en haar tot rede te brengen. Allemaal vruchteloze pogingen. Annie verbergt zelfs niet meer dat ze rookt en dergelijke. 

Het is nu zover gekomen dat je  voor jezelf zegt 'had ik maar geen kinderen' gehad. Inderdaad, als ouder heb je andere verwachtingen.

Wat kan ik hier aanbevelen? Adviezen geven op basis van één e-mail is in dit geval onmogelijk en bovendien zou dit het werk van de andere hulpverleners kunnen verstoren (in het geval van Paul). Je wilt weten hoe dit aan te pakken? Een ding kan ik alvast zeggen: alles waarvan je weet dat het toch tot ruzie zal leiden of alles waarvan je vooraf weet dat het zal mislukken, heeft geen enkel zin. Je verpest hiermee het leven van je kinderen en van jezelf. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat je alles zomaar moet toelaten. We moeten echter vermijden dat beide kinderen ook het gevoel krijgen dat hun ouders, net zoals de leerkrachten bij Paul, hen liever kwijt dan rijk zijn. Hun zelfwaardegevoel wordt door al die mislukkingen, al die ruzies en al die kritiek steeds verder aangetast. Terwijl een positieve zelfwaardering voor pubers de motor is van hun ontwikkeling. Wie een lage zelfwaardering heeft, loopt het risico steeds dieper in de put te geraken!

Als je het met bovenstaande eens bent, dan is het van het grootste belang dat beide kinderen in elk geval thuis veel warmte en steun vinden, wat er ook gebeurt. Een heel moeilijk advies want je wilt dat ze beiden het goed doen op school en zich netjes gedragen buitenshuis. Ik kan van hieruit geen advies geven om het gedrag op school en in hun vrije tijd te verbeteren. Daar ligt de taak van  het CLB (centrum voor leerlingenbegeleiding) en de andere betrokken hulpverleners. Ik wil mij daarom beperken tot een advies voor de houding van jullie als ouders.

Je wilt bijvoorbeeld per se weten of Annie gesnoven heeft. Nou, vergeet dat maar. Wat is het nut daarvan? Hoeveel energie zal je daaraan nog besteden en hoeveel ruzie zal er het gevolg van zijn? Precies de dingen die je moet vermijden om het zelfbeeld van Annie nog verder de grond in te boren. Mijn advies: als er een probleem is geweest zeg je eenmaal welk gedrag je van haar verwacht en daarna houden we het weer gezellig. Begin dus nooit meer over wat er is gebeurd. Begin elke dag vol hoop met een nieuwe lei. Wees blij als Paul van school thuiskomt of als Annie weer thuis is van het internaat. Vraag hen niet uit. Drink samen een kopje thee of zoiets. Laat hen zelf aan het woord. Toon belangstelling en vermijdt hen de les te spellen of te zeuren. Als je dit volhoudt, wordt de sfeer thuis een stuk gezelliger en de kinderen zullen dan misschien bijdraaien.

Ook al komt het probleemgedrag voor de tiende of twintigste keer weer voor, dan begin je toch telkens opnieuw met een nieuwe lei, vol goede hoop. Ik weet dat dit een bijna onmogelijke opgave is, maar op die manier bewijs je wel dat je alles voor jou kinderen over hebt. Uiteindelijk zal dit hen inspireren want 'de liefde overwint alles'...

Als ouder zou ik het natuurlijk ook anders willen. Maar om erger te voorkomen is het beter alle ruzie en kritiek te voorkomen. Dit zal lukken als jij en jouw man beide kinderen met veel warmte en liefde opvangen, wat er ook moge gebeuren. Dus als je van school weer slechte berichten krijgt of als Paul met geen stok aan zijn huiswerk is te krijgen, beperk je tot een enkele opmerking (positief geformuleerd) en geef hem een dikke knuffel van een zeer liefhebbende moeder. Doe nu hetzelfde als jouw dochter thuis komt: geef haar het gevoel dat ze heel erg welkom is. Als in dit lange weekend ze weer heel nare dingen doet, zeg dan eenmaal op positieve wijze wat je van haar verwacht en direct daarna maak je het weer gezellig met haar.

Ik hoop dat je begrip hebt voor mijn standpunt.

Vriendelijke groet 


2.3.3 Evaluatie

Twee maanden later evalueert de moeder mijn adviezen als volgt

1. Het advies heeft mij goed geholpen: cijfer 10

2. De problemen met mijn zoon/dochter zijn nu afgenomen: cijfer 9

3. Dank zij het advies voel ik mij nu zelfzekerder in de opvoeding van mijn

kind: cijfer 9.

De moeder schrijft hieronder: ’De raad om altijd opnieuw terug met een propere lei te beginnen nadat je één keer duidelijk hebt gezegd wat niet kan/mag/moet is heel moeilijk om toe te passen. Maar iets wat ik per geluk bijna elke keer nu toepas omdat het echt de enige manier is die werkt. Bedankt!

Ik probeer meer te genieten van mijn kinderen en dat begint te lukken ;-) 

Hartelijk bedankt!’.


2.4 Commentaar: een orthopedagogische aanpak

Eerst en vooral was ik zelf uitermate verbaasd over deze zeer positieve evaluatie van de moeder. Hoe is het mogelijk dat bij de eerder geschetste problematiek na één email de opvoedingssituatie zo gunstig is geëvolueerd? Ik meen dat dit te maken heeft met de grondhouding die ik de ouder aanbeveel.

Een mogelijke verklaring van het effect van een eenmalig advies zou kunnen zijn dat het in de behandeling niet zozeer aankomt op therapeutische technieken. Wezenlijk is een verandering van houding van mensen uit de omgeving ten aanzien van diegene die zich problematisch gedraagt. Dan is therapie eerder een kwestie van bezieling. Door zijn adviezen kan de hulpverlener de opvoeders inspireren een andere houding aan te nemen. Dit lukt het best als ze, in de gewone dagelijkse omgang, op een positieve manier leren te kijken naar het kind. Therapie wordt hier in essentie een positief stimulerende benadering van het kind.

In plaats van ingewikkelde en diepgaande psychotherapie probeerden we afspraken te maken over de gewone dagelijks omgang, bijvoorbeeld:

  • bij een probleemkind nu ook eens en vooral aandacht geven als het eens goed gaat en dan een knuffel geven of een compliment. Je waardering laten blijken. Opvoeders gaan er te gemakkelijk van uit dat normaal gedrag vanzelfsprekend is.  Er extra aandacht aan geven is makkelijker gezegd dan gedaan, want het vereist een fundamentele verandering in de houding van de opvoeders: in plaats van alert te zijn op wat er fout gaat, in plaats van bij een moeilijk kind te kijken naar wat dat negatieve beeld van het kind bevestigt, nu eens vooral gaan kijken naar wat er positief is aan dat kind


  • probleemgedrag negeren zodat het geen aandacht meer oplevert (een moeilijk advies want het wordt dan eerst nog erger en hoe ver kan je hierin gaan, bijvoorbeeld als het kind een zusje of broertje hard slaat?)


  • niet zoeken naar oorzaken in het verleden, maar gewoon kijken in het hier en nu naar hoe gedrag ontstaat in de interactie tussen ouder en kind. Dat levert dan heel concrete richtlijnen op over hoe om te gaan met het kind. Het verleden kunnen we niet terugdraaien. Als opvoeders hebben we wel controle over wat er nu gebeurt. Dit betekent niet dat we de invloed van het verleden ontkennen en dat verleden kan de behandelingsmogelijkheden beperken, toch reageert een mens niet als een robot die geprogrammeerd is in het verleden. De actuele invloeden spelen een doorslaggevende rol en er is ook nog zoiets als de vrije wil.


Dit zou er kunnen op neer komen dat kleine veranderingen in de manier waarop de gezinsleden met elkaar omgaan, leiden tot een betere sfeer thuis. Zij hebben meer positieve ervaringen met elkaar. Hierdoor krijgen ze de kracht om ook andere problemen zelf op te lossen.

Het lijkt alsof het voldoende is dat de hulpverlener een eerste stapje in de goede richting mogelijk maakt en daarna gaat het vanzelf verder zonder dat de hulpverlener nog verder moet tussenkomen.

Nu zullen niet alle problemen zo makkelijk opgelost kunnen worden. Er blijven uitzonderingen bestaan. Maar als ik kijk naar de evaluatie van de online adviezen, dan wijzen de resultaten in die richting. Bij deze gezinnen gaat het meestal niet om erg problematisch gezinnen, maar toch komen er ouders die al heel veel hulp gehad hebben en ten einde raad zijn.


2.4.1. Een andere grondhouding

Het gaat hier eigenlijk om een andere grondhouding ten aanzien van psychische problemen. Na 60 jaar wetenschappelijk onderzoek komen de wetenschappers nog steeds tot de conclusie dat er voor de ernstige gedragsstoornissen geen effectieve behandelingsmethoden bestaan. Ik heb daar mijn conclusie uit getrokken. Bepaalde vanzelfsprekendheden en denkgewoonten moeten we durven afwerpen. Bijvoorbeeld:

  • gedragsproblemen wijzen op een stoornis in het kind. Er wordt gezegd dat het kind autistisch is of dat het een adhd-kind is. Het kind wordt zijn stoornis. Terwijl overduidelijk blijkt dat gedrag altijd het resultaat is van een interactie met de opvoeders. Alle gedrag wordt aangeleerd en dat geldt ook voor probleemgedrag
  • dat het probleemgedrag het resultaat is van een leerproces betekent niet dat ouders schuldig zijn. Die leerprocessen verlopen onbewust. Het gaat erom dat de ouders inzicht krijgen in hoe zij het gedrag van het kind beïnvloeden en let op: hoe het kind hun gedrag beïnvloedt. Via dit inzicht krijgen de ouders terug controle over het gedrag van hun kind. De hulpverlener kan aldus het zelfvertrouwen van de ouder herstellen. Dit laatste is zeer belangrijk voor alleenstaande moeders
  • als we het kind een label geven, dan doen we dat kind groot onrecht aan. Dat kind kan bijzondere talenten hebben. Het kind is oneindig veel meer dan zijn stoornis. De beste behandeling bestaat erin een kind dat als problematisch of gestoord wordt gezien de kans te geven zijn eigen talenten en vaardigheden zo goed mogelijk te ontplooien
  • een andere kijk op de rol van de hulpverlener: hij is niet iemand die het beter weet of iemand die over een middel beschikt om het probleemgedrag bij het kind op te lossen. De hulpverlener zien we als een bemiddelaar die de ouders leert hoe het gedrag van het kind te beïnvloeden. Dit is een belangrijk principe want de hulpverlener is er maar tijdelijk en de ouders zijn er altijd bij voor de volgende jaren. Dus niet denken dat je als hulpverlener veel kunt bereiken. Het zijn diegenen die dagelijks uren contact hebben met het kind en dit gedurende vele jaren die invloed kunnen hebben op het gedrag van het kind. Dit geldt ook voor de school: tussen vier en achttien jaar brengt een kind 16000 uur door op school tijdens de belangrijkste uren van de dag. Alle reden dus om ook de school bij de behandeling te betrekken.


2.4.2 Een verkeerd psychologisch model 

Ik wil nog even terugkomen om wat ik daarnet zei over het ontbreken van effectieve behandelingsmethoden voor ernstige gedragsproblemen. Ik kreeg meer en meer het vermoeden dat we een verkeerd psychologisch model hanteren en dat dit de oorzaak is waarom het zo moeilijk is om gedrag in de goede richting te veranderen. De mens wordt te veel gezien als een object dat manipuleerbaar zou zijn. Dat is het laatste wat jij en ik willen.

Ik zie de noodzaak van een psychologie die terug psychologie wordt. Wat bedoel ik hiermee: psychologie gaat over de menselijke psyche, over de geest. De vraag is of we de psyche, iets geestelijks, op een objectieve wijze kunnen bestuderen. De hedendaagse psychologie zoekt naar wetmatigheden. De mens wordt bestudeerd als een object en het doel is technieken te vinden om dit object te manipuleren. In deze tijd is het hersenonderzoek in de mode, want daar zou de sleutel liggen om gedrag te begrijpen.

De fout bij dit psychologisch model is dat de mens bestudeerd wordt als een ding. De mens beschouwen als een te manipuleren object is het meest onmenselijke wat er is. Zou de hedendaagse psychologie ons niet rechtstreeks kunnen leiden naar de ultieme totalitaire staat?

In de volgende les wordt dieper ingegaan op het psychologische model dat de orthopedagoog het best kan hanteren.


Overzicht 7 lessen:


© Juliaan Van Acker 2017