http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

Jeugdstrafrecht of volwassenenstrafrecht voor jonge criminelen?  

( Naar aanleiding van een interview met mij in de Belgische krant De Morgen van 28 oktober 2014)


Negen op de tien jongeren die door de jeugdrechter worden doorgestuurd naar de volwassenenrechtbank, komen ook op latere leeftijd in aanraking met het gerecht. Dat blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit Brussel. Criminologen An Nuytiens en Yana Jaspers volgden meer dan 200 jongeren nadat ze door de jeugdrechter "uit handen worden gegeven". Dat wil zeggen dat ze voor de volwassenenrechtbank moeten verschijnen. Meestal omdat ze op jonge leeftijd reeds verschillende misdrijven hebben gepleegd, vaak diefstal met geweld en/of braak.

Wat blijkt? De overgrote meerderheid recidiveert, zo bericht De Standaard. In een periode van elf tot dertien jaar liepen ze gemiddeld negen veroordelingen op. Negen op de tien belandden minstens één keer in de gevangenis, de meesten zelfs vier tot zes keer. De ernst van de feiten neemt bovendien toe.

De vraag is of het doorverwijzen naar de volwassenenenrechtbank zijn nut heeft. De onderzoekers willen nu kijken naar jongeren die wel in het jeugdrechtsysteem bleven. Internationaal onderzoek toont aan dat jongeren daar meer kans hebben om op het rechte pad te geraken.

De jongeren die gevolgd werden komen uit de arrondissementen Brussel, Antwerpen, Bergen, Charleroi en Mechelen. Een meerderheid is van vreemde afkomst. De meesten hebben problemen op school en in de familie (gebroken gezin, alcohol, drugs, agressie). 

‘Het gaat met het overgrote deel van die jongeren niet goed’, zegt Nuytiens in de ochtendkrant van De Standaard. ‘De uithandengeving betekent niet bepaald het einde van hun gerechtelijk traject. Negen op de tien hebben geen blanco strafblad meer. Het aantal veroordelingen schommelt tussen de één en 32, met een gemiddelde van negen.’

De onderzoeksters gingen ook na voor welke feiten de jongvolwassenen veroordeeld werden en keken daarvoor naar de laatste veroordeling. Diefstal komt het meeste voor (38,4 procent). Moord, doodslag en verkrachting maken 9,3 procent uit.


Mijn commentaar:

Vergelijking tussen volwassenenstrafrecht en jeugdstrafrecht is niet eenvoudig.  Onderzoeken in deze spreken elkaar vaak tegen. Stel bijvoorbeeld dat in een gevangenis voor volwassenen er een heel goede behandeling wordt gegeven gevolgd door intensieve nazorg; dit zal dan beter scoren dan een jeugdgevangenis waar de basis wordt gelegd van bendevorming.

Bij goede behandeling bedoel ik dat gefocused wordt op twee buffers tegen crimineel gedrag:

  1. een binding met mensen die om je geven en een goed voorbeeld zijn
  2. het volgen van een opleiding en het vinden van werk


Die focus is moeilijk te realiseren in de gevangenis zelf. Het maakt weinig uit of het een jeugdgevangenis is of een gevangenis voor volwassenen. In de gevangenis worden jongeren samen met andere, vaak nog zwaardere criminele jongeren geplaatst. Die jongeren hebben op elkaar een sterkere invloed dan de beste hulpverleners. Ze komen dus slechter uit de gevangenis dan bij het binnenkomen.


Is er een oplossing voor die groep?

Dat is natuurlijk niet eenvoudig. Tijdens de detentie zou men hen een beroepsopleiding kunnen geven, bijv. voor lasser of bouwvakker, en daarna worden ze geholpen om werk te vinden. Er zijn veel allochtonen bij: die zouden bijvoorbeeld na de detentie, waar ze een beroepsopleiding hebben gevolgd, in een ontwikkelingsproject kunnen meehelpen aan de heropbouw van Syrië. Of zij zouden tijdens de gevangenisperiode een militaire opleiding kunnen krijgen zodat ze nadien kunnen gaan strijden voor het oprichten van een kalifaat. Ik denk hierbij natuurlijk niet aan de Islamitische Staat (IS), maar aan een verlicht kalifaat geleid door vredelievende imams. Ten tijde van de kalifaten kende de islamtische beschaving een ongekende bloei. Daar zouden de strijders aan kunnen meehelpen om in het Midden-Oosten een einde te maken aan de ellende en de miserie.

De jonge criminelen hebben vaak een mislukte schoolcarrière. Helaas zie ik dat het technisch onderwijs in concentratiescholen in Antwerpen en Brussel een regelrechte ramp is. Wie daar een diploma behaalt heeft nauwelijks of geen toekomstperspectief.  Bezoek aan de werkplaatsen in die scholen is voor mij een deprimerende ervaring.


Welk onderzoek is broodnodig?

De onderzoeksters van de VUB willen nu twee vergelijkbare groepen jonge criminelen volgen. De eerste groep wordt in een jeugdgevangenis geplaatst en de andere wordt uit handen gegeven. Zo’n onderzoek is best interessant, maar we hebben nu in de eerste plaats onderzoekers nodig die nieuwe behandelingsmethoden ontwikkelen en uittesten.

Vergelijk dit met een kankerpatiënt: het zijn niet de verpleegkundigen die hem zullen genezen, maar de specialisten in samenwerking met wetenschappers die behandelingsmethoden ontwikkelen. De verpleegkundigen zijn onmisbaar in een kliniek, maar wetenschappers zijn essentieel. Een specialist ga je niet vervangen door een filosoof. Filosofen zijn best aardige mensen waarmee je een goed gesprek kunt voeren, maar als ik ziek ben ga ik niet bij een van hen op consult.

In de  jeugdbescherming krioelt het van mensen die geen klinische bevoegdheid hebben. Criminologen bijvoorbeeld worden aangesteld als hulpverleners, maar daarvoor zijn ze niet opgeleid. Dit is geen kritiek op criminlogen, maar een kwestie van logica.


Wat stel ik voor?

De juiste prioriteiten moeten worden gesteld, zowel preventief als curatief.

De intensieve begeleiding moet gericht zijn op twee speerpunten: (1) mensen zoeken in hun eigen omgeving die een positieve invloed kunnen uitoefenen (een netwerk van solidariteit) en (2) een opleiding bieden die hun toekomstperspectief verbetert.

Het netwerk van solidariteit bestaat uit de ouders, andere familieleden, een buurman, een gepensioneerde leerkracht, een werkgever en dergelijke. Deze mensen hebben vrijwel dagelijks contact met de jongere, voelen zich voor hem verantwoordelijk en tonen dat ze alles voor hem over hebben om hem op het juiste pad te houden. De mensen van dit netwerk krijgen advies en ondersteuning van de gedragsdeskundige.

Een groot probleem is dat veel jonge criminelen hoge schulden en een strafblad hebben (ik heb in Nederland het College van Procureurs-Generaal hier op gewezen en kort daarna is de wet aangepast en krijgen de jonge criminelen na kortere tijd een blanco strafblad).

Ik heb een paar jaar geleden een jonge Marokkaan in behandeling gehad die al van zijn dertiende misdrijven pleegde, onder meer gewapende overvallen en zware mishandeling. Hij had het langste strafblad van al de criminelen in de stad. Toen hij 23 was wou hij zijn leven beteren. Hij kwam heel trots zeggen dat hij voor het eerst van zijn leven een baan had gevonden. Maar toen hij zijn eerste salaris kreeg, werd er beslag op gelegd omdat hij nog voor 13000 euro schuld had, vooral van niet betaalde boetes bij justitie. Als hulpverlener sta ik hier machteloos.

Ik heb een jongen van 14 jaar in behandeling gehad waarvan ik zei dat hij eigenlijk nooit zou mogen vrijkomen. Hij was een tijdbom: seksueel pervers en heel agressief. Ik vond dat de ouders in de buurt moesten weten welk een gevaarlijk kereltje in hun wijk woonde. Wij hebben hem twee jaar intensief begeleid en het lukte wel, maar toen ons project stopte was er niemand om het verder te zetten.

In de veertig jaar dat ik voor de jeugdbescherming heb gewerkt, was het beste project dat ik ooit gezien heb gevestigd in Ruiselede, wat toen nog het heropvoedingsgesticht werd genoemd. Dat was in de jaren zeventig van de vorige eeuw. De jonge criminelen kregen daar een verkorte beroepsopleiding van 8 tot 12 maanden voor lasser, ijzervlechter-bekister, elektricien, … en er was een gedreven maatschappelijk werker die goede contacten had met grote aannemers zodat die jongeren na de opleiding direct aan de slag konden. Ze verdienden met hun overuren soms meer dan de opvoeders in Ruiselede.

Nu blijven de jongeren daar veel te korte tijd om zoiets nog mogelijk te maken.

Ik pleit voor een harde aanpak gecombineerd met het bieden van reële kansen. Een harde aanpak is noodzakelijk bij deze groep van gevaarlijke recidivisten. Zo lang ze in de gevangenis verblijven kunnen ze geen nieuwe delicten plegen. Dat is de beste methode om de veiligheid van de burgers te verhogen. Maar het Wetboek van Strafrecht bepaalt de maximum straf. Ze komen dus vrij en dan is een goede nazorg nodig die al tijdens de detentie kan worden voorbereid.

In Amsterdam loopt het project Top 600. Ik heb mensen van dat project gesproken en ben goed op de hoogte. Het is beslist een goed initiatief omdat alle betrokkenen samenwerken en zich focussen op de groep recidiverende delinquenten: politie, hulpverleners, sociale diensten, … Toch geloof ik niet dat het een succes zal worden omdat een goede wetenschappelijke onderbouwing en begeleiding ontbreekt(*). Zo’ n project moet in feite een Academisch Centrum zijn naar analogie van een Academisch Ziekenhuis waar de moeilijkste en ’onbehandelbare’ patiënten toch goed hulp kunnen krijgen dank zij de combinatie van wetenschappelijk onderzoek en klinische praktijk.

De oplossing zal niet komen van de zoveelste reorganisatie of van een nieuwe wet op de jeugdbescherming. De oplossing kan slechts komen via wetenschappelijk onderzoek. Wat vanzelfsprekend is in de medische wereld, is nog een utopie in de jeugdzorg.

(*) Als ik goed ben geïnformeerd volgt een universitair onderzoeksteam het Top600 project. Maar het onderzoek betreft de evaluatie. Echte wetenschappelijke onderbouwing bestaat uit procesonderzoek van de concrete interventies met de delinquenten. Slechts op deze wijze wordt duidelijk hoe de intervenanten moeten handelen om de gewenste gedragsveranderingen te bereiken. Dit is helaas voor de meeste onderzoekers in de sociale wetenschappers een brug te ver. Vrijwel alle onderzoek van de faculteiten Sociale Wetenschappen is daarom irrelevant en bovendien zijn de onderzoekers gedwongen politiek correct te denken. Nou, dat wilde ik nog even kwijt.


zie ook: Volwassenenstrafrecht voor jeugdigen of toch niet (een onderzoek)


HOME


© Juliaan Van Acker 2017