http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

verkeerde aanpak van jonge criminelen  

Toen ik in een Nederlandse gemeente een project begon voor jonge veelplegers, kreeg ik van het Openbaar Ministerie een lijst van 40 veelplegers. Op de voorpagina stonden 40 foto’s. Wat mij meteen opviel was dat 38 van hen allochtoon waren. Dat was vreemd, want in die gemeente lag het aantal allochtonen onder de tien procent. Toen ik daarna ging kijken in de strafbladen van die jongeren, bleek dat bijna de helft helemaal geen veelpleger was en dat  een derde slechts kattenkwaad had uitgehaald! Dus daar waren jongeren bij die in twee of vier jaar tijd slechts één of hoogstens drie delicten hadden gepleegd en in die groep was er een jongen van zestien die een omheining van een weide had geopend en daarvoor als crimineel werd gebrandmerkt. Voor de goede orde: op die lijst stonden ook enkele zeer gevaarlijke criminelen, met name uit de Balkanlanden, die al zware geweldsdelicten hadden gepleegd.

Verder kwam ik er achter dat zowel het Openbaar Ministerie als de kinderrechtbank een uitermate repressief beleid voerden. Een van de jongens had achttien maanden huisarrest gekregen voor vrij geringe en niet gewelddadige delicten. Dit betekent dat die jongen buiten de schooltijden niet naar buiten mocht. Hij werd daar helemaal gek van.

Toen ik niet wilde meewerken aan dit repressieve beleid, ontstond een zeer vijandige sfeer. Het O.M. en de kinderrechters weigerden met mij te overleggen. Een afspraak maken werd afgewezen. Mijn medewerkers mochten niet meer binnen als een zaak voor de rechtbank kwam en in bijzijn van de ouders werd gezegd dat mijn project geen meerwaarde had.

Tegen die overmacht was ik helaas machteloos. Na enige tijd hield dit project op. Deze ervaring leerde mij dat verdoken racisme zelfs bij rechters en politiemensen aanwezig is. Gelukkig had ik in de meeste andere gemeenten waar ik projecten heb geleid, andere en betere ervaringen. 

Mislukte projecten zijn gebaseerd op de foute vooronderstelling dat de jonge crimineel behandeld moet worden of dat het gezin intensief begeleid moet worden. Hoe vaak moet nog worden aangetoond dat deze manier van werken geen zoden aan de dijk zet? De meeste jonge criminelen hervallen nadien in de criminaliteit. Niet de jongeren of hun ouders hebben behandeling nodig: politiemensen, medewerkers van Bureau Jeugdzorg, de jeugdrechtbank, leerkrachten, de buren, werkgevers in de wijk hebben begeleiding nodig!

Het begint al fout te lopen als repressieve maatregelen worden uitgesproken. De foute aanname is dat straffen helpt. Wie gestraft wordt heeft daarom nog niet geleerd hoe zich wel goed te gedragen. Als je een kind een mep geeft omdat het een rekensom fout maakt, zal het toch eerst moeten leren hoe die som te maken om die fouten niet meer te maken.

Wat ook wordt vergeten is dat de enige reden om een strafmaatregel zoals huisarrest, werkstraf of gevangenisstraf op te leggen de roep is om vergelding en wraak vanuit de samenleving. Natuurlijk moet de wet worden toegepast als het gaat om ernstige misdrijven, maar die strafmaatregelen zetten een crimineel niet aan om zich beter te gedragen. Echte criminelen laten zich trouwens niet afschrikken door straffen en impulsieve mensen denken niet na over de gevolgen van hun daden.

Waar het in feite echt om gaat is dat de jonge crimineel zodanig geraakt wordt dat hij zich voorneemt nu te kiezen voor verantwoordelijk of goed gedrag. ‘Geraakt worden': dat is het sleutelwoord. Die politiemensen, medewerkers van Bureau Jeugdzorg, de jeugdrechtbank, leerkrachten, werkgevers in de buurt moeten op een andere manier leren kijken naar de jonge crimineel. Nu kijken we ook anders aan tegen psychiatrische patiënten dan twee eeuwen geleden: niemand zal nu nog voorstellen deze patiënten in de gevangenis te stoppen of als heksen op de brandstapel te zetten. Die mensen hebben behandeling nodig of liever: zij hebben behoefte aan een omgeving waar zij zich veilig en verbonden voelen. Die stap van twee eeuwen moeten we nu ook durven zetten in de jeugdbescherming: die jongeren hebben nood aan mensen die hen niet afstoten en straffen, maar aan mensen die om hen geven, alles voor hen over hebben en hen steeds opnieuw kansen willen bieden. Zulke maatschappelijk werkers, leerkrachten, werkgevers en politiemensen hebben die jongeren nodig.

Wat een soft gezever, zullen de meeste lezers denken. Moeten criminelen misschien niet gestraft worden? Mogen ze zo maar hun gang gaan? Alom klinkt de roep om een harde aanpak. Zij zullen hun lesje dan wel leren. Politiek gezien klinkt dit heel goed. Het probleem is echter dat niemand precies kan vertellen wat die harde aanpak moet inhouden en wie dat zal betalen. De Algemene Rekenkamer in Nederland heeft onlangs uitgerekend dat één jongere in de jeugdgevangenis jaarlijks 250.000 euro kost (alle kosten inbegrepen van politie-onderzoek, activiteiten rechtbank, Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg en de detentie). Bovendien recidiveert 66 procent van de jongeren die in de jeugdgevangenis hebben gezeten binnen een half jaar. Tijd dus voor een andere aanpak.

Een echt gebeurd voorbeeld kan het best verduidelijken wat ik bedoel: een jongen van 16 die bij mij net was aangemeld, werd aangehouden voor drie geweldsdelicten. Hij had jongens van zijn school namelijk onder bedreiging gedwongen hun geld af te geven. De jeugdrechter trad hier heel streng op en plaatste die jongen in de jeugdgevangenis voor 12 maanden. Die jongen en zijn ouders waren erg verbitterd hierover. De slachtoffers vreesden voor wraak als die jongen terug vrij zou komen en rondlopen in hun buurt.

Ik zou hier anders optreden. Ik ontdekte namelijk dat die geweldsdelicten niet zo vreselijk waren als het leek. Er werd wat getrokken en geduwd en het ging om respectievelijk 1, 4 en 15 euro. Zou een volwassene voor hetzelfde bedrag ook zo lang in de gevangenis vliegen?

Maar er is meer. Hier ging het om een jongen uit een volksbuurt. Zou een jongen uit de middenklasse of uit een buurt waar rijkere mensen wonen, even repressief worden aangepakt? Ik denk het niet. Die ouders zouden alles in het werk stellen om de zaak in der minne te regelen, bijvoorbeeld door met de ouders van de slachtoffers te gaan praten zodat ze hun aangifte intrekken.

Ouders uit de lagere sociale klasse zullen meestal al beginnen te schelden zodra een politieagent of iemand van de jeugdbescherming komt aanbellen. De rest laat zich raden.

Stel nu eens voor dat de wijkagent samen met mij de slachtoffers gaat opzoeken om te kijken of zij het goed vinden dat we proberen het misdrijf in der minne te regelen. Ook de ouders van de slachtoffers en van de dader worden erbij betrokken. Zo mogelijk wordt een gezamenlijk gesprek met de ouders voorbereid en georganiseerd. Met de dader worden harde afspraken gemaakt over tijden van thuiskomst en activiteiten buitenshuis. Er wordt een vergoeding en excuses voor het slachtoffer geregeld. Daarna zal ik de jongere en zijn ouders verder begeleiden en ondersteunen in die zin dat er een bijbaantje voor die jongen wordt gevonden, dat hij lid wordt van een sportclub en dat de gezinsleden goede contacten kunnen leggen met hun buurt. Door beroep te doen op de goodwill van veel mensen in de wijk wordt op die manier rondom dit gezin een netwerk van solidariteit gecreëerd.

Als een jeugdhulpverlener op die manier zou werken dan is de kostprijs van deze behandeling 833 euro per maand. De kans op recidive met deze methodiek: 27 procent. De behandeling die ik hier voorstel kost slechts een fractie van de plaatsing in een jeugdgevangenis en zal met grote waarschijnlijkheid leiden tot duurzame en positieve gedragsveranderingen. Ook  de ouders van de dader en de andere kinderen van het gezin zouden veel verdriet en ellende bespaard zijn geweest. Zelfs het slachtoffer zou er beter aan toe zijn: bij onze orthopedagogische aanpak zou hij niet moeten vrezen voor wraakacties.

In dit voorbeeld werd de jongere in elk geval veel harder aangepakt dan een volwassene die hetzelfde delict zou plegen. Bij adolescenten moeten we juist met meer geduld en lankmoediger durven op te treden. De adolescentiefase is een moratoriumfase, dit wil zeggen een fase waarin geëxperimenteerd mag worden. Bij jongeren uit de lagere sociale klasse en die weinig waardering ervaren in het onderwijs, uit zich dit experimenteergedrag vooral op straat, of ze gaan stoer doen en anderen bedreigen. Wie hen met respect behandeld kan hier makkelijk een goed resultaat bereiken.

Kortom, het gaat om rechtvaardigheid, geduld en vooral om respect: als we deze houding kunnen aannemen bestaat er een heel grote kans dat de jongere diep wordt geraakt en het criminele pad zal verlaten.

Natuurlijk liggen de zaken wat anders als de minderjarige afschuwelijke delicten pleegt zoals een tasjesroof, een gewapende overval of zware mishandeling van een toevallige passant. Deze delicten zijn echter heel zeldzaam (maar als op 1 miljoen jongeren er 300 zo’n delict plegen dit jaar, kunnen we elke dag in de krant hierover lezen). Bij dergelijke delicten moeten de daders voor lange tijd gevangen gezet worden. Als ze echt gevaarlijk zijn en het risico op herhaling hoog is, dan zouden zij in feite totdat ze 35 jaar oud zijn onder elektronisch toezicht moeten staan. Ik ben dus wel degelijk  voorstander van een harde aanpak, maar dan wel voor die heel beperkte groep die tot in de volwassenheid crimineel zal blijven en gewelddadig is (niet gewelddadige criminelen zoals kapitalisten en industriëlen die milieubescherming aan hun laars lappen moeten anders aangepakt worden). Voor die criminelen begint behandeling pas als zij geraakt zullen worden door mensen die echt om hen geven en hen ook de moeite waard vinden. Een moeilijke boodschap in een wereld waar vergeten wordt dat het echte leven niet van deze wereld is (*)

Wil je mijn manier van behandelen toepassen op jonge allochtonen die in aanraking komen met de politie, dan zijn er mogelijkheden zat om hun buurt erbij te betrekken. Probeer in de mate van het mogelijke samen met de slachtoffers en de daders de delicten in der minne te regelen. Zorg voor goede afspraken en genoegdoening. Creëer rondom deze jongeren in hun wijk een ‘netwerk van solidariteit’ van mensen die om deze jongeren geven en echt iets voor hen willen doen. Als er voor deze jongeren een banenpool is, waardoor ze iets kunnen bijverdienen, en als een legertje vrijwilligers allerlei activiteiten organiseert, ontstaan vanzelf bindingen waar deze jongeren zoveel behoefte aan hebben. 

(*) Om te begrijpen wat ik hiermee bedoel, zie mijn laatste essays: ’Het landverraad van de EU’ en ’Een moslimvrij Europa voor wereldvrede’ (meer info)



STARTPAGINA

© Juliaan Van Acker 2017