http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

de geboorte van God

(beschouwing bij het verhaal van Kaïn en Abel *)

De wreedheden in het Midden-Oosten en de herinnering aan het absolute kwaad dat in de vorige eeuw in Europa heeft gewoed, stemmen tot pessimisme over de mensheid. Hoe beestachtig kunnen mensen zijn! Of is er toch hoop? In deze bijdrage wil ik proberen een straaltje licht te zien.

Er is geen geloof in het bestaan van God nodig om inzicht te hebben in het verschil tussen mens en dier. De mens heeft weliswaar animale eigenschappen. Hij zoekt naar bevrediging van zijn materiële behoeften en zijn gedrag wordt gedeeltelijk bepaald door instincten. Het verschil met een dier ligt in het onzichtbare. De mens kan spirituele waarden nastreven. Hogere waarden kunnen hem inspireren, zodat hij ontstijgt aan de determinatie door instincten en materiële behoeften. 

We zouden kunnen zeggen dat de mens zich tot God kan transformeren. Of liever: dat de mensheid als geheel God kan worden. In deze zin moet God nog geboren worden. Deze eindbestemming van de mensheid wordt bereikt als we ons zodanig hebben bevrijd van de kwade neigingen dat het Goede of de Liefde voor de medemensen ons gedrag volledig bepaalt. In het tegenovergestelde geval, als de mensheid het Kwade laat zegevieren, creëren we de Satan.

Voor mensen die in een eeuwige God geloven, die er altijd is geweest en altijd zal zijn en die de Schepper is van het Al, kan dit anders worden geformuleerd: de eindbestemming van de mensheid is dat de mens, als geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, zich inderdaad als een God gedraagt en op die manier van de aarde een plek maakt waar God kan komen wonen. Als dit doel is bereikt bevinden we ons opnieuw in de Hof van Eden waar God rondwandelt en een gesprek met ons aangaat.

Al vanaf het begin der tijden heeft de mensheid gezwalpt tussen de weg naar het Goede of de weg naar het Kwade. Kaïn die zijn broer Abel heeft vermoord, was jaloers. Volgens Joodse exegeten wil Kaïn het monopolie hebben over de materiële goederen. Zijn liefde voor het tastbare bezit gaat samen met een afname van zijn belangstelling voor het spirituele. Om die reden hecht hij sterk aan de grond waar zijn woning is gevestigd, want dat is zijn ankerpunt om zijn bezit veilig te stellen. Kaïn hecht een overdreven belang aan de wereld, ten koste van wat het aardse leven overstijgt. Spirituele waarden tellen niet mee.

Abel daarentegen is de herder van een kudde. Hij is altijd in beweging. Hij ziet de wereld voortdurend in beweging. Abel is gevoelig voor wat fragiel en precair is. Hij richt zich vooral op de toekomstige wereld en laat zich hierin leiden door spirituele waarden. De wereld van nu houdt hem verwijderd van de toekomstige wereld.

Het voornaamste doel van Kaïn is het bevredigen van zijn wereldse behoeften. Zo nodig offert hij spirituele en morele waarden ervoor op. Abel is gericht op het leven na de dood, op de toekomstige wereld, op God en hij wil God leren kennen.

Kaïn is drager van negatieve waarden. Hij is gericht op het kwade en zijn leven is onvolmaakt. Abel is gericht op morele deugden. Hij zoek het goede en de volmaaktheid.

Voor Kaïn is het de wereld die hem zekerheid en stabiliteit moeten bieden. Vandaar de angst als iets hem tegenzit en de angst voor de Ander die hij ziet als een rivaal. Abel richt zich naar de eeuwigheid en heeft vertrouwen. Het vergankelijke boezemt hem geen angst in.

De les die we uit dit bijbelse verhaal van Kaïn en Abel kunnen trekken is dat gehechtheid aan bezit of aan het materiële en aardse leidt tot morele corruptie en tot angst. Geven we prioriteit aan spirituele waarden dan kunnen we onszelf overstijgen, ondanks onze beperkingen en gebreken. Gerichtheid op spirituele waarden gaat samen met vertrouwen in onszelf en in de anderen.

Willen we God opnieuw geboren laten worden, dan moeten we radicaal kiezen voor de bekommernis voor de Ander en de barmhartigheid. We moeten onze materiële goederen en ons bezit slechts zien als middelen om die bekommernis en barmhartigheid in de wereld te realiseren.

In ons consumptietijdperk is er nauwelijks of geen aandacht meer voor spirituele waarden. Nou, dan kan een kind voorspellen wat ons te wachten staat.


De vernietiging van de natuurlijke banden

(beschouwing bij het verhaal van de Toren van Babel *)

De staat, het stedelijk leven, de technologische ontwikkelingen, de industrie en andere economische activiteiten hebben meer en meer een inbreuk gepleegd op het gezins- en familieleven. Hierdoor zijn de natuurlijke banden tussen de mensen zeer ernstig aangetast. Er is weliswaar veel communicatie tussen de mensen die niet door de geografische afstand wordt verhinderd, maar die communicatie is voornamelijk onpersoonlijk. De communicatie is eerder een monoloog dan een dialoog. De staat zorgt weliswaar voor de burgers, maar ook die zorg is onpersoonlijk, zakelijk en het heft de eenzaamheid van de mensen niet op.

De bovengenoemde ontwikkelingen hebben van de wereld iets kunstmatig gemaakt. De oorspronkelijke harmonie tussen de mens en de natuur is verloren geraakt. De natuur wordt meer en meer vernietigd, met een snelheid waardoor recuperatie niet meer mogelijk is. Op die manier is de mensheid terechtgekomen in een duivelse cyclus van het artificiële, waardoor ook de mens zelf als een ding wordt behandeld. In plaats van een natuurlijke hechting tussen mensen die met elkaar verwant zijn, worden de relaties voornamelijk machtsrelaties. De sociale instituties worden beheerst door economische belangen. De staat heeft een quasi absolute macht waar de mensen afhankelijk van zijn zonder tegenstand te bieden. Door de bureaucratie is dialoog nauwelijks mogelijk. Ook het politieke debat is gereduceerd tot een juridisch steekspel en tot een eenheidsdenken. Tussen de politieke partijen zijn er nauwelijks verschillen. De economie bepaalt wat mogelijk is. Vrijheid, broederlijkheid en gelijkheid zijn holle woorden geworden. We leven in een totalitaire staat zonder het te beseffen.

De remedie tegen het onpersoonlijke en kunstmatige leven ligt in een terugkeer naar de oorspronkelijke verbondenheid van het gezin en de familie. De familie moet het primaire netwerk van solidariteit zijn, waardoor we minder en minder afhankelijk worden van de staat en de bureaucratie. Netwerken in de eigen regio kunnen er zorg voor dragen dat we zoveel mogelijk zelfvoorzienend zijn, zodat we onafhankelijk worden van multinationals en van de industrie in het algemeen. Binnen deze netwerken van solidariteit zullen we de harmonie terugvinden: het gevoel dat anderen om ons geven en zijn eigen bestaan zin en betekenis geven door het engagement voor anderen die ons nabij zijn. Uiteindelijk zal ons voorbeeld anderen inspireren totdat een geest van solidariteit de mensheid van haar lijden en eenzaamheid verlost.

* referentie: Tapiero, M. (ed.)(2010). Fondements de l’Humanité. Paris: Les Éditions du Cerf

klik op afbeelding: 

DIGITAL BOOK THUMBNAIL


 

HOME

© Juliaan Van Acker 2017