http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

Een tijdperk zonder wijsheid en heiligheid

Unknown

Om meteen met de deur in huis te vallen: wie het nu nog durft te hebben over ’heiligheid’, wordt in deze tijd uitgelachen; dixit Emmanuel Levinas(*). Hetzelfde lot treft de wijsheid die in het denken, in het bijzonder het rationele of wetenschappelijk denken, wordt uitgebannen. Hoe dom de mens kan zijn. Dit laatste wordt in deze tekst aangetoond.

Ethiek, datgene wat ons gedrag zou moeten inspireren en aangeeft wat goed en kwaad is, wordt makkelijk afgedaan als moralisme. In de ’van Dale’ wordt het begrip moralisme geïllustreerd met  de zin ’moralisme wekt associaties aan de oude doos, iets wat passé is’. Als de moraal wordt uitgebannen, wat is dan het richtsnoer van ons handelen? 

De objectieve werkelijkheid

Ethiek is iets dat niet kan worden waargenomen. Het is niet meetbaar. Men kan er geen experimenten op uitvoeren. Ethiek behoort niet tot de objectieve werkelijkheid. In onze tijd is dit een doorslaggevend element om ethiek af te doen als onzin of luchtfietserij.  Wat de objectieve werkelijkheid ons leert is hoe ons daarin te handhaven, hoe zoveel mogelijk verwerven, hoe zo goed mogelijk macht en invloed uit te oefenen op die werkelijkheid. Het leitmotiv is ’Ieder voor zich’ en als we ons sociaal gedragen, dan is het uiteindelijk bedoeld om ons eigenbelang te dienen. Voor wat, hoort wat. Dat deze zelfhandhaving, die in de grond egoïsme is, de oorzaak is van geweld en oorlog, van een strijd van allen tegen allen, wordt in de loop van de geschiedenis,-  deze eindeloze opeenvolging van oorlogen en geweld -, voortdurend aangetoond.

Bekommerd om de naaste

Tegenover de ’mens die een wolf is voor de anderen’, staat de mens die bekommerd is om zijn naaste. De heilige die zijn eigenbelang opoffert voor het belang van anderen, die desnoods zijn leven geeft voor de Ander. Dat wordt met ethiek bedoeld.

Ethisch handelen betekent een radicale omkering in de mens. In plaats van zichzelf te willen handhaven, geldt nu het adagio: ’Ik ben er voor de Ander’, in dienst van de Ander, onbaatzuchtig en onvoorwaardelijk. Dit vindt plaats in de persoonlijke ontmoeting met de Ander, door de confrontatie van het ik met het gelaat van de Ander. In extreme zin is er sprake van een substitutie of plaatsvervanging: de Ander wordt het centrum van het ik. Dat is wat met heiligheid wordt bedoeld.

Mag er nog wijsheid en heiligheid zijn?

Die radicale omkering bij de mens wil ik hieronder toepassen op respectievelijk het onderwijs, de menswetenschappen en de politiek.

Onderwijs: er is een tijd geweest waarin het onderwijs grotendeels in handen was van priesters, broeders en nonnen (bijgaande foto is van Don Bosco). Dat was niet altijd een waarborg voor kwalitatief hoogstaand onderwijs, meestal wel. Deze mensen kozen voor het celibaat, voor gehoorzaamheid en armoede. Zij stelden zich volledig in dienst van hun leerlingen, ook in hun vrije tijd. Niets was hen te veel. Indien nodig bezochten deze leerkrachten ook de ouders van hun leerlingen. Zelfs in vakantieperioden organiseerden ze activiteiten om de jeugd van de straat te houden. Staken was een onbekend begrip.

Hun arbeidsethos druist in tegen zowat alles wat de huidige wereld dicteert. Maar wat mist de jeugd van tegenwoordig! Zijn er nog volwassenen met wie zij zich kunnen identificeren en die een voorbeeld zijn van onbaatzuchtigheid, opofferingsgeest, dienstbaarheid? Waar zijn de leerkrachten die alle geduld kunnen opbrengen voor lastige leerlingen en kinderen die niet goed meekunnen? Deze leerlingen hebben extra begeleiding nodig, buiten de werktijden. Dit wordt niet opgelost door steeds meer dure extra voorzieningen. De begeleiding is optimaal als de leerkracht met wie de leerling een band heeft, dit op vrijwillige basis biedt.

Het trieste van de huidige situatie is dat een engagement en een idealisme, waarvan we allen weten dat het de hoogste vorm van menselijkheid is, nog nauwelijks als voorbeeld wordt gegeven aan de jeugd. De jeugd heeft het niet getroffen met de volwassenen van tegenwoordig.

De menswetenschappen: Rabelais zei: ’Science sans conscience n’est que ruïne de l’âme’ (wetenschap zonder geweten, ruïneert de ziel). In de psychologie en de pedagogiek wordt de essentie over het hoofd gezien. Onder de dictatuur van het empirisme gaat alle aandacht uit naar objectivering, meten, experimenteren en evalueren. Wat de mens tot mens maakt, namelijk zingeving in zijn relatie tot de anderen, krijgt geen aandacht meer. Onbedoeld en onbewust bereiden de menswetenschappen de totalitaire staat voor. Ik heb dit uitvoerig beschreven in mijn tekst: ’Psychologie is geen empirische wetenschap’. In mijn eigen onderzoek heb ik bijvoorbeeld aangetoond dat de belangrijkste factor voor een goed therapeutisch resultaat is dat de cliënt het gevoel heeft dat de hulpverlener met hem samenwerkt. De therapeut moet zijn cliënt laten ervaren dat hij erg bekommerd is voor hem. Deze factor wordt in de gebureaucratiseerde hulpverlening te vaak over het hoofd gezien, of diegenen die zich zodanig inzetten voor hun cliënten worden binnen de organisatie niet gewaardeerd en ze mogen bovendien de voorgeschreven tijdslimieten niet overschrijden. Nog erger is als een cliënt die om hulp schreeuwt, op een wachtlijst terechtkomt. Een flagranter bewijs van het gebrek aan wijsheid en heiligheid kan niet worden gegeven.

De politiek: democratie wordt gezien als een groot goed en de liberale democratie werd twintig jaar geleden beschouwd als het einde van de geschiedenis. Democratie is echter onvoldoende: de verschillen tussen rijk en arm zijn toegenomen, minderheden worden gediscrimineerd, democratie lijkt vooral voordelig te zijn voor rijke landen en voor mensen met een goede startpositie.

Het probleem met de democratie is dat als allen gelijk zijn, het individu evenveel rechten heeft als alle anderen. Bij gelijkheid is per definitie geen plaats voor onbaatzuchtigheid en opoffering. Democratie is nog geen ethiek!

Het recht of de democratische rechten moeten altijd in vraag gesteld worden. Namelijk de vraag of aan het individu recht wordt gedaan. Vanuit ethisch standpunt wordt de ander niet gezien als een burger, maar als een uniek individu waarvoor ik verantwoordelijk ben. De mens is geen lid van een soort, maar elke mens is uniek en in zekere zin onvervangbaar (onvervangbaar omdat we nooit kunnen weten wat een bepaald individu in de wereld kan veroorzaken).

In deze tijd wordt de politiek vrijwel volledig bepaald door economische belangen. Dit komt er in feite op neer dat zelfzucht en hebzucht van de kiezers prioriteit hebben. Hierdoor is er geen staatsmanschap meer. Bij staatsmanschap heeft de ethiek prioriteit. Dit laatste betekent dat naast het verdedigen van de rechten van de burgers, ook altijd rekening wordt gehouden met de singulariteit en het unieke van het individu en dat de politicus in dienst staat van de Anderen. Bij staatsmanschap heeft elke individuele burger het gevoel dat de politicus voor hem, als individu, opkomt. Hier is geen sprake van zelfverrijking of van voorzieningen die de politicus een bevoorrechte positie geven. Bij staatsmanschap gaat democratie samen met de wijsheid van de liefde.

Conclusie 

De Europese mens, die het product is van de Griekse democratie en van de Bijbel, ziet de heiligheid als de ultieme waarde. In het leven gaat het erom het Goede te doen. Om die reden moet de ethiek en de wijsheid vooraan staan en pas dan komt de kennis, de wetenschap en de techniek. Met een laatste voorbeeld wil ik heel scherp aantonen wat dit betekent. Een diep zwakzinnige, die een vegetatief leven leidt, is objectief gezien niks waard en zijn verzorging kost verschrikkelijk veel geld. Die zwakzinnige glimlacht echter als hij gevoed en geliefkoosd wordt. Die glimlach is onbetaalbaar. Die zwakzinnige brengt zijn vreugde in de wereld. Alleen de ethiek biedt ons dit inzicht.

Als we in het onderwijs, de wetenschap en de politiek de ethiek serieus nemen, dan zijn onze activiteiten in deze en andere gebieden slechts zinvol als het Goede ermee wordt verricht. Goedheid zegt dat mensen niet gelijk zijn: de Ander is meer dan het ik. Ik ben verantwoordelijk voor de anderen. De leerkracht heeft alles over voor zijn leerlingen, desnoods in zijn vrije tijd en hij zoekt de ouders thuis op als dit in het belang is van de leerling (**). De wetenschapper gaat er niet van uit dat elk experiment toelaatbaar is, want het gaat niet louter en alleen om de kennis. Neen, de wetenschapper die het Goede nastreeft, stelt bij elke stap die hij zet de vraag of het te verantwoorden is voor de mensheid en voor de planeet Aarde, nu en in de toekomst. De politicus die het Goede nastreeft is een staatsman, die door zijn voorbeeld en zijn engagement het volk weet te inspireren om zijn voorbeeld van onbaatzuchtigheid en opofferingsgezindheid te volgen.

(*) Levinas, E. (1991). Dialogue sur le penser-à-l’-Autre. In: Entre nous: Essais sur le penser-à-l’-Autre. Paris: Bernard Grasset, pp. 237-243.

(**) Vraag ik hiermee niet te veel van de leerkrachten, die het al zo druk hebben? Vaak gaat het om de keuze tussen drie uur lui voor de tv zitten kijken naar stupide programma’s of een gezin gaan bezoeken en mensen een hart onder de riem steken.

juliaan van acker, zondag 24 juni 2018

meer teksten op mijn blog en hieronder:

 




 

   © Juliaan Van Acker 2018