http://www.ministrando.org/sitemap.xml.gz

De ongelovige gelooft

Bezinning 6 (10 april 2016)

Bij alles wat hieronder staat gaat het niet om geloof in God. Het begrip God wordt hier slechts gebruikt als symbool voor het Goede, het opnemen van verantwoordelijkheid voor andere mensen, de naastenliefde. ’Geloven in God’ kan hier evengoed vervangen worden door ’Compassie hebben met de medemens’. Dit wil niet zeggen dat het begrip God arbitrair is. Dit begrip wijst er op dat het appel om het Goede te doen niet van de mens zelf komt. Een Hogere Kracht, iets dat buiten de zichtbare werkelijkheid ligt of, met andere woorden, ’aan gene zijde van het Zijn’ doet een appel op ons om compassie te hebben met de medemensen.

Alle macht die een mens heeft, is een macht die hij heeft gekregen. Dit geldt ook voor wat hij bezit: alle bezit is een gift. De mens heeft ook de macht om God te ontkennen, dood te verklaren, te vervloeken. Volgens het christendom kan de mens God kruisigen! Omgekeerd heeft de mens de macht om God in de wereld te brengen, namelijk door zijn goede daden, door zijn liefde voor de medemens. In termen van een ’ongelovige’: het Godsrijk is een samenleving waar het Goede heerst, waar de mensen zich verantwoordelijk gedragen tegenover de medemensen en tegenover de natuur.

Brengt de mens het Licht in de wereld of de Duisternis? Het Licht wordt gebracht door daden, woorden en gedachten overeenkomstig de wijsheid van de Heilige Schriften. Er komt Duisternis als de mens geen gehoor heeft aan het appel zich verantwoordelijk te gedragen. Oorlog, de destructie van onze planeet, de extreme armoede, de onverschilligheid, de eenzaamheid van velen, de ontrouw en dergelijke brengen de Duisternis onder de mensen.

Het groot aantal echtscheidingen kan dienen als teken aan de wand van hoe we in Duisternis zijn terecht gekomen. De ware liefde is onvoorwaardelijk, dit wil zeggen dat er nooit een argument kan worden gevonden om de ander te laten vallen. Dit moet niet gezien worden als een veroordeling van echtparen die gescheiden zijn. Het is niet aan ons om te oordelen. Ik wil er alleen op wijzen dat trouw aan elkaar een doodserieuze zaak is en dat we onze kinderen moeten opvoeden in de geest van wat de wijsheid zegt (zie vorige bezinning).

In zekere zin is God afhankelijk van de mens: het is aan de mens om God op de wereld en onder de mensen te brengen. Bij elke daad van goedheid is God aanwezig. In de nazi-concentratiekampen heerste de diepste duisternis voor de kampbeulen, maar groot was het Licht voor de vervolgden die elkaar in de bitterste omstandigheden een woord of gebaar van liefde schonken.

’God is afhankelijk van de mens’ betekent ook dat de mens verantwoordelijk is voor het universum. Om dit goed te begrijpen moeten we ons voorstellen wat het verschil is tussen leven en dood. Het lichaam van de mens leeft dank zij de geest in hem. Verlaat de geest het lichaam, dan sterft de mens. Op een hoger niveau is ook het voortbestaan van de wereld en van het universum afhankelijk van de geest die de wereld en het universum bezielt. 

De mens die sterft leeft voort in de daden die hij heeft gesteld. Het universum blijft bestaan zolang er mensen zijn die daden van liefde stellen. Alleen de liefde geeft zin aan de schepping. Of we nu geloven in God of niet, in Hem geloven doet er niet doe. De essentie is dat we gehoor geven aan het appel dat van buiten ons oproept compassie te hebben. Een wereld die zin heeft vergaat niet.

Het is de taak van de mens de wereld bewoonbaar te maken voor God. Dan komt God tussen de mensen wonen en is het Messiaanse tijdperk aangebroken.

klik op afbeelding: 

DIGITAL BOOK THUMBNAIL

 


HOME

© Juliaan Van Acker 2017